Leertraject rond beheer van everzwijnen in de stad (Genk)

De schade door everzwijnen in Limburg blijft problematisch. De dieren voelen zich ook steeds beter thuis in woongebieden. Daarom wordt er vanuit ons agentschap een multidisciplinair team aangesteld om gedurende een jaar een leertraject rond everzwijnbeheer in Genk te leiden. Dat team zal nieuwe methoden uittesten en de bevolking sensibiliseren om zo tot een efficiënt everzwijnbeheer te komen in stedelijke context. Die ervaring willen we daarna toepassen in de rest van Vlaanderen.
Waarom starten we met dit leertraject?
Waarom werd er voor Genk gekozen?
Welke experts zitten in het multidisciplinair team?
Hoe gaat het leertraject in Genk concreet in zijn werk?
Hoe ziet de huidige beheerstrategie eruit?
Wat is het uiteindelijke doel van dit leertraject?
Welke partners zijn betrokken bij dit leertraject?
Hoe lang zal het leertraject duren?
Wat kost dit leertraject?
Hoe evolueert de everzwijnpopulatie in Limburg en de rest van Vlaanderen? 
Tot 2006 was het everzwijn in Vlaanderen zo goed als uitgestorven. Waaraan is de pijlsnelle terugkeer te wijten?
Everzwijnen laten zich steeds vaker in woonwijken zien. Hoe valt die trend te verklaren? 

Waarom starten we met dit leertraject?

De populatie everzwijnen is de laatste jaren sterk toegenomen in Vlaanderen, waardoor overlast en schade toenemen, nu ook in bewoonde gebieden. De huidige beheerstrategie en de wetgeving rond jagen is echter nog niet afgestemd op dit relatief recente fenomeen van een stedelijke context. De maatregelen die de stad en haar inwoners kunnen en mogen nemen tegen everzwijnen zijn daardoor nog redelijk beperkt. 
Het doel van dit experimenteel project is om uit te proberen hoe we de beheerstrategie in bewoond gebied efficiënt kunnen uitvoeren, zowel op korte als lange termijn. De uitkomst van het project wordt gebruikt om nadien eventuele structurele aanpassingen door te voeren in de rest van Vlaanderen zodat ook daar het beheer geoptimaliseerd kan worden.

Waarom werd er voor Genk gekozen voor dit leertraject?
In Genk hebben we een duidelijke situatie van een verstedelijkt gebied dat gekoloniseerd wordt door everzwijnen, wat de afgelopen jaren voor problemen zorgde.
De aanwezigheid van everzwijnen in Genk wordt versterkt omdat de groene en blauwe dooradering tot diep in de stad reikt. Dat zien we in vergelijking met andere everzwijnenregio’s in Europa enkel in Vlaanderen. Op dat vlak is Genk een interessant typevoorbeeld.
Tot slot heeft Genk al een voortraject van intensieve sensibilisering en preventiecampagnes. Daarom heeft de stad zich voor dit project spontaan kandidaat gesteld en gaf ze de nodige vrijheid aan het projectteam om experimenteel te werk te gaan.

Welke experts zitten in het multidisciplinair team voor dit leertraject?
Het team bestaat uit twee experts met zeer uitgebreide jachtervaring en één expert met een wetenschappelijke achtergrond rond natuurprojecten. De experts met jachtervaring bezitten een jachtverlof, beheersen uiteenlopende jachtmethodieken, zijn op de hoogte van wapenveiligheid en weten hoe ze in risicosituaties moeten werken. Het team heeft verder praktijkervaring met het plaatsen van preventieve maatregelen en bezit een uitgebreide kennis van het leven en de gewoonten van everzwijnen. Daarnaast is hun expertise inzake monitoring en communicatie minstens even belangrijk voor dit project.

Hoe gaat het leertraject in Genk concreet in zijn werk?
Met dit project willen we gericht kijken wat er nodig is om beter te kunnen inspelen op de problematiek in bewoond gebied. Ons team van experts zal testen hoe de huidige beheerstrategie (zoals hieronder beschreven) aangepast kan worden aan de uitdagingen specifiek voor bewoonde gebieden.
  • De Vlaamse overheid, de everzwijncoördinator en de stad Genk hebben de afgelopen jaren diverse sensibiliseringscampagnes gevoerd en zetten die sensibilisering verder. Ze willen de burger nuttige informatie aanreiken over de leefgewoonten van everzwijnen, waar de dieren door aangetrokken of afgestoten worden, wanneer een interactie risicovol wordt, welke dingen je beter niet of juist wel doet om schade te vermijden… Aangezien het team lokaal op pad gaat naar plaatsen waar onaanvaardbare schade werd aangericht door everzwijnen, zullen ze uitleg op maat kunnen verschaffen.
  • Ook preventie zal belangrijk zijn in de directe contacten tussen het team en de lokale inwoners. Je vindt de preventieve maatregelen op onze website. Elke preventieve maatregel heeft echter voor- en nadelen. Het team kan in de probleemgebieden gericht advies geven over welke maatregel het best past in die context. Om preventieve maatregelen te doen slagen moeten ze bovendien volgens precieze richtlijnen opgesteld worden. Dat gaat in de praktijk weleens mis. Ook daar kan het team tips geven. Ze kunnen bovendien adviseren wat de efficiëntste en goedkoopste oplossingen zijn.
  • Als er meldingen zijn van everzwijnoverlast in Genk, zal het team indien nodig actief kunnen ingrijpen en een uitgebreid beheerinstrumentarium uittesten (kooien, geweer, luchtdrukwapen…) Het team zal een aparte toelating krijgen om met aangepaste jachtregels te werken. Ze zijn dus niet beperkt door regels rond waar en wanneer je mag jagen, welke administratie daarvoor moet doorlopen en welke instrumenten je hiervoor mag gebruiken. Zo kunnen ze experimenteren met nieuwe methodes om de everzwijnen aan te pakken.
Ook zij zetten daarbij in op sensibilisering, preventie en waar mogelijk actief beheer. Het team zal voor dit project ook inspiratie halen uit methoden die toegepast worden in gebieden waar het probleem al langer aanwezig is, zoals Barcelona, Berlijn en Rome. Zo zullen ze samen met inwoners op zoek gaan naar de beste manier om schade te beperken.

Hoe ziet de huidige beheerstrategie eruit?
In landbouw-, bos- en natuurgebieden zetten we al jaren in op sensibilisering, preventie en gerichte jacht. 
We sensibiliseren burgers omtrent het probleem van everzwijnschade opdat ze preventieve maatregelen zouden nemen. Op onze website vind je praktische tips voor preventie van schade door everzwijnen. Veel preventieve maatregelen hebben echter een beperkt effect en een grote impact op het dagelijks leven (geluidsinstallaties, omheinen van de tuin, afsluiten van recreatiegebieden of toegangen tot het bos…). Jacht heeft een groter afschrikkend effect op everzwijnen, maar ligt niet voor de hand in woonwijken. Bovendien is het wettelijk kader rond jacht niet aangepast aan de bewoonde omgeving. 
Een doordachte schadevermijdende jachtstrategie ziet er anders uit in de zomer dan in de winter. 
  • In de lente en de zomer bejaag je everzwijnen het best op de plaatsen waar ze voedsel zoeken, zoals in landbouwgebied, in de buurt van drukke wegen en dicht bij woonkernen. Zo leren ze dat het niet veilig is op die plaatsen en blijven ze er langer weg. Aanzitjacht en bersjacht zijn daarvoor zeer geschikt. Je laat de everzwijnen op dat moment met rust in bos- en natuurgebieden, zodat ze zich daar kunnen terugtrekken. Het is belangrijk om die jacht te combineren met andere preventieve maatregelen die everzwijnen de toegang ontzeggen tot schadegevoelige gebieden. We noemen dat het schadevermijdende deel van de jachtstrategie. Je schiet enkele dieren. De focus ligt niet op de verlaging van de populatie, maar op het afschrikkend effect. 
  • In de herfst en winter bejaag je ze het best gebiedsdekkend, zowel in landbouwgebieden, in bos- en natuurgebieden en dus eigenlijk ook in woongebieden. Doordat er geen bladeren meer aan de bomen hangen zijn de dieren zichtbaarder en kun je ze gemakkelijker schieten. Daarvoor zijn drukjachten over grotere samenhangende gebieden zeer geschikt. Dat is het populatiereducerende deel van de jachtstrategie. De focus ligt op het sterk verlagen van de aantallen.

Wat is het uiteindelijke doel van dit leertraject?
In eerste instantie zijn wij tevreden als wij in Genk verschillende van de lokale problematieken efficiënt kunnen aanpakken en de schade kunnen reduceren.
Maar het doel ligt uiteraard hoger. Aangezien de problemen niet alleen in Genk voorkomen, hopen we veel methoden te kunnen finetunen, zodat we die in de toekomst ook op andere plaatsen kunnen toepassen. We willen een uitgebreide instrumentenbox samenstellen en testen voor de aanpak  van everzwijnen in bewoond gebied.
Alle opgedane kennis en informatie wordt goed bijgehouden. Indien nodig wordt er een voorstel geformuleerd om het wettelijk kader voor de aanpak van everzwijnen aan te passen.

Welke partners zijn betrokken bij dit leertraject?
Het Agentschap voor Natuur en Bos neemt het project in handen, terwijl stad Genk logistiek, communicatief en organisatorisch ondersteunt. Andere partners met expertise zijn de Vlaamse everzwijncoördinator en INBO, het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. In Genk wordt het project getrokken vanuit het Milieu- en Natuurcentrum Heempark. 

Hoe lang zal het leertraject duren?
Het project is voorzien voor één jaar.   

Wat kost dit leertraject?
De Vlaamse overheid trekt voor dit project 115.000 euro uit.
 
Hoe evolueert de everzwijnpopulatie in Limburg en de rest van Vlaanderen? 
Het inschatten van het aantal everzwijnen blijft zeer moeilijk. Het afschot wordt beschouwd als een belangrijke graadmeter voor de evolutie van de everzwijnenpopulatie. Op faunabeheer.INBO.be kan man die evolutie in tijd en ruimte dynamisch bekijken. Het afschot is echter niet alleen afhankelijk van het aantal everzwijnen, maar ook van externe factoren zoals jachtinspanningen, weersomstandigheden en het gedrag van het everzwijn. Een hoger afschot geeft dus aan dat de populatie everzwijnen waarschijnlijk gegroeid is, maar geeft niet accuraat weer hoeveel everzwijnen er dan precies zijn. Net omdat everzwijnen zich moeilijk laten tellen, focust de aanpak van het beheer van de everzwijnpopulatie zich op het minimaliseren van schade. Door schade in te geven via het e-loket kan iedereen dus bijdragen aan het beheer van everzwijn.
 
Tot 2006 was het everzwijn in Vlaanderen zo goed als uitgestorven. Waaraan is de pijlsnelle terugkeer te wijten?
Het everzwijn heeft de eigenschap om zich snel te kunnen voortplanten. Wanneer de omstandigheden gunstig zijn, wordt die snelle voortplanting gevolgd door een goede overleving. De gunstige omstandigheden in Vlaanderen worden gecreëerd door minder strenge winters vanwege de klimaatopwarming (minder sterfte), meer mastjaren (meer eikels en boomvruchten) en dus meer natuurlijk voedselaanbod door klimaatopwarming, een hoogproductieve landbouw met veel voedselaanbod (betere conditie en betere vruchtbaarheid) en sterkere natuurverbindingen waardoor spreiding vlotter gaat. De natuurontwikkeling zorgt er bovendien voor dat everzwijnen meer terreinen hebben waarin ze graag vertoeven en everzwijnen passen zich vlot aan aan de verstedelijkte omgeving.
 
Everzwijnen laten zich steeds vaker in woonwijken zien. Hoe valt die trend te verklaren? 

Everzwijnen zijn als cultuurvolgers meester in het aanpassen aan de verstedelijkte omgeving. Door dat enorme aanpassingsvermogen leren ze in te schatten waar en wanneer het veilig is om de bewoonde omgeving te betreden om bijvoorbeeld te foerageren in afval- en composthopen. De ‘rust’ in de bewoonde omgeving wordt voor everzwijnen nog versterkt doordat actief populatiebeheer (jacht of bestrijding) in bewoond gebied zeer moeilijk is. De everzwijnen voelen zich daardoor minder kwetsbaar in de gebieden waar niet beheerd wordt dan op plekken waar wel beheerd wordt. Het is dus zaak om een doordachte beheerstrategie/jachtstrategie toe te passen om dat effect niet te versterken.