Veelgestelde Vragen – FAQ Projectoproep Natuur in je School

Ik heb een vraag: wie helpt mij verder?
Alle informatie is terug te vinden in het reglement of op de website www.natuurinjeschool.be. 
Vind je het antwoord hier (nog) niet terug, stuur dan een mail naar natuurinjeschool.anb@vlaanderen.be.

Ik weet (te) weinig van groenaanleg en natuurontwikkeling, hoe pak ik zo’n project aan?
Voor scholen verwijzen we graag door naar MOS Vlaanderen (www.mosvlaanderen.be). Verder zijn er tal van lokale actoren (bv. natuurverenigingen, regionale landschappen of bosgroepen) of bedrijven met zeer veel kennis en ervaring in groenaanleg en natuurontwikkeling die je kunnen bijstaan. Met vragen over instandhoudingsdoelstellingen (IHD), bos (uitbreiding, aanleg, kap), beschermde soorten en vegetaties en bestaande natuurbeheerplannen kun je terecht bij Natuur en Bos.

Neem zeker eens een kijkje bij de ‘nuttige informatie en links’ op de website om de voordelen van een groene speelplaats te ontdekken, voorbeelden van andere scholen te zien of om bij te leren over groenaanleg en natuurontwikkeling.

Wat is een natuuroplossing? 
Een natuuroplossing is een ingreep die gebruik maakt van de ecosysteemdiensten van natuurlijke of aangepaste ecosystemen om maatschappelijke uitdagingen aan te pakken, en tegelijkertijd voordelen oplevert voor zowel de mens als de biodiversiteit. Die ingrepen omvatten de bescherming, de aanleg of het herstel van deze ecosystemen, en het duurzaam gebruik ervan.

Anders gezegd: Een natuuroplossing gebruikt de kracht van de natuur om maatschappelijke noden op te lossen. En door deze aanpak te volgen zijn er zowel voordelen voor de biodiversiteit als het menselijk welzijn. Of in het geval van Natuur in je School: voordelen voor de een robuuste en veerkrachtige Vlaamse natuur en voordelen voor het mentaal en fysiek welzijn van leerlingen, personeel en andere gebruikers binnen de onderwijsmissie.

Wat wordt bedoeld met ‘het schoolbestuur van een onderwijsinstelling’? 
Hiermee wordt het bestuur van een school of onderwijsinstelling bedoeld. Dat kan individueel of gegroepeerd zijn. De aanvrager kan dus de directie van een school zijn of de overkoepelende organisatie. Gezien een aanvrager slechts financiering kan ontvangen voor één project kan een het bestuur (bv. een scholengroep) hierover best afspraken maken, of intern communiceren over de intentie om een projectvoorstel in te dienen.

Ik ben geen eigenaar van de grond, kan ik een projectvoorstel indienen?
Ja, als beheerder kun je ook een projectvoorstel indienen. Belangrijk is dan wel dat je een mandaat van beheer toevoegt. Daaruit moet enerzijds blijken dat je het project mag uitvoeren op de betrokken gronden van de eigenaar en anderzijds dat je het project voor minstens 10 jaar in stand kunt houden.

Wat is een mandaat?
Dat is een bewijs dat aantoont dat degene die het projectvoorstel indient hiertoe gemachtigd is door de aanvragende entiteit/school/scholengroep en door de eigenaar van de grond waarop het projectvoorstel van toepassing is. 

Dien je met meerdere partners samen een projectvoorstel in? Dan moet je in het aanvraagdossier voor elke partner de naam en een bewijs van mandaat toevoegen. Dit toont aan dat de aanvrager gemachtigd is om het projectvoorstel in te dienen namens de betrokken partner. Met een partner wordt een entiteit bedoeld die verantwoordelijkheid heeft in de uitvoering van het project en daarvoor mensen en middelen ter beschikking stelt zonder daarvoor door de aanvrager of een andere partner te worden vergoed.

Is een partner, die niet de aanvrager is, eigenaar van de betrokken gronden? 
Is noch de aanvrager noch één van de partners eigenaar van de betrokken gronden? Dan wordt een bewijs van de toestemming van de eigenaar voor het uitvoeren van de project op diens gronden en de garantie op de minimale instandhouding van de werken als bijlage toegevoegd.

Wat is (half-) verharding?
Dit is feitelijk alles wat géén onverhard grondoppervlak is. Een onverharde pad ontstaat door betreding van de ondergrond (door mens of dier) of door een mechanische handeling zoals maaien, herprofileren of beperkte bodembewerkingen. Er werden geen externe materialen toegepast bij de aanleg van het pad.

Voorbeelden van onverharde paden zijn dus grondpaden, paden begroeid met gras of zijn een combinatie van beiden (bv. karrenspoor). Typische verhardingen bestaan uit beton, natuursteen of klinkers; halfverhardingen uit grind, dolomiet of gebroken puin. Minder voor de hand liggende voorbeelden van verhardingen of halfverhardingen zijn knuppelpaden, gefundeerd gras en aangevoerd zand. Voor meer informatie over verhardingen en halfverhardingen kun je terecht in het technisch vademecum ‘Paden en verhardingen’.

Wat is waterinfiltratie en waterretentie?
Met waterinfiltratie wordt het doorsijpelen van regenwater naar het grondwater bedoeld. Voorbeelden van natuuroplossingen die de waterinfiltratie versterken, zijn het opbreken van verhardingen, wadi’s, groene infiltratiestroken, regentuinen en heel wat van onze natuurlijke vegetaties (bv. heide en graslanden).

Met waterretentie wordt het tijdelijk vasthouden van water bedoeld na bijvoorbeeld een wolkbreuk. Dit water kan dan infiltreren in de bodem of geleidelijk afgegeven worden om wateroverlast stroomafwaarts te beperken. Voorbeelden van natuuroplossingen die de waterretentie versterken, zijn natuurlijke buffer- of wachtbekkens, het gebruik van depressies in de bodem, regentuinen en de goedgekozen aanleg van onze natte natuurtypes zoals moerassen, natte bossen en graslanden, en bepaalde waterpartijen.

Hoe weet ik wat inheemse planten en struiken zijn?
Via de zoekfunctie van ecopedia.be kun je van elke plant opzoeken of hij hier thuishoort. Vind je een struik of plant niet terug op Ecopedia, dan komt hij niet van nature bij ons voor. Je kunt ook afgaan op het label ‘plantvanhier’. Ook of het een (invasieve ofwel gevaarlijke) exoot is kun je terugvinden op ecopedia.be.

Hoe weet ik wat inheemse bomen zijn?
Via ecopedia.be kun je onze inheemse boomsoorten ontdekken. Vind je een boom niet terug op Ecopedia, dan komt hij niet van nature bij ons voor.

Wat zijn exoten en cultivars?
Exoten zijn planten en bomen die van nature niet bij ons voorkomen. Cultivars zijn veredelde plant- en boomsoorten die gekweekt zijn om ‘mooi’ te zijn, eerder dan functioneel voor bijvoorbeeld insecten.

Wat is een ecosysteem?
Het samenhangend geheel van levende (bv. planten en dieren) en niet-levende elementen (bv. water, bodem en rotsen) die het samenleven van levende organismen in een bepaald gebied kenmerken. Typerend voor een ecosysteem is de aanwezigheid van een netwerk van relaties tussen soorten (bv. een voedselweb) en van kringlopen (voedingsstoffen, water…). Grote ecosystemen zijn bossen en moerassen en rivieren; kleine zijn poelen en zelfs individuele boomholtes. Voor meer informatie kun je terecht op Ecopedia. 

Wat zijn spontane natuurlijke processen?
Dit zijn de processen die een ecosysteem maken tot wat het is: het voedselweb, primaire productie (plantengroei via fotosynthese) en afbraakprocessen van organisch materiaal, bodemvormingsprocessen, de verschillende kringlopen (o.a. de stikstofkringloop, de koolstofkringloop, de waterkringloop en de biogeochemische kringloop). Deze processen zijn een gevolg van de aanwezigheid van soorten, de interactie van die soorten met hun leefomgeving en met elkaar, of de natuurlijke chemische processen in de bodem.
De afbraak van organisch materiaal bijvoorbeeld is cruciaal voor het behoud van bodemvruchtbaarheid en waterzuivering en ondersteunt zo de groei van planten, de dieren die planten eten en dus ook onze voedselproductie.

Waarom is (een onverstoorde) bodem zo belangrijk?
De bodem is letterlijk de basis van alles. De eigenschappen van een bodem worden bepaald door de wisselwerking tussen aan de ene kant het substraat (bv. zand of leem) en het water, en aan de andere kant de vegetatie en het bodemleven. Door die wisselwerking vinden er allerhande chemische en ecologische processen (bv. verwering en afbraakprocessen) plaats en ontstaan er kringlopen (bv. de water- en nutriëntenkringloop). Door die wisselwerking vind je in een natuurlijke bodem verschillende lagen (bv. de humuslaag) met verschillende eigenschappen en een eigen typisch bodemleven (bv. bacteriën, schimmels, wormen en insecten) afgestemd op die laag. In deze natuurlijke situatie functioneert de bodem optimaal op vlak van bijvoorbeeld koolstofopslag,

bodemvruchtbaarheid en waterbeschikbaarheid. Bij de verstoring van de bodem worden deze lagen en het bijhorende bodemleven vermengd, of in het slechtste geval verwijderd, waarbij het hele systeem zich eerst moet reorganiseren of herstellen, een proces van jaren, vooraleer de optimale conditie terug wordt bereikt.

Wat zijn beschermde vegetaties?
Beschermde vegetaties zijn vegetaties die bedreigd, zeldzaam of kwetsbaar zijn en daardoor door de Vlaamse natuurbehoudsregelgeving beschermd worden. Voorbeelden hiervan zijn bossen, vennen, heiden, moerassen, slikken en schorren, duinvegetaties, bepaalde graslanden, en kleine landschapselementen zoals hoogstamboomgaarden, houtkanten en holle wegen. Dit zorgt ervoor dat activiteiten in, bij of aan natuur - die de natuur wijzigen of schaden - verboden of vergunningsplichtig kunnen zijn. Meer informatie vind je hier.

Wat zijn beschermde soorten?
Beschermde soorten zijn soorten planten en dieren die bedreigd zijn en daardoor door de Vlaamse natuurbehoudsregelgeving beschermd worden. Dergelijke soorten mag je in principe niet doden, vangen, plukken en hun nesten, voortplantingsplaatsen en rustplaatsen mogen niet worden vernietigd of beschadigd. Meer informatie vind je hier.

Een inrichtingsplan, wat is dat?
Dat is een schets van het projectvoorstel met daarop de voorziene beplantingen, infrastructuur of educatieve elementen en (half-)verhardingen. Deze moet voldoende gedetailleerd zijn om enerzijds het project uit te kunnen voeren en anderzijds toe te laten de gevolgen van de werken in te schatten. Het plan moet duidelijke ruimtelijke referenties hebben en inzicht geven in volumes, oppervlaktes en afstanden. Het mag een eenvoudige schets op papier zijn evengoed als een professioneel uitgetekend inrichtingsplan.

bv. De plaats waar je welke bomen inplant, hoe het halfverhard pad zal lopen, waar welke struiken zullen komen en welk zaadmateriaal gebruikt wordt voor de bloemenweide.

Een onderhoudsplan, wat is dat?
Het onderhoudsplan (plan voor beheer) geeft aan welk onderhoud voorzien is voor de instandhouding van het project. Deze beschrijving laat toe om de duurzaamheid van het projectvoorstel te beoordelen. Bv. een grasland dat extensief zal gemaaid worden, welke/of extra voeding gebruikt zal worden, wanneer en hoe vaak het snoeien of maaien zal gebeuren … De kosten voor dat onderhoud maken echter geen deel uit van de financiering. 

Waarom speelt ‘onderhoud’ een rol bij de beoordeling van mijn project?
Het (voorziene) onderhoud van een natuuroplossing heeft een grote impact op de duurzaamheid ervan. Duurzame natuurelementen hebben vervolgens ook een impact op de duurzaamheid van het inzetten ervan in de onderwijsopdracht.

Wat is de ‘gevraagde steun’?
Dit gevraagde bedrag wil de aanvrager ontvangen door middel van zijn projectvoorstel voor Natuur in je School.
Dit bedrag mag maximum 75% van de projectbegroting bedragen. De gevraagde steun is minimum 20.000 euro en maximum 150.000 euro. 

Wat is de projectbegroting?
Dit bedrag komt overeen met alle begrote kosten van de verschillende acties en interventies van het ingediende project waarvoor financiering aangevraagd wordt. Dit bedrag moet overeenkomen met wat er inhoudelijk in de aanvraag vermeld staat.

Wat als het project uiteindelijk meer kost dan begroot?
De minister legt bij ministerieel besluit de geselecteerde projecten ‘Natuur in je School’ en financieringsbedragen vast. Dat betekent dat er nooit meer dan dat bedrag uitbetaald kan worden, ongeacht of het project uiteindelijk meer kost dan begroot.

Wat als het project uiteindelijk minder kost dan begroot?
Natuur in je School financiert maximum 75% van de projectbegroting. Voor bv. een projectbegroting van 100.000 euro en een toegekende financiering van 75.000 euro, betekent dit dat, wanneer de reële kostprijs 80.000 euro blijkt, slechts 60.000 euro zal uitbetaald worden. 

Wat is ‘andere financiering’?
Dit bedrag komt overeen met alle andere financiering (subsidies, toelagen) voor hetzelfde (en eventueel overkoepelende) project. 
Indien er sprake is van cumulatie van subsidies of toelagen moet ANB hierover correct en tijdig over geïnformeerd worden. Het gaat zowel over bevestigde cofinanciering als over cofinanciering die nog niet werd bevestigd. Indien mogelijk in de online aanvraag onder ‘andere subsidies of toelagen’ en ten laatste in het eindrapport. Op basis hiervan kan de financiering van Natuur in je School worden aangepast bij de eindafrekening. 

In het ‘model projectbegroting’ en de aanvraag moet enkel het bedrag van bevestigde cofinanciering opgenomen worden. De som van de bevestigde cofinanciering en de gevraagde steun mag NIET hoger zijn dan de projectbegroting. Indien dit toch zo is kan een aanvraag onontvankelijk verklaard worden.

Wat is het standaardbestek 250?
Het model projectbegroting is opgemaakt volgens de principes van het standaardbestek 250. Hier kan u de catalogus van het standaardbestek 250 terugvinden.

Welke inrichtingskosten en ontwerpkosten komen in aanmerking?
Zie het reglement voor de volledige beschrijving van in aanmerking komende kosten.
In zoverre deze kosten bijdragen aan de uitvoering van het projectvoorstel komen (onder andere) deze kosten in aanmerking:
  • Aankoop plantgoed, bij voorkeur inheems of streekeigen,
  • Werken groenaannemer,
  • Ondersteuning (ontwikkelen van een visie, advies over inheemse aanplantingen, advies over beheer…),
  • Huur materieel, 
  • Ontharding,
  • Aankoop of aanleg van infrastructuur die nodig is voor de realisatie van de natuuroplossing of die bijdraagt aan de effectiviteit ervan (met inbegrip van (half-) verharding), bv. buitenlesbankjes, duurzame en natuurlijke speelinfrastructuur, …
  • Opmaak van een gedetailleerd inplantingsplan,

  •  
Onder andere deze kosten komen niet in aanmerking:
  • Catering of vergoedingen voor vergaderingen,
  • Kosten voor los didactisch materiaal (bv. kruiwagens, emmers, schoppen…),
  • Werkuren van schoolpersoneel,
  • Kosten voor regulier onderhoud,
  • …