Boscompensatie

Afbeelding
Icoon Bomen en Bossen
Om evenveel bos te behouden in Vlaanderen moet ontbossing doorgaans gecompenseerd worden. Dat kan door elders bomen aan te planten of met een financiële bosbehoudsbijdrage. Dat geld wordt ingezet om nieuw bos te realiseren.
 

Boscompensatieplicht

Om een gelijkwaardig bosareaal te behouden in Vlaanderen geldt er een boscompensatieplicht voor:  Ontbossing is slechts uitzonderlijk mogelijk in Vlaanderen. In die gevallen moet men eerst een omgevingsvergunning tot ontbossing bekomen. Een goedgekeurd boscompensatievoorstel geldt als voorwaarde bij die vergunning.
 

Boscompensatievoorstel

De aanvrager voegt een boscompensatievoorstel bij zijn aanvraag van de omgevingsvergunning tot ontbossing of de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden. Daarop vermeldt de aanvrager  de te ontbossen oppervlakte en de manier waarop de compensatie zal uitgevoerd worden. 

Vrijstellingen boscompensatie

  • Voor ontbossing ter realisatie van Europese natuurdoelen
    De compensatieplicht geldt niet voor ontbossing ter realisatie van Europese natuurdoelen, op voorwaarde dat die ontbossing is opgenomen in een goedgekeurd beheerplan. Er blijft wel een omgevingsvergunning nodig voor de ontbossing. Let wel: voor natuurreservaten kan een vrijstelling gelden.
  • Voor spontane bebossing
    De compensatieplicht geldt niet voor gronden die spontaan zijn bebost na de invoering van het Bosdecreet (1990) als die spontane bebossing jonger is dan 22 jaar. Gronden die al spontaan waren bebost vóór 1990 blijven wel aan de compensatieplicht onderworpen. Voor de ontbossing van spontane bebossingen blijft wel een omgevingsvergunning tot ontbossing vereist (behalve voor spontane bebossingen van private bossen in het agrarisch gebied). Natuur en Bos moet ook een advies formuleren over de ontbossing.
  • Voor sociale redenen bij woningbouw
    Deze uitzondering geldt voor het ontbossen van de eerste 5 are op een kavel kleiner dan 12 are in zones met als bestemming woongebied in de ruime zin of daarmee gelijk te stellen gebied. De uitzondering kan eenmalig worden verkregen. Bovendien moet de aanvrager een natuurlijk persoon zijn die op datum van de aanvraag nog over niet de volle eigendom van een woning beschikt.
     

Boscompensatie bij verkavelingen

De compensatieplicht voor de verkavelaar werd ingevoerd door een wijziging van het Bosdecreet en geldt voor alle verkavelingen aangevraagd na 23 maart 2001. 

De verkavelaar moet compensatie geven voor iedere beboste oppervlakte binnen de verkaveling, zowel de beboste oppervlakte van de kavels als de beboste oppervlakte waarop werkzaamheden door de verkavelaar moeten worden uitgevoerd (de aanleg van wegen, van ruimten van openbaar nut en dergelijke meer). De verkavelaar kan in zijn verkavelingsaanvraag wel de te behouden beboste groene ruimten aanduiden. Die mag de verkavelaar in mindering brengen van de te compenseren oppervlakte. De verkavelaar duidt dus zelf aan wat ontbost zal worden en wat als bos behouden moet blijven.

De compensatieplicht wordt gekoppeld aan de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden en bovendien kunnen de kavels alleen worden doorverkocht als de verkavelaar volledig voldaan heeft aan de opgelegde compensatievoorwaarden. Het behoud van deze groene ruimten wordt in de verkavelingsvoorschriften opgenomen. 

Voor de aanvraag van een omgevingsvergunning tot ontbossing in die verkavelingen moet de gemeente niet opnieuw de vergunning tot ontbossing voorleggen voor advies aan Natuur en Bos. Bovendien vervalt de compensatieplicht, omdat die al ten laste valt van de verkavelaar. Ontbossing in verkavelingen die vóór 23 maart 2001 zijn aangevraagd, moeten nog altijd worden gecompenseerd door de houder van de omgevingsvergunning tot ontbossing.

Ontbossing in verkavelingen van de ‘als bos te behouden groene ruimten’ is alleen mogelijk na een verkavelingswijziging en de bijhorende compensatie.
 

Berekening boscompensatie

Om een gelijkwaardig bosareaal te bekomen wordt de oppervlakte van de ontbossing in m² vermenigvuldigd met een boscompensatiefactor. Deze factor is afhankelijk van de ecologische waarde van het bos, waarbij de boomsoortensamenstelling bepalend is. Ze varieert van 1 tot 3 zoals weergegeven in onderstaande tabel.

De hoogste compensatiefactor (dus maal 3) geldt voor bossen met aanwezigheid van een of meerdere Europees te beschermen boshabitats. Bestanden die voor minstens 80% uit cultuurpopulier bestaan, vallen in de klasse niet-inheems loofbos (factor maal 1).
 
Type bos Boscompensatiefactor
Niet-inheems loofbos en/of naaldbos: grondvlak bestaat uit minstens 80% niet - inheems loofhout, naaldhout of een menging hiervan 1
Gemengd bos: grondvlak inheems loofhout ligt tussen 20 en 80% 1,5
Inheems loofbos: grondvlak bestaat uit minstens 80% inheems loofhout 2
Bos dat beantwoordt aan een of meerdere van de volgende habitatcodes:
2160: Duinen met Hyppophae rhamnoides 
2170: Duinen met Salix repens ssp. Argentea (Salicion arenariae)
2180: Beboste duinen van het Atlantische, Continentale en Boreale kustgebied
9110: Beukenbossen van het type Luzulo-Fagetum
9120: Zuurminnende Atlantische beukenbossen met ondergroei van Ilex of soms Taxus (Quercion robori-petraeae if Ilici-Fagion)
9130: Beukenbossen van het type Asperulo-Fagetum
9150: Midden-Europese kalkminnende beukenbossen behorend tot het Cephalanthero-Fagetum
9160: Sub-Atlantische en midden-Europese wintereikenbossen of eikenhaagbeukbossen behorend tot het Carpinion-betuli
9190: Oude zuurminnende eikenbossen met Quercus robur op zandvlakten
91D0: Veenbossen
91 E0: Alluviale bossen met Alnion glutinosa en Fraxinus excelsior (Alno-Padion, Alnion incanae, Salicion albae)
91 F0: Gemengde eiken-iepen-essenbossen langs de oevers van grote rivieren met Quercus robur, Ulmus laevis, Fraxinus excelsior of Fraxinus angustifolia (Ulmenion minoris)
3

Het grondvlak wordt gedefinieerd als de som van de gezamenlijke oppervlakte van de stamdoorsneden van de bomen op een perceel, gemeten op 1,5 m hoogte en uitgedrukt in m² per hectare.
 

Drie manieren van boscompensatie

Boscompensatie is verplicht, maar u kiest zelf op welke manier u compenseert. De aanvrager van de omgevingsvergunning tot ontbossing of omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden kan kiezen uit drie mogelijkheden om aan de boscompensatievoorwaarde te voldoen: 
  1. Zelf een compenserende bebossing uitvoeren (boscompensatie in natura)
  2. Een compenserende bebossing uitvoeren via een derde die zich daarvoor garant stelt. (boscompensatie in natura door een derde) 
  3. Financiële boscompensatie
     
Ook een combinatie van die drie maatregelen is mogelijk.

Boscompensatie in natura
Als de aanvrager een compenserende bebossing wil (laten) uitvoeren, dan moet een beplantingsplan van de voorgestelde percelen worden toegevoegd bij het compensatievoorstel. 
U kunt alleen een bos elders aanplanten als u aan de volgende voorwaarden voldoet:
  • Het perceel waarop u het compensatiebos wilt aanplanten, is bij de indiening van de aanvraag nog niet bebost.
  • U voert de bebossing uit in zones met als bestemming groengebied, natuurontwikkelingsgebied, parkgebied, buffergebied, bosgebied, bosuitbreidingsgebied, agrarisch gebied in de ruime zin, recreatiegebied, gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen of in een zone die vergelijkbaar is met al die gebieden, zoals die zijn aangeduid op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen.
     
Als u zelf niet over grond beschikt om te bebossen, kunt u een kijkje nemen op www.boscompenseren.be. Daar vindt u contactgegevens van eigenaars die gronden ter beschikking stellen voor boscompensatie.

Op het ogenblik van de aanvraag moet de aanvrager in het bezit zijn van alle wettelijk vereiste vergunningen en adviezen die nodig zijn om over te gaan tot de bebossing van de voorgestelde percelen. 

De compenserende bebossing moet uitgevoerd zijn uiterlijk twee jaar na de datum waarop de omgevingsvergunning tot ontbossing mag worden gebruikt. Normaal is dat 35 dagen na de aanplakking van de vergunning (de aanplakking gebeurt maximaal 10 dagen na de datum van de vergunning).

De compenserende bebossing moet minstens 25 jaar in stand worden gehouden en uitgevoerd worden volgens het door Natuur en Bos goedgekeurd beplantingsplan.

De persoon die de compenserende bebossing uitvoert, moet dat minstens 30 dagen voor de start melden aan Natuur en Bos

Financiële boscompensatie 
De financiële boscompensatie wordt als volgt berekend:
  • Oppervlakte ontbossing (in m²) x boscompensatiefactor x 3,70 euro/m²
     
De bosbehoudsbijdrage bedraagt vanaf 01/07/2021 3,70 euro en wordt jaarlijks geïndexeerd. Concreet houdt dit in dat u 11,10 euro/m² betaalt als financiële boscompensatie voor Europese boshabitats, 7,40 euro/m² voor inheems loofbos, 5,55  euro/m² voor gemengd bos en 3, 70  euro/m² voor naaldbos of niet-inheems loofbos.

De bosbehoudsbijdrage moet worden betaald binnen vier maanden na de datum waarop de omgevingsvergunning tot ontbossing mag worden gebruikt. Normaal is dat 35 dagen na de aanplakking van de vergunning (de aanplakking gebeurt maximaal 10 dagen na de datum van de vergunning). De betalingstermijn begint dus te lopen ten laatste 45 dagen na de datum van de vergunning.
 

Attest en controle

Als de compenserende bebossing volledig is uitgevoerd en door Natuur en Bos ter plaatse werd gecontroleerd, kan dat op verzoek van de vergunninghouder geattesteerd worden.

Bij een verkavelingsaanvraag kan op verzoek van de vergunninghouder een attest worden afgeleverd door Natuur en Bos, dat bevestigt dat de compensatiemaatregelen vervuld zijn (zowel bij een compensatie in natura als bij een financiële compensatie). Dat attest moet bij de verkoopakte van de kavel gevoegd worden. Zonder dit attest mogen de kavels niet verkocht worden!

Vijf jaar na het afleveren van een attest voor een compenserende bebossing voert Natuur en Bos ter plaatse een controle uit. Als blijkt dat de aanplanting niet geslaagd is, kan Natuur en Bos de bebossing ambtshalve zelf uitvoeren of hiervoor een beroep doen op derden. De kosten van die werkzaamheden en van het onderhoud gedurende vijf jaar na de aanplanting zijn voor de aanvrager. Een aanplanting wordt pas als geslaagd beschouwd als ten minste 80% van het aangeplante stamtal bij de controle nog in leven is en die levende bomen en struiken regelmatig gespreid over het terrein voorkomen.

Goedgekeurde compensatie die niet wordt uitgevoerd binnen de voorziene termijnen, is een schending van de voorwaarden waaronder de vergunning werd afgeleverd. De overtreder stelt zich dan ook bloot aan vervolging voor het begaan van een stedenbouwkundig misdrijf.
 

Wat gebeurt er met de bosbehoudsbijdrage?

Het geld dat als bosbehoudsbijdrage gestort wordt, is steeds bedoeld voor de realisatie van bosaanleg ter compensatie van de ontbossing. Het geld wordt ingezet voor aankoop van te bebossen gronden door Natuur en Bos. Maar ook lokale besturen, natuurverenigingen en gewone burgers kunnen door middel van een jaarlijkse projectoproep ondersteuning krijgen van Natuur en Bos voor het verwerven van te bebossen gronden. 

Uiteraard is het steeds beter om ontbossing te vermijden. Dat is de beste bijdrage aan de natuur. De site www.boscompenseren.be is in het leven geroepen om mensen te helpen bij het zoeken naar gronden om te bebossen. U vindt er zowel een aanbod aan als vraag naar gronden die bebost kunnen worden.