Projectoproep Natuur in je Buurt - Veelgestelde vragen

Afbeelding
Icoon Subsidies
Hieronder vindt u alle veelgestelde vragen over de projectoproep Natuur in je Buurt 2022.
Ik heb een vraag: wie helpt mij verder?
Alle informatie is terug te vinden in het reglement of op de website www.natuurinjebuurt.be. Op de website vind je het reglement zelf, de link om een aanvraag te starten, het antwoord op veelgestelde vragen en de weerhouden projecten van vorige jaren ter inspiratie.

Vind je het antwoord hier (nog) niet terug, stuur dan een mail naar natuurinjebuurt.anb@vlaanderen.be.

Ik weet (te) weinig van groenaanleg en natuurontwikkeling, hoe pak ik zo’n project aan?
Er zijn tal van lokale actoren (bv. natuurverenigingen, regionale landschappen of bosgroepen) of bedrijven met zeer veel kennis en ervaring in groenaanleg en natuurontwikkeling die je kunnen bijstaan. Met vragen over instandhoudingsdoelstellingen (IHD), bos (uitbreiding, aanleg, kap), beschermde soorten en vegetaties en bestaande natuurbeheerplannen kun je terecht bij Natuur en Bos. 
Neem zeker eens een kijkje bij de ‘nuttige links’ om zelf bij te leren over groenaanleg en natuurontwikkeling.

Ik ben een private persoon, kan ik een projectvoorstel indienen?
Ja, als gemandateerd vertegenwoordiger van een organisatie, vereniging of samenwerkingsverband. 

Let op: in het digitaal platform ben je verplicht aan te melden in naam van je (bij de KBO geregistreerde) entiteit, dus niet als natuurlijke/private persoon. Dat betekent dat je organisatie, vereniging of samenwerkingsverband KBO (Kruispuntbank van Ondernemingen) geregistreerd moet zijn én dat je het gebruikersrecht hebt. Je vindt hierover meer informatie op de website van de Vlaamse overheid

Ik ben geen eigenaar van de grond, kan ik een projectvoorstel indienen?
Ja, als beheerder kun je ook een projectvoorstel indienen. Belangrijk is dan wel dat je een mandaat van beheer toevoegt. Daaruit moet enerzijds blijken dat je het project mag uitvoeren op de betrokken gronden van de eigenaar en anderzijds dat je het project voor minstens 10 jaar in stand kunt houden.

Kan ik voor een projectvoorstel type A twee maatschappelijke uitdagingen kiezen als focus?
Nee. De kans is groot dat het project een antwoord biedt op verschillende uitdagingen. Uit vorige projectoproepen blijkt echter dat de keuze voor één focus, en het project ten gronde uitwerken op basis daarvan, de kwaliteit van het project ten goede komt. Daarom is de keuze beperkt tot één focus per projectvoorstel type A.

Moet ik voor een projectvoorstel type B een maatschappelijke uitdaging formuleren?
Ja. Je geeft aan wat de maatschappelijke uitdaging is. Uiteraard is het vooral de natuuroplossing die je hiervoor uitwerkt, door middel van je project, die van belang is voor de beoordeling.

Wat is een mandaat?
Dat is een bewijs dat aantoont dat degene die het projectvoorstel indient hiertoe gemachtigd is door: 1. de aanvragende entiteit (de KBO geregistreerde overheid, vereniging, organisatie of zorgvoorziening) en/of 2. door de eigenaar van de grond waarop het projectvoorstel van toepassing is.

Dien je met meerdere partners samen een projectvoorstel in? Dan moet je in het aanvraagdossier voor elke partner de naam en een bewijs van mandaat toevoegen. Dit toont aan dat de aanvrager gemachtigd is om het projectvoorstel in te dienen namens de betrokken partner. Met een partner wordt een entiteit bedoeld die verantwoordelijkheid heeft in de uitvoering van het project en daarvoor mensen en middelen ter beschikking stelt zonder daarvoor door de aanvrager of een andere partner te worden vergoed.

Is een partner, die niet de aanvrager is, eigenaar van de betrokken gronden?
Is noch de aanvrager noch één van de partners eigenaar van de betrokken gronden? Dan wordt een bewijs van de toestemming van de eigenaar voor het uitvoeren van de project op diens gronden en de garantie op de minimale instandhouding van de werken als bijlage toegevoegd.

Wat is een natuuroplossing?
Een natuuroplossing is een ingreep die gebruik maakt van de ecosysteemdiensten van natuurlijke of aangepaste ecosystemen om maatschappelijke uitdagingen aan te pakken, en tegelijkertijd voordelen oplevert voor zowel de mens als de biodiversiteit. Die ingrepen omvatten de bescherming, de aanleg of het herstel van deze ecosystemen, en het duurzaam gebruik ervan. 

Wat is (half-) verharding?
Dit is feitelijk alles wat géén onverhard grondoppervlak is. Een onverharde pad ontstaat door betreding van de ondergrond (door mens of dier) of door een mechanische handeling zoals maaien, herprofileren of beperkte bodembewerkingen. Er werden geen externe materialen toegepast bij de aanleg van het pad.

Voorbeelden van onverharde paden zijn dus grondpaden, paden begroeid met gras of zijn een combinatie van beiden (bv. karrenspoor). Typische verhardingen bestaan uit beton, natuursteen of klinkers; halfverhardingen uit grind, dolomiet of gebroken puin. Minder voor de hand liggende voorbeelden van verhardingen of halfverhardingen zijn knuppelpaden, gefundeerd gras en aangevoerd zand. Voor meer informatie over verhardingen en halfverhardingen kun je terecht in het technisch vademecum ‘Paden en verhardingen’.

Wat is waterinfiltratie en waterretentie?
Met waterinfiltratie wordt het doorsijpelen van regenwater naar het grondwater bedoeld. Voorbeelden van natuuroplossingen die de waterinfiltratie versterken, zijn het opbreken van verhardingen, wadi’s, groene infiltratiestroken, regentuinen en heel wat van onze natuurlijke vegetaties (bv. heide en graslanden).

Met waterretentie wordt het tijdelijk vasthouden van water bedoeld na bijvoorbeeld een wolkbreuk. Dit water kan dan infiltreren in de bodem of geleidelijk afgegeven worden om wateroverlast stroomafwaarts te beperken. Voorbeelden van natuuroplossingen die de waterretentie versterken, zijn natuurlijke buffer- of wachtbekkens, het gebruik van depressies in de bodem, regentuinen en de goedgekozen aanleg van onze natte natuurtypes zoals moerassen, natte bossen en graslanden, en bepaalde waterpartijen. 

Hoe weet ik wat inheemse planten en struiken zijn?
Via de zoekfunctie van ecopedia.be kun je van elke plant opzoeken of hij hier thuishoort. Vind je een struik of plant niet terug op Ecopedia, dan komt hij niet van nature bij ons voor. Je kunt ook afgaan op het label ‘plantvanhier’. Ook of het een (invasieve ofwel gevaarlijke) exoot is kun je terugvinden op ecopedia.be.

Hoe weet ik wat inheemse bomen zijn?
Via ecopedia.be kun je onze inheemse boomsoorten ontdekken. Vind je een boom niet terug op Ecopedia, dan komt hij niet van nature bij ons voor.

Wat zijn exoten en cultivars?
Exoten zijn planten en bomen die van nature niet bij ons voorkomen. Cultivars zijn veredelde plant- en boomsoorten die gekweekt zijn om ‘mooi’ te zijn, eerder dan functioneel voor bijvoorbeeld insecten.

Wat is een ecosysteem?
Het samenhangend geheel van levende (bv. planten en dieren) en niet-levende elementen (bv. water, bodem en rotsen) die het samenleven van levende organismen in een bepaald gebied kenmerken. Typerend voor een ecosysteem is de aanwezigheid van een netwerk van relaties tussen soorten (bv. een voedselweb) en van kringlopen (voedingsstoffen, water…). Grote ecosystemen zijn bossen en moerassen en rivieren; kleine zijn poelen en zelfs individuele boomholtes. Voor meer informatie kun je terecht op Ecopedia.

Wat zijn spontane natuurlijke processen?
Dit zijn de processen die een ecosysteem maken tot wat het is: het voedselweb, primaire productie (plantengroei via fotosynthese) en afbraakprocessen van organisch materiaal, bodemvormingsprocessen, de verschillende kringlopen (o.a. de stikstofkringloop, de koolstofkringloop, de waterkringloop en de biogeochemische kringloop). Deze processen zijn een gevolg van de aanwezigheid van soorten, de interactie van die soorten met hun leefomgeving en met elkaar, of de natuurlijke chemische processen in de bodem.

De afbraak van organisch materiaal bijvoorbeeld is cruciaal voor het behoud van bodemvruchtbaarheid en waterzuivering en ondersteunt zo de groei van planten, de dieren die planten eten en dus ook onze voedselproductie.

Waarom is een onverstoorde bodem zo belangrijk?
De bodem is letterlijk de basis van alles. De eigenschappen van een bodem worden bepaald door de wisselwerking tussen aan de ene kant het substraat (bv. zand of leem) en het water, en aan de andere kant de vegetatie en het bodemleven. Door die wisselwerking vinden er allerhande chemische en ecologische processen (bv. verwering en afbraakprocessen) plaats en ontstaan er kringlopen (bv. de water- en nutriëntenkringloop). Door die wisselwerking vind je in een natuurlijke bodem verschillende lagen (bv. de humuslaag) met verschillende eigenschappen en een eigen typisch bodemleven (bv. bacteriën, schimmels, wormen en insecten) afgestemd op die laag. In deze natuurlijke situatie functioneert de bodem optimaal op vlak van bijvoorbeeld koolstofopslag, bodemvruchtbaarheid en waterbeschikbaarheid. Bij de verstoring van de bodem worden deze lagen en het bijhorende bodemleven vermengd, of in het slechtste geval verwijderd, waarbij het hele systeem zich eerst moet reorganiseren of herstellen, een proces van jaren, vooraleer de optimale conditie terug wordt bereikt.

Wat zijn beschermde vegetaties?
Beschermde vegetaties zijn vegetaties die bedreigd, zeldzaam of kwetsbaar zijn en daardoor door de Vlaamse natuurbehoudsregelgeving beschermd worden. Voorbeelden hiervan zijn bossen, vennen, heiden, moerassen, slikken en schorren, duinvegetaties, bepaalde graslanden, en kleine landschapselementen zoals hoogstamboomgaarden, houtkanten en holle wegen. Dit zorgt ervoor dat activiteiten in, bij of aan natuur - die de natuur wijzigen of schaden - verboden of vergunningsplichtig kunnen zijn. Meer informatie vind je hier.

Wat zijn beschermde soorten?
Beschermde soorten zijn soorten planten en dieren die bedreigd zijn en daardoor door de Vlaamse natuurbehoudsregelgeving beschermd worden. Dergelijke soorten mag je in principe niet doden, vangen, plukken en hun nesten, voortplantingsplaatsen en rustplaatsen mogen niet worden vernietigd of beschadigd. Meer informatie vind je hier.

Wat houdt de focus ‘Gezondheid door natuurcontact’ in?
De projectaanvrager werkt een zorgaanbod uit op basis van natuurcontact of van een natuurgebaseerde gezondheidsinterventie gekoppeld aan natuuraanleg en/of natuurbehoud. Een zorgaanbod is meestal specifiek voor een doelgroep met een zorgnood. Een gezondheidsinterventie speelt in op preventieve gezondheidszorg en op gedragswijziging van een doelgroep. De gezochte projecten bestaan uit het verbeteren of verhogen van het natuurcontact door de omgeving aan te passen. Op basis van dat mogelijke natuurcontact kan dan een zorgaanbod voor een doelgroep met een zorgnood worden ontwikkeld. Zorgverleners kunnen het zorgaanbod toepassen in hun praktijk of in de visie op hun werking. Tegelijk levert deze interventie een bijdrage aan het versterken van onze biodiversiteit. Voorbeelden daarvan zijn de creatie van een prikkelarme omgeving voor mensen met een zorgnood zoals een snoezelbos, een veilige en rustgevende buitenruimte voor dementerende mensen, een wachtkamer in de natuur…

Hoe wordt de focus ‘Gezondheid door natuurcontact’ beoordeeld?
De projectvoorstellen worden beoordeeld aan de hand van de volgende beoordelingscriteria:
  • De duurzaamheid van het project volgens de PPP-benadering (planet-people-profit): 
    Voor ‘Planet’ wordt rekening gehouden met de bijdrage van het project aan de algemene vergroening van de ruimte, het laten van ruimte voor natuurlijke processen, de natuurlijkheid van de soortensamenstelling, de vegetatiestructuur van de natuuroplossing, waterinfiltratie en waterretentie en, gezond bodembeheer en vermijdbare bodemverstoring vermijden. 

    Voor ‘People’ wordt rekening gehouden met: de toegankelijkheid voor derden en de betrokkenheid van belanghebbenden die geen partner zijn in het project. 

    Voor ‘Profit’ wordt rekening gehouden met: het aandeel van de investering in natuurontwikkeling, de beheerintensiteit (onderhoud) noodzakelijk voor de instandhouding van het project, de relatieve kost voor de voorziene maatregelen.
     
  • De mate van tegemoetkoming aan de maatschappelijke uitdaging, namelijk gezondheid door natuurcontact: 
    Voor de kwaliteit van het projectvoorstel wordt rekening gehouden met contactmogelijkheden met de natuur en de aanwezigheid van gepaste infrastructuur of inrichting. 

    Voor de effectiviteit van de natuuroplossing wordt rekening gehouden met het effectieve aandeel groen, de cocreatie met de doelgroep en de aanwezigheid van een concreet zorgaanbod).
     
Wat houdt de focus ‘Natuurbeleving’ in?
De essentie van een natuuroplossing voor natuurbeleving ligt in de aanwezigheid, inrichting en toegankelijkheid van natuur voor het stimuleren van natuurbeleving. Ook communicatie over het aanbod is daarbij belangrijk. De beleving zelf is afhankelijk van de doelgroep en de bijhorende doelstelling zoals kinderen buiten laten spelen in de natuur, mensen stimuleren tot dagelijks natuurcontact door te wandelen, te bewegen in de natuur... Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan over het creëren van groene speelzones, de aanleg of verbetering van parken, het vergroenen van publieke ruimtes…

Hoe wordt de focus ‘Natuurbeleving’ beoordeeld?
De projectvoorstellen worden beoordeeld aan de hand van de volgende beoordelingscriteria:
  • De duurzaamheid van het project volgens de PPP-benadering (planet-people-profit): 
    Voor ‘Planet’ wordt rekening gehouden met de bijdrage van het project aan de algemene vergroening van de ruimte, het laten van ruimte voor natuurlijke processen, de natuurlijkheid van de soortensamenstelling, de vegetatiestructuur van de natuuroplossing, waterinfiltratie en waterretentie en, gezond bodembeheer en vermijdbare bodemverstoring vermijden. 

    Voor ‘People’ wordt rekening gehouden met: de toegankelijkheid voor derden en de betrokkenheid van belanghebbenden die geen partner zijn in het project. 

    Voor ‘Profit’ wordt rekening gehouden met: het aandeel van de investering in natuurontwikkeling, de beheerintensiteit (onderhoud) noodzakelijk voor de instandhouding van het project, de relatieve kost voor de voorziene maatregelen.
     
  • De mate van tegemoetkoming aan de maatschappelijke uitdaging, namelijk natuurbeleving: 
    Voor de kwaliteit van het projectvoorstel wordt rekening gehouden met contactmogelijkheden met de natuur en de aanwezigheid van gepaste infrastructuur of inrichting. 

    Voor de effectiviteit van de natuuroplossing wordt rekening gehouden met de bruikbaarheid voor de doelgroep, de aanwezigheid van een belevingsaanbod gebaseerd op natuurgebruik en de reeds bestaande ‘groenheid’ van de omgeving.
     
Wat houdt de focus ‘Vergroening van de bebouwde omgeving’ in?
De essentie van de problematiek van de bebouwde omgeving waar natuuroplossingen een oplossing kunnen bieden, ligt in de verstening van de omgeving met de bijhorend negatieve gevolgen: hittestress, wateroverlast, gebrek aan sociale contacten, fysieke en mentale gezondheid. Groen versterkt de verdwenen evapotranspiratie en schaduw, het zicht op groen en andere gezondheidsbevorderende aspecten, sociale interactie, biodiversiteit... Dit type van projecten gaat dan ook over de vergroening van de bebouwde omgeving in brede zin: stads- en dorpskernen, grote bedrijvenzones… Kortom: de gebieden met veel bebouwing en verharding.

Hoe wordt focus ‘Vergroening van de bebouwde omgeving’ beoordeeld?
De projectvoorstellen worden beoordeeld aan de hand van de volgende beoordelingscriteria:
  • De duurzaamheid van het project volgens de PPP-benadering (planet-people-profit): 
    Voor ‘Planet’ wordt rekening gehouden met de bijdrage van het project aan de algemene vergroening van de ruimte, het laten van ruimte voor natuurlijke processen, de natuurlijkheid van de soortensamenstelling, de vegetatiestructuur van de natuuroplossing, waterinfiltratie en waterretentie en, gezond bodembeheer en vermijdbare bodemverstoring vermijden. 

    Voor ‘People’ wordt rekening gehouden met: de toegankelijkheid voor derden en de betrokkenheid van belanghebbenden die geen partner zijn in het project. 

    Voor ‘Profit’ wordt rekening gehouden met: het aandeel van de investering in natuurontwikkeling, de beheerintensiteit (onderhoud) noodzakelijk voor de instandhouding van het project, de relatieve kost voor de voorziene maatregelen.
     
  • De mate van tegemoetkoming aan de maatschappelijke uitdaging, namelijk vergroening van de bebouwde omgeving: 
    Voor de kwaliteit van het projectvoorstel wordt rekening gehouden met de kwaliteit van de structuur van het ontwerp en de groeiomstandigheden voor natuurelementen. 

    Voor de effectiviteit van de natuuroplossing wordt rekening gehouden met het relatieve aandeel aan groen, het schaaleffect van de natuuroplossing en de reeds bestaande ‘groenheid’ van de omgeving.
     
Wat houdt de focus ‘Waterinfiltratie en waterretentie’ in?
De doelstelling van dit type projecten is een verbetering van de lokale infiltratiecapaciteit en/of de lokale retentiecapaciteit door groenaanleg en natuurontwikkeling en daardoor enerzijds de vermindering van wateroverlast en anderzijds de bijdrage aan de droogteproblematiek.

Hoe wordt de focus ‘Waterinfiltratie en waterretentie’ beoordeeld?
De projectvoorstellen worden beoordeeld aan de hand van de volgende beoordelingscriteria:
  • De duurzaamheid van het project volgens de PPP-benadering (planet-people-profit): 
    Voor ‘Planet’ wordt rekening gehouden met de bijdrage van het project aan de algemene vergroening van de ruimte, het laten van ruimte voor natuurlijke processen, de natuurlijkheid van de soortensamenstelling, de vegetatiestructuur van de natuuroplossing, waterinfiltratie en waterretentie en, gezond bodembeheer en vermijdbare bodemverstoring vermijden. 

    Voor ‘People’ wordt rekening gehouden met: de toegankelijkheid voor derden en de betrokkenheid van belanghebbenden die geen partner zijn in het project. 

    Voor ‘Profit’ wordt rekening gehouden met: het aandeel van de investering in natuurontwikkeling, de beheerintensiteit (onderhoud) noodzakelijk voor de instandhouding van het project, de relatieve kost voor de voorziene maatregelen.
     
  • De mate van tegemoetkoming aan de maatschappelijke uitdaging, namelijk waterinfiltratie en waterretentie: 
    Voor de kwaliteit van het projectvoorstel wordt rekening gehouden met de natuurkwaliteit en de mate van ontharding. 

    Voor de effectiviteit van de natuuroplossing wordt rekening gehouden met de algemene vergroening van het (project-)gebied, de mate waarin natuurlijke processen toegelaten worden en de natuurlijkheid van de soortensamenstelling.
     
Een situatieschets op macro-niveau, wat is dat?
Deze situatieschets geeft inzicht in de relaties van het project met de ruime omgeving en met bovenliggende kaders (bv. een gemeentelijk groenplan). 

Daarbij worden die relaties visueel weergegeven. Denk hierbij aan de relatie met onder andere: landschappelijke structuren, nagestreefde ecologische verbindingen en ruimtelijke opportuniteiten of probleemgebieden gerelateerd aan de maatschappelijke uitdaging.

Een situatieschets op meso-niveau, wat is dat?
Deze situatieschets geeft inzicht in de relaties van het project met de nabije omgeving en situeert het project in het omringende landschap. 

Daarbij worden die relaties visueel weergegeven. Denk hierbij aan de relatie met onder andere: belanghebbenden, ruimtelijke opportuniteiten of probleemgebieden gerelateerd aan de maatschappelijke uitdaging, en de voor het project belangrijke landschapskenmerken, denk aan onder andere naburige bossen en natuurgebieden, waterlopen en plassen, dreefstructuren, woonwijken en wegen, visueel weergegeven.

Een inrichtingsplan, wat is dat?
(Voor Type A projecten is dit de situatieschets op micro-niveau) Dat is een concreet inrichtings- en beplantingsplan, voldoende gedetailleerd om enerzijds het project uit te kunnen voeren en anderzijds om toe te laten de gevolgen van de werken in te schatten.

Het plan moet daarom duidelijke ruimtelijke referenties hebben en inzicht geven in volumes, oppervlaktes en afstanden. bv. De plaats waar je welke bomen inplant, hoe het halfverhard pad zal lopen, waar welke struiken zullen komen en welk zaadmateriaal gebruikt wordt voor de bloemenweide.

Een onderhoudsplan, wat is dat?
Het onderhoudsplan (plan voor beheer) geeft, op microniveau, aan welk onderhoud en beheer voorzien is voor de instandhouding van het project. Deze beschrijving laat toe om de duurzaamheid van het projectvoorstel te beoordelen. Bv. een grasland dat extensief zal gemaaid worden, welke/of extra voeding gebruikt zal worden, wanneer en hoe vaak het snoeien of maaien zal gebeuren … De kosten voor dat onderhoud maken echter geen deel uit van de financiering. 

Wat is een voedselbos en komt dit in aanmerking voor steun via Natuur in je Buurt?
Een voedselbos heeft geen formele definitie. Of het in aanmerking komt voor Natuur in je Buurt wordt individueel beoordeeld aan de hand van de beschrijving in het projectvoorstel.
 
  • Een veel gebruikte definitie is deze: “Een voedselbos is een door de mens ontworpen systeem, gericht op duurzame voedselproductie. Het ontwerp van een voedselbos is geïnspireerd op de opbouw van een natuurlijk bos: een meerlaags ontwerp, divers en duurzaam.” Meer info over voedselbossen >
     
  • Wanneer is een voedselbos en bos? Artikel 3 van het Bosdecreet definieert juridisch een bos. Alle “grondoppervlakten waarvan de bomen en de houtachtige struikvegetaties het belangrijkste bestanddeel uitmaken, waartoe een eigen fauna en flora behoren en die een of meer functies vervullen” worden juridisch beschouwd als bossen. Daarbij worden verschillende vergelijkbare vegetaties in het Bosdecreet uitgesloten, onder meer fruitboomgaarden en fruitaanplantingen, en agroforestry (combinatie landbouwteelt/-gebruik met bomen) aangelegd na 1 juni 2012 en als dusdanig geregistreerd in de landbouwaangifte. Een voedselbos kan dus als bos gekwalificeerd worden als je werkt met voldoende dichte aanplantingen van voornamelijk boom- en struiksoorten zoals hazelaar, tamme kastanje, walnoot, vlier, winterlinde, lijsterbes en eetbare bessenstruiken. De meeste fruitbomen hebben echter veel licht nodig en lenen zich niet echt tot een gesloten bosverband.
     
  • Het voedselbos wordt als bos gekwalificeerd: het projectvoorstel komt niet in aanmerking voor Natuur in je Buurt, maar mogelijk wel voor andere steun. Ontdek de subsidies voor bebossing en herbebossing op onze overzichtspagina subsidies >
     
  • Het voedselbos wordt niet al bos gekwalificeerd: het projectvoorstel kàn in aanmerking komen voor Natuur in je Buurt. Zie hiervoor de voorwaarden in het reglement. Als het projectvoorstel bv. aanleunt bij een hoogstamboomgaard en een duidelijk multifunctionele inrichting kent waarbij de nadruk niet ligt op de productie van voedsel (als landbouwactiviteit) en met aandacht voor uit zichzelf functionerende ecologische processen en toegankelijkheid door derden, dan kan dit in aanmerking komen voor Natuur in je Buurt.

Waarom speelt ‘onderhoud zo’n rol bij de beoordeling van mijn project?
Het (voorziene) onderhoud of beheer van een natuuroplossing heeft een grote impact op de duurzaamheid ervan. Duurzame natuurelementen hebben vervolgens ook een impact op de duurzaamheid van de maatschappelijk voordelen.

Wat is de ‘gevraagde steun’?
Dit gevraagde bedrag wil de aanvrager ontvangen door middel van zijn projectvoorstel voor Natuur in je Buurt.

Voor een projectvoorstel type A mag dit bedrag maximum 75% van de projectbegroting bedragen. De gevraagde steun is minimum 15.000,01 euro en maximum 100.000 euro. Van dit bedrag mag maximum 50% naar ‘infrastructuur met inbegrip van (half-)verharding’ gaan en maximum 10% naar ‘voorbereiding en begeleiding’. 

Voor een projectvoorstel type B mag dit bedrag maximum 75% van de projectbegroting bedragen. De gevraagde steun is minimum 3.000 euro en maximum 15.000 euro. Van dit bedrag mag maximum 20% gebruikt worden voor ‘(half-)verharding’.

Wat is de projectbegroting?
Dit bedrag komt overeen met alle begrote kosten van de verschillende acties en interventies van het ingediende project waarvoor financiering aangevraagd wordt. Dit bedrag moet overeenkomen met wat er inhoudelijk in de aanvraag vermeld staat.

Wat is ‘andere financiering’?
Dit bedrag komt overeen met alle andere financiering (subsidies, toelagen) voor hetzelfde (en eventueel overkoepelende) project. 

Indien er sprake is van cumulatie van subsidies of toelagen moet ANB hierover correct en tijdig over geïnformeerd worden. Het gaat zowel over bevestigde cofinanciering als over cofinanciering die nog niet werd bevestigd. Indien mogelijk in de online aanvraag onder ‘andere subsidies of toelagen’ en ten laatste in het eindrapport. Op basis hiervan kan de financiering van Natuur in je Buurt worden aangepast bij de eindafrekening. 

In het ‘model projectbegroting’ en de aanvraag moet enkel het bedrag van bevestigde cofinanciering opgenomen worden. De som van de bevestigde cofinanciering en de gevraagde steun mag NIET hoger zijn dan de projectbegroting. Indien dit toch zo is kan een aanvraag onontvankelijk verklaard worden.

Wat is het standaardbestek 250?
Het model projectbegroting is opgemaakt volgens de principes van het standaardbestek 250. Hier kan u de catalogus van het standaardbestek 250 terugvinden.

Welke kosten vallen onder ‘groenaanleg en natuurontwikkeling’, voor projectvoorstellen type A?
  • Voorbereidende werken en grondwerken:
    Hiermee wordt bedoeld alle voorbereidende werken en grondwerken gerelateerd aan groenaanleg en natuurontwikkeling, zoals beschreven in hoofdstuk 4 van het standaardbestek 250, meer bepaald paragraaf 1 'Voorbereidende werken', paragraaf 2 'Droog grondverzet', paragraaf 4 'Grondwerk aan onbevaarbare waterlopen', paragraaf 6 'Profileren van sloten', paragraaf 8 'Grondwerk ten behoeve van natuurbouw', paragraaf 9 'Profileren van bermen', paragraaf 10 'Verwerken van teelaarde'.

    Let op, ontharding om groenaanleg mogelijk te maken valt hier dus ook onder.
     
  • Groenaanleg en groenbeheer (beheerwerken hierin vervat zijn beperkt tot twee jaar onderhoud na investeringen en via aanbesteding):
    Hiermee wordt bedoeld alle werken gerelateerd aan groenaanleg en natuurontwikkeling, zoals beschreven in hoofdstuk 11 van het standaardbestek 250, meer bepaald paragraaf 1 'Algemene bepalingen', paragraaf 2 'Grondbewerkingen', paragraaf 3 'verwerken van bodemverbeteringsmiddelen', paragraaf 5 'natuurlijke vegetatieontwikkeling', paragraaf 6 'Aanleg van graslanden, wegbermen en grasmatten', paragraaf 7 'Aanleg van kruidachtige vegetaties', paragraaf 8 'Aanleg van houtige vegetaties, paragraaf 9 'Aanleg van water-, moeras, en oeverbeplanting', paragraaf 10 'Aanleg van bij groenaanleg behorende constructies', paragraaf 17 'Transferten voor verwerking van groenafval' en beheerwerken (beperkt tot twee jaar onderhoud na investeringen en via aanbesteding) volgens de paragrafen 11 tot en met 16.
 
  • Werken aan waterlopen:
    Hiermee wordt bedoeld alle werken gerelateerd aan groenaanleg en natuurontwikkeling, zoals beschreven in hoofdstuk 13 van het standaardbestek 250, meer bepaald paragraaf 2 'Beschermingswerken' en beheerwerken (beperkt tot twee jaar onderhoud na investeringen en via aanbesteding) volgens paragraaf 1.
     
  • Andere werken mbt groenaanleg en natuurontwikkeling:
    Hiermee wordt bedoeld alle werken gerelateerd aan groenaanleg en natuurontwikkeling, zoals beschreven in de andere hoofdstukken van het standaardbestek 250 en daarbuiten.

Welke kosten vallen onder ‘aanleg van infrastructuur (met inbegrip van (half-) verharding’, voor projectvoorstellen type A?
  • Voorbereidende werken en grondwerken voor de aanleg van infrastructuur:
    Hiermee wordt bedoeld alle voorbereiden werken en grondwerken gerelateerd aan de aanleg van infrastructuur, zoals beschreven in hoofdstuk 4 van het standaardbestek 250, meer bepaald paragraaf 1 'Voorbereidende werken', paragraaf 2 'Droog grondverzet'.
     
  • Allerhande werken zoals bedoeld in het hoofdstuk 9 van het typebestek 250 en voor zover nodig voor de realisatie van de natuuroplossing:
    Hiermee wordt bedoeld alle werken gerelateerd aan de aanleg van infrastructuur, zoals beschreven in hoofdstuk 9 van het standaardbestek 250, meer bepaald paragraaf 23 'Terugplaatsen van afsluitingen en muurtjes', paragraaf 24 'Metalen afsluitingen met draadgaas', paragraaf 25 'Metalen toegangspoort'.
     
  • Het aankopen en plaatsen van (natuurbelevings)infrastructuur die niet is voorzien in standaardbestek 250:
    Hiermee wordt bedoeld alle werken gerelateerd aan de aanleg van infrastructuur die niet zijn voorzien in het standaardbestek 250 zoals het aankopen en plaatsen van banken, speeltoestellen en andere (natuurbelevings)infrastructuur.
     
  • Voorbereidende werken en grondwerken voor (half-)verharding:
    Hiermee wordt bedoeld alle voorbereidende werken en grondwerken gerelateerd aan de aanleg van verhardingen en halfverhardingen, zoals beschreven in hoofdstuk 4 van het standaardbestek 250, meer bepaald paragraaf 1 'Voorbereidende werken', paragraaf 2 'Droog grondverzet', paragraaf 4 'Grondwerk voor onbevaarbare waterlopen', paragraaf 5 'Geschikt maken van de zate van de ophoging en van het baanbed in uitgraving', paragraaf 7 'Wapenen van bodem', paragraaf 10 'Verwerken van teelaarde'.
     
  • Onderfunderingen en funderingen:
    Hiermee wordt bedoeld alle werken gerelateerd aan de aanleg van verhardingen en halfverhardingen, zoals beschreven in hoofdstuk 5 van het standaardbestek 250, meer bepaald paragraaf 1 'Bescherming van de onderfundering of de fundering', paragraaf 2 'Wapenen van de onderfundering of fundering', paragraaf 3 'Onderfunderingen', paragraaf 4 'Funderingen'.
     
  • Verhardingen en halfverhardingen:
    Hiermee wordt bedoeld alle werken gerelateerd aan de aanleg van verhardingen en halfverhardingen, zoals beschreven in hoofdstuk 6 van het standaardbestek 250, meer bepaald paragraaf 1 'Cementbetonverhardingen', paragraaf 2 'Bitumineuze verhardingen', paragraaf 3 'Bestratingen', paragraaf 4 'Andere verhardingen'.
     
  • Lijnvormige elementen:
    Hiermee wordt bedoeld alle werken gerelateerd aan de aanleg van verhardingen en halfverhardingen, zoals beschreven in hoofdstuk 8 van het standaardbestek 250, meer bepaald paragraaf 1 'Trottoirbanden (borduren), trottoirbandenwatergreppels en schampkanten', paragraaf 3 'Kantstroken en watergreppels', paragraaf 4 'Gronddammen'.
     
  • Andere werken mbt aanleg van infrastructuur of (half-)verhardingen:
    Hiermee wordt bedoeld alle werken gerelateerd aan de aanleg van infrastructuur, zoals beschreven in de andere hoofdstukken van het standaardbestek 250 met onder andere hoofdstuk 7 'Rioleringen en afvoer van water', hoofdstuk 9 'allerhande werken' en hoofdstuk 13 'Werken aan waterlopen'.

Welke kosten vallen onder ‘voorbereiding en begeleiding’, voor projectvoorstellen type A?
Enkel aantoonbare kosten (via factuur of uitdraai van analytische boekhouding) komen in aanmerking. Inrichtingskosten worden verminderd met eventuele inkomsten van de uitvoering van het gefinancierd werk, behoudens de inkomsten ten gevolge van de verkoop van het gekapt hout.

Deze kosten moeten rechtstreeks verband houden met de concrete projectrealisatie en noodzakelijk zijn voor de goede uitvoering ervan. 

Komen bv. niet in aanmerking: kosten voor catering, de huur van zalen, opleidingen, personeelskost van overheidspersoneel… 

Komen bv. wel in aanmerking: projectcoördinatie, werfcoördinatie op het terrein, opmeting van het terrein (landmeter), opmaak van ontwerp/inrichtingsplannen, opmaak van het administratief dossier, niet wettelijke verplichte (detail)studies/onderzoek na voorafgaande algemene haalbaarheidsstudie…

Welke kosten vallen onder ‘aanleg van verhardingen en halfverhardingen’, voor projectvoorstellen type B?
  • Voorbereidende werken en grondwerken voor (half-)verharding:
    Hiermee wordt bedoeld alle voorbereidende werken en grondwerken gerelateerd aan de aanleg van verhardingen en halfverhardingen, zoals beschreven in hoofdstuk 4 van het standaardbestek 250, meer bepaald paragraaf 1 'Voorbereidende werken', paragraaf 2 'Droog grondverzet', paragraaf 4 'Grondwerk voor onbevaarbare waterlopen', paragraaf 5 'Geschikt maken van de zate van de ophoging en van het baanbed in uitgraving', paragraaf 7 'Wapenen van bodem', paragraaf 10 'Verwerken van teelaarde'.
     
  • Onderfunderingen en funderingen:
    Hiermee wordt bedoeld alle werken gerelateerd aan de aanleg van verhardingen en halfverhardingen, zoals beschreven in hoofdstuk 5 van het standaardbestek 250, meer bepaald paragraaf 1 'Bescherming van de onderfundering of de fundering', paragraaf 2 'Wapenen van de onderfundering of fundering', paragraaf 3 'Onderfunderingen', paragraaf 4 'Funderingen'.
     
  • Verhardingen en halfverhardingen:
    Hiermee wordt bedoeld alle werken gerelateerd aan de aanleg van verhardingen en halfverhardingen, zoals beschreven in hoofdstuk 6 van het standaardbestek 250, meer bepaald paragraaf 1 'Cementbetonverhardingen', paragraaf 2 'Bitumineuze verhardingen', paragraaf 3 'Bestratingen', paragraaf 4 'Andere verhardingen'.
     
  • Lijnvormige elementen:
    Hiermee wordt bedoeld alle werken gerelateerd aan de aanleg van verhardingen en halfverhardingen, zoals beschreven in hoofdstuk 8 van het standaardbestek 250, meer bepaald paragraaf 1 'Trottoirbanden (borduren), trottoirbandenwatergreppels en schampkanten', paragraaf 3 'Kantstroken en watergreppels', paragraaf 4 'Gronddammen'.

    Andere werken mbt aanleg van infrastructuur of (half-)verhardingen:
    Hiermee wordt bedoeld alle werken gerelateerd aan de aanleg van infrastructuur, zoals beschreven in de andere hoofdstukken van het standaardbestek 250 met onder andere hoofdstuk 7 'Rioleringen en afvoer van water', hoofdstuk 9 'allerhande werken' en hoofdstuk 13 'Werken aan waterlopen'.

Welke kosten vallen onder ‘andere kosten’, voor projectvoorstellen type B?
Voor een projectvoorstel type B vallen hier alle kosten onder die niet thuishoren onder ‘aanleg van verhardingen en halfverhardingen’.