Hieronder leest u meer informatie over de aanstelling van bijzondere veldwachters als toezichthouder op de milieubeheerregelgeving, in lijn met het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving vanaf 1 april 2026.
| Belangrijk: om de overschakeling vlot te laten verlopen, vragen we aan de aanstellers van een of meerdere bijzondere veldwachters om vóór 15 maart 2026 de keuze van elke bijzondere veldwachter door te geven via dit aanmeldingsformulier > |
Een bijzondere veldwachter (BVW) heeft een uniek statuut dat federaal geregeld wordt in artikel 61 van het Veldwetboek van 7 oktober 1886:
- “In de plattelandsgemeenten hebben openbare instellingen en bijzondere personen het recht bijzondere wachters aan te stellen om hun vruchten en gewassen, de vruchten en gewassen van hun pachters of huurders en hun eigendommen van welke aard ook te beschermen, alsmede om hun vis- en jachtterreinen te bewaken. Die wachters zijn bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie in de gevallen waarvoor ze bevoegd zijn om misdrijven op te sporen en vast te stellen. De aanstellers zijn gehouden hen door de provinciegouverneur te doen erkennen, [...] de procureur des Konings gehoord, en in de benoemingsakte de aard en de ligging aan te wijzen van de goederen die onder hun bewaking staan.”
In 2009 werden bijzondere veldwachters, op grond van artikel 16.5.12 van het Milieuhandhavingsdecreet (Titel XVI DABM), ook bevoegd verklaard om alle milieumisdrijven van Vlaamse jacht-, riviervisserij-, bos- en natuurregelgeving op te sporen en vast te stellen.
Vanaf 1 april 2026
- Vervalt het artikel in het DABM waardoor de bijzondere veldwachter terugvalt op de bevoegdheid uit het Veldwetboek en niet langer kan handhaven op de Vlaamse milieubeheerregelgeving.
- Kan een bijzondere veldwachter voorgedragen worden om aangesteld te worden als toezichthouder op de milieubeheerregelgeving in lijn met het nieuwe Kaderdecreet Vlaamse Handhaving (KVH).
- Voor bijzondere veldwachters die vóór 1 april 2026 in functie zijn, is er een overgangsperiode van maximaal 5 jaar waarin de bijzondere veldwachter de bevoegdheden van vóór 1 april 2026 behoudt.
Van de overgangsperiode kan een bijzondere veldwachter enkel gebruik maken als die vanaf 1 april 2026 voldoet aan de gestelde voorwaarden.
Vanaf 1 april 2026 voert de bijzondere veldwachter onder andere geen jacht of bestrijding uit in het gebied waarin die als toezichthouder is aangesteld. We verwijzen naar de voorwaarden gekoppeld aan de aanstelling als toezichthouder hieronder.
De overgangsmaatregel loopt voor de lopende duurtijd van de aanstelling tot aan de opheffing ervan en ten laatste tot en met 31 maart 2031.
Drie keuzes voor bijzondere veldwachter
De bijzondere veldwachter moet dus een keuze maken:
- OPTIE 1: enkel bijzondere veldwachter, geen toezichthouder.
Personen aangesteld als bijzondere veldwachter op basis van artikel 61 Veldwetboek kiezen in deze optie om enkel op basis van artikel 61 te handhaven. Zij worden geen toezichthouder op een deel van de milieubeheerregelgeving. De bijzondere veldwachter die op 1 april 2026 al in functie was, valt vanaf 1 april 2026 terug op de bevoegdheid uit het Veldwetboek en handhaaft niet langer op de Vlaamse milieubeheerregelgeving. - OPTIE 2: bijzondere veldwachter en tijdelijk toezichthouder (uitdoofscenario).
Deze optie is enkel beschikbaar voor de bijzondere veldwachters die op 1 april 2026 in functie zijn. De bijzondere veldwachter maakt vanaf 1 april 2026 gebruik van de overgangsbepaling en laat zich niet voordragen om aangesteld te worden als toezichthouder op de milieubeheerregelgeving. De bijzondere veldwachter behoudt daarbij de bevoegdheden uit het Veldwetboek en kan tot maximaal 31 maart 2031 de bevoegdheden uit artikel 16.5.12 van het DABM blijven uitoefenen als toezichthouder. Deze optie is dus een uitdoofscenario. - OPTIE 3: bijzondere veldwachter én toezichthouder.
De bijzondere veldwachter laat zich voordragen om aangesteld te worden als toezichthouder op de milieubeheerregelgeving. De bijzondere veldwachter behoudt daarbij ook de bevoegdheden uit het Veldwetboek. Tussen 1 april 2026 en de effectieve aanstelling maakt de bijzondere veldwachter die vóór 1 april 2026 al in functie was, gebruik van de overgangsbepaling.
Voorwaarden voor aanstelling als toezichthouder
Naast de voorwaarden uit hoofdstuk III van het koninklijk besluit tot regeling van het statuut van de bijzondere veldwachter van 10 september 2017 moet de aanstelling als toezichthouder ook gebeuren onder de voorwaarden uit het Kaderdecreet Vlaamse handhaving (KVH). Dit zijn de bijkomende voorwaarden:
- De bevoegdheid als toezichthouder is beperkt tot de terreinen waarvoor de bijzondere veldwachter is aangesteld op basis van artikel 61 Veldwetboek. In het aanstellingsbesluit als toezichthouder kan deze territoriale bevoegdheid verder beperkt worden tot een deel van die terreinen.
- De bijzondere veldwachter voert geen jacht, bijzondere bejaging of bestrijding uit in het gebied waarin die wordt aangesteld als toezichthouder.
- Er is geen proces-verbaal in opmaak of hangende bij het parket of de beboetingsinstantie.
- De bijzondere veldwachter is niet veroordeeld wegens een misdrijf waarbij daden van geweld of weerspannigheid zijn gepleegd.
- De bijzondere veldwachter is niet vervallen verklaard (geheel of gedeeltelijk) van de rechten vermeld in artikel 123 sexies van het Strafwetboek.
- Een persoon kan alleen worden aangewezen als toezichthouder bevoegd voor de omgevingshandhaving als die een opleiding heeft gevolgd. Personen die over de nodige kennis en eigenschappen beschikken, maar de vereiste opleiding nog niet gevolgd hebben, krijgen uitstel van de opleidingsverplichting voor een niet-verlengbare termijn van 5 jaar.
Aanstellingsprocedure
De aanstelling van een bijzondere veldwachter als toezichthouder op de milieubeheerregelgeving gebeurt:
- op voordracht van degene die de bijzondere veldwachter heeft aangesteld overeenkomstig artikel 61 Veldwetboek én met het voorafgaande akkoord van de betrokken bijzondere veldwachter.
- voor het grondgebied waarvoor die is aangesteld op basis van artikel 61 Veldwetboek en kan verder territoriaal worden ingeperkt.
- door de leidend ambtenaar van het Agentschap voor Natuur en Bos.
| Belangrijk: om de overschakeling vlot te laten verlopen, vragen we aan de aanstellers van een of meerdere bijzondere veldwachters om vóór 15 maart 2026 de keuze van elke bijzondere veldwachter door te geven via dit aanmeldingsformulier > |
Na ontvangst van deze keuze ontvangt de aansteller van het Agentschap voor Natuur en Bos een link naar een beveiligde omgeving waar de info voor het aanstellingsdossier moet opgeladen worden.
Deze info is nodig om een aanstellingsdossier samen te stellen:
- Naam, voornaam, adres en geboortedatum van de bijzondere veldwachter die aangesteld wil worden als toezichthouder op de milieubeheerregelgeving
- Foto van de identiteitskaart (beide zijden)
- Een Shapefile met weergave van de terreinen waarop de bijzondere veldwachter als toezichthouder bevoegd wordt. Wanneer geen Shapefile kan bezorgd worden, moeten alle capakeys van de percelen waarop de bijzondere veldwachter aangesteld wil worden als toezichthouder worden meegedeeld.
- Het aanstellingsbesluit als bijzondere veldwachter conform artikel 61 Veldwetboek
- De goedkeuring van de aansteller en het ondertekende akkoord van de bijzondere veldwachter in kwestie om als toezichthouder te worden aangesteld
- Uittreksel strafregister waaruit blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden uit artikel 6, §5 3° 4° 5° van het Omgevingshandhavingsbesluit (OHB).
- Verklaring op eer dat voldaan wordt aan de voorwaarden van artikel 6, §5, 1° van het Omgevingshandhavingsbesluit (OHB)
- Het mailadres van de aansteller van de bijzondere veldwachter
Na ontvangst van het dossier ontvangt u een volledigheidsverklaring per mail.
Het dossier wordt vervolgens samengesteld en voorgelegd aan de leidend ambtenaar van het Agentschap voor Natuur en Bos.
Het aanstellingsbesluit wordt na ondertekening gepubliceerd in het Belgisch staatsblad en zal ook opgeladen worden op de website van het Agentschap voor Natuur en Bos
Regelgeving
Regelgeving uit het pakket milieubeheer waarvoor een bijzondere veldwachter als toezichthouder aangesteld kan worden.
|