Subsidieregeling bebossing 2015

In sommige gevallen komt u in aanmerking voor de gewijzigde subsidieregeling voor bebossing uit 2015. Deze regeling is vooral van toepassing op gronden gelegen in HAG en AG in een Ruimtelijk Uitvoeringsplan (RUP).

Wat?

Natuur en Bos verleent subsidies voor de aanleg van een bos in herbevestigd agrarisch gebied en in agrarisch gebied vastgesteld in ruimtelijke uitvoeringsplannen met inheemse soorten, eventueel gecombineerd met populier. Er wordt een subsidie voorzien voor de aanplant en voor wildbescherming. Er worden geen vaste plantverbanden en stamtallen meer opgelegd. Zowel klassieke beplantingen waarbij het terrein gelijkmatig beplant wordt als groepenaanplant met tussenin natuurlijke verjonging (QD-methode) of nog andere varianten zijn toegelaten. Als u kiest voor een andere methode dan klassiek vlaksgewijs aanplanten, motiveert u die aanpak in uw aanvraag. Wie voor een zuivere natuurlijke verjonging opteert, kan enkel nog de subsidie voor collectieve wildbescherming aanvragen.

Er mag pas gestart worden met de bebossing na goedkeuring van het dossier.

Er wordt gewerkt met een selectieprocedure. In tegenstelling tot bij de vorige subsidieregelingen geeft voldoen aan de voorwaarden geen garantie op goedkeuring van uw dossier.

Landbouwers kunnen ook nog een subsidie voor inkomenscompensatie en onderhoud aanvragen.
 

Voor wie?

Zowel natuurlijke personen, privaatrechtelijke als publiekrechtelijke rechtspersonen (uitgezonderd het Vlaamse Gewest en de federale staat) kunnen deze subsidie krijgen. Degene die de subsidie aanvraagt, moet eigenaar zijn van de grond of een zakelijk recht (bv. vruchtgebruik of erfpacht) of persoonlijk recht (bv. pachter of huurder) hebben dat bebossing toestaat. Indien u pachter bent, moet ook de eigenaar van de grond schriftelijk verklaren dat hij akkoord gaat met de bebossing.
 

Instapvoorwaarden aanleg bebossing

Aan de volgende voorwaarden moet u voldoen op het moment van de subsidieaanvraag, en wat betreft de voorwaarden met betrekking tot de minimumoppervlakte en de compenserende bebossing ook tijdens de volledige looptijd van uw dossier (25 jaar):
  • De te bebossen oppervlakte bedraagt minimaal 0,50 ha. Deze minimumoppervlakte verlaagt tot 0,25 ha als de bebossing aansluit bij bestaand bos en dient als bosrandontwikkeling. De oppervlakte kan bestaan uit ruimtelijk gescheiden deeloppervlaktes van minimaal 0,1 ha, op voorwaarde dat die binnen een straal van één kilometer van elkaar liggen. De oppervlakte wordt bepaald via intekening in GIS (die kan verschillen van de kadastrale oppervlakte). De subsidiabele oppervlakte wordt berekend door Natuur en Bos, en teruggekoppeld met de aanvrager. U kunt die zelf ook nagaan door bv. gebruik te maken van Google Maps, www.geopunt.be of een andere toepassing. 
  • De bebossing gebeurt met inheemse soorten of met populier gecombineerd met inheemse soorten (doc - 17 kB). Alle soorten moeten standplaatsgeschikt zijn.
  • De bebossing bestaat uit minimaal twee boom- of struiksoorten, en vanaf 1 hectare minimaal drie soorten, die elk minimaal 10% van het plantaantal innemen.
  • U beschikt over de wettelijk vereiste vergunningen en adviezen voor de bebossing. 
  • De bebossing is, in voorkomend geval, in overeenstemming met het beheerplan, het natuurrichtplan en het managementplan Natura 2000.
  • Bij bebossing met als doel een natuurstreefbeeld bos gelden voor de soortenkeuze volgende afspraken:
    • Minimum 70% (van de oppervlakte of van de hoeveelheid plantgoed) van de aanplanting gebeurt met sleutelsoorten conform LSVI. Meer info per natuurstreefbeeld bos vindt u op Ecopedia.
    • Maximaal 30% verplegende soorten zijn toegelaten mits motivatie (bv. om de bodemkwaliteit te verbeteren). Verplegende soorten mogen geen exoten zijn en geen archeofyten (o.a. tamme kastanje, grauwe els)
  • De bebossing is niet als maatregel tot herstel door de rechtbank bevolen.
  • Het betreft geen compenserende bebossing.
  • U beschikt over een gunstig advies betreffende de verenigbaarheid van de aanvraag met de pachtwetgeving, als in een periode van vijf jaar vóór de aanvraag van de subsidie, de pacht van de percelen in kwestie door de verpachter is stopgezet of als een procedure tot stopzetting is ingezet. U vraagt dit advies aan bij de bevoegde instantie van het Departement Landbouw en Visserij.
     

Verbintenisvoorwaarden aanleg bebossing

Aanplantsubsidie

Aan deze voorwaarden moet u voldoen van de aanplant tot 25 jaar na de indiening van de eerste uitbetalingsaanvraag:
  • De bebossing moet worden uitgevoerd zoals beschreven in de goedgekeurde aanvraag.
  • U bezorgt ons herkomstattesten voor het gebruikte plantgoed. Dat moet immers voldoen aan de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 oktober 2003 betreffende de procedure tot erkenning van bosbouwkundig uitgangsmateriaal en het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal (zie verder leveranciersdocument) . Plantgoed uit zaad dat u zelf gewonnen hebt uit uw eigen bos en verder zelf opgekweekt hebt, kan ook in aanmerking komen als het voldoende kwalitatief is. Dat meldt u bij de aanvraag. U moet dan aantonen dat noch het zaad noch het plantgoed in de handel geweest zijn en dat u dus elke stap van zaad tot plantsoen zelf gedaan hebt.
  • De nodige beheerwerken voor het in stand houden van de bebossing moeten uitgevoerd worden.
  • De bebossing moet als inheems bos behouden worden. De aanplant van niet-inheemse soorten, met uitzondering van populier voor zover die in de goedgekeurde aanvraag is opgenomen, is niet toegestaan en de natuurlijke verjonging van niet-inheemse soorten mag maximaal 10% bedragen van de bedekking van de boomlaag en van de onder- en nevenetage.
  • De bebossing mag gedurende een periode van 25 jaar na de indiening van de uitbetalingsaanvraag voor de eerste schijf niet worden ontbost.
  • U moet uiterlijk vier jaar na de aanvraag tot uitbetaling van de eerste schijf een goedgekeurd beheerplan hebben.
  • Op de grond in kwestie mag geen veroordeling of geen bestuurlijke boete rusten voor het niet naleven van de bepalingen, vermeld in artikel 50, 81, 90bis, 96 of 97, van het Bosdecreet van 13 juni 1990.
  • Indien de bosbeheerder van de bebossing verandert (bij verkoop, erfenis, erfpacht…) moet u via de akte de nieuwe bosbeheerder op de hoogte brengen van de subsidieaanvraag. Zowel de rechten (de nog uit te betalen subsidie) als de plichten (naleven van de voorwaarden en eventuele terugbetalingen) die hieraan verbonden zijn gaan over op de nieuwe bosbeheerder.

Wildbescherming
  • Uitvoering zoals in goedgekeurde aanvraag
  • Bij collectieve wildbescherming: behoud en onderhoud tot 7 jaar na de aanvraag tot uitbetaling van de eerste schijf
     

Communicatieverplichtingen

Aanplantingen die bijdragen tot het behalen van de instandhoudingsdoelen Natura 2000 kaderen binnen het derde Vlaams Programma voor Plattelandsontwikkeling (www.vlaanderen.be/pdpo) en worden voor 50% mee gefinancierd door het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO). In dat geval moet u ook voldoen aan deze communicatieverplichtingen. Daar vindt u ook alle logo's en sjablonen.

Samengevat houden deze voorwaarden in dat als u communiceert over de bebossing (bv artikel in een tijdschrift, website, affiche…) u volgende zaken moet vermelden:
  • Op de titelpagina: Naam verantwoordelijke uitgever met instantie die verantwoordelijk is voor de inhoud van de informatie
  • Link naar www.vlaanderen.be/pdpo
  • Bij professionele websites waarbij een directe link is tussen het doel van de website en de gesteunde operatie, moet er een korte beschrijving van de operatie vermeld worden (met doelstellingen en resultaten), met de vermelding “met steun van ELFPO”
  • De nodige logo’s en slogans (zie bovenvermelde website).
  • De beschrijving van het project, de vermelding van de cofinanciering vanuit ELFPO en de logo’s en slogans moeten 25% uitmaken van de totale communicatie ruimte.

Als u meer dan 50.000 euro subsidie ontvangt, moet u een informatiebord plaatsen tijdens de werken.
 

Standplaatsgeschiktheid

Er wordt bij de beoordeling belang gehecht aan standplaatsgeschiktheid van de aangeplante soorten. Dit wordt door onze adviseurs beoordeeld op basis van de LSVI en de streefbeelden op naburige percelen en in de streek. Indicatief kunt u gebruik maken van de bobo tool. Bij 'trofiegraad' kiest u best voor 5 'zeer rijk' als de beplanting op gronden gebeurt die in landbouwgebruik waren. Soorten uit de categorieën 'zeer geschikt', 'geschikt' en 'matig geschikt' worden aanvaard. Afwijkingen hiervan kunnen steeds gemotiveerd worden in het aanvraagdossier, bv. op basis van gewijzigde omstandigheden (bv. droger – pas de parameters aan in de zoekmodule) of op basis van ervaringen in nabijgelegen bos. Deze tool is louter indicatief, u kunt zelf argumenteren dat andere soorten geschikt zijn.
 

Leveranciersdocument (herkomstattest)

Voor de meeste boomsoorten hebt u een leveranciersdocument (doc - 1.38 MB) nodig (vroeger ook wel herkomstattest genoemd). Dat is een wettelijk verplicht document dat de verkoper/boomkweker moet afleveren bij de verkoop van bosbouwkundig teeltmateriaal  (“erkende herkomst”) en dat de herkomst van de zaden waar het plantgoed uit is opgekweekt en autochtoniteit en/of bosbouwkundige kwaliteit ervan weergeeft. Bij de bestelling van het plantgoed vermeldt u duidelijk aan de boomkweker dat u het plantgoed wil gebruiken om een bos aan te leggen en dat u zo’n leveranciersdocument nodig hebt. U moet het attest als bijlage bij het betalingsformulier voegen, anders kan de subsidie niet uitbetaald worden.

Zo’n attest hebt u nodig voor de volgende boomsoorten: zomereik, wintereik, beuk, es, zoete kers, haagbeuk, zomerlinde, winterlinde, zwarte els, ruwe berk, zachte berk, gewone esdoorn, ratelpopulier, cultuurpopulier, grauwe abeel en grove den. Voor wilg en olm is geen leveranciersdocument vereist.
 

Aanbevolen herkomsten

Aanbevolen herkomsten zijn geselecteerd uit de erkende herkomsten (die met een leveranciersdocument verkocht worden). Het zijn nakomelingen van bomen die getoond hebben dat ze in onze streken goed groeien en goede bosbouwkundige eigenschappen hebben. Ook autochtone bomen en struiken staan op deze lijst. Meer informatie over aanbevolen herkomsten vindt u op de website van het INBO. Daar vindt u ook de recentste lijst van aanbevolen herkomsten opgenomen.
 

Beheerplan

U moet uiterlijk vier jaar na de aanvraag tot uitbetaling van de eerste schijf een goedgekeurd beheerplan hebben. Indien uw bebossing bijdraagt tot de instandhoudingsdoelen Natura 2000, moet u die bijdrage ook opnemen in uw beheerplan (zie ook beoordeling door Natuur en Bos).  

In het kader van de subsidie wordt geen bepaald type van beheerplan opgelegd. U kunt zelf kiezen welk type natuurbeheerplan u opmaakt, voor zover in het kader van het Decreet Natuurbehoud geen natuurbeheerplan van een bepaald type wordt opgelegd, en voor zover uw keuze niet beperkt zou worden door de eventuele noodzaak om uw bijdrage tot de instandhoudingsdoelen op te nemen.

Onderhoudssubsidie en inkomenscompensatie

Instapvoorwaarden
  • U bent landbouwer
    • Een landbouwer wordt in het kader van deze subsidie als volgt beschouwd: een actieve landbouwer, zoals vermeld in artikel 9 van verordening (EU) nr. 1307/2013, die een minimale gezamenlijke oppervlakte van 2 ha aan landbouwgrond en grond die in het kader van deze subsidieregeling bebost wordt aangeeft in de verzamelaanvraag.
    • Concreet worden de volgende landbouwers in Vlaanderen niet beschouwd als ‘actieve landbouwer’:
      • Landbouwers die meer dan 50% natuurlijke graslanden hebben en op minder dan 75% van die grassen een minimumactiviteit uitvoeren (jaarlijks of om de twee jaar maaien waarbij het maaisel wordt afgevoerd, of de graslanden laten begrazen)
      • Uitbaters van luchthavens, spoorwegdiensten, waterwerken, vastgoeddiensten en permanente sport- en recreatiegebieden
    • Landbouwers die in eerste instantie niet beschouwd worden als actieve landbouwer, kunnen daartegen bezwaar aantekenen en het tegenbewijs leveren.
  • De grond is in de laatste verzamelaanvraag opgenomen.
  • De aanvraag voldoet aan de instapvoorwaarden voor de aanleg van een bebossing.
     
Verbintenisvoorwaarden
  • De bebossing werd uitgevoerd zoals beschreven in de goedgekeurde aanvraag.
  • De bebossing moet als inheems bos behouden worden. De aanplant van niet-inheemse soorten, met uitzondering van populier voor zover die in de goedgekeurde aanvraag is opgenomen, is niet toegestaan en de natuurlijke verjonging van niet-inheemse soorten, mag maximaal 10% bedragen van de bedekking van de boomlaag en van de onder- en nevenetage.
  • De nodige beheerwerken voor het in stand houden van de bebossing moeten worden uitgevoerd (inboeten, vrijstellen). Aan die voorwaarde moet tot de laatste betaling voldaan worden. 
  • De bebossing mag gedurende een periode van 25 jaar na de indiening van de uitbetalingsaanvraag voor de eerste schijf van de aanplantsubsidie niet worden ontbost.
  • Op de grond in kwestie mag geen veroordeling of geen bestuurlijke boete rusten voor het niet naleven van de bepalingen, vermeld in artikel 81, 90bis, 96 of 97, §2, van het Bosdecreet van 13 juni 1990.
     

Bedrag

  • De subsidie voor beplanting bedraagt 3500 euro/ha.
  • Als het gebruikte plantgoed via de handel wordt aangeschaft, dient dat plantgoed voor de soorten in bijlage 3 voor minstens 75% van het gebruikte aantal planten afkomstig te zijn van aanbevolen herkomsten. In dat geval bedraagt de subsidie 3750 euro.
  • De subsidie voor individuele wildbescherming bedraagt 0,65 euro per apart beschermingsstuk, deze voor collectieve wildbescherming bedraagt 350 euro per 100 m raster.

Enkel voor landbouwers:
  • De onderhoudsubsidie bedraagt 185 euro/ha/jaar gedurende de eerste vijf jaar. In de daaropvolgende zeven jaar bedraagt de subsidie voor het onderhoud 75 euro/ha/jaar.
  • Het bedrag van de inkomenscompensatie bedraagt 800 euro/ha/jaar gedurende twaalf jaar. Het bedrag van de subsidie wordt verlaagd met de eventuele bedragen voor inkomenscompensatie die via andere kanalen verkregen worden voor de beboste oppervlakte.
     

Procedure

  • Er wordt gewerkt met twee indienperiodes: van 1 mei tot 31 augustus en van 1 september tot 30 april.
  • De aanvraag moet ingediend worden via het formulier dat u bovenaan deze pagina vindt.
  • U krijgt binnen de 30 dagen na ontvangst van de aanvraag door Natuur en Bos een ontvangstmelding. Die is -tenzij anders vermeld- tegelijk ook de ontvankelijkheidsverklaring. In het geval uw aanvraag niet ontvankelijk is (dossier onvolledig, niet voldoen aan voorwaarden… ) of als Natuur en Bos voorstelt om nog aanpassingen te doen aan het beplantingsvoorstel , krijgt u 30 dagen om een bijgewerkt dossier in te dienen. Natuur en Bos meldt binnen de 30 dagen na ontvangst daarvan of het dossier al dan niet ontvankelijk is. Natuur en Bos neemt een beslissing over de goedkeuring van het aanvraagdossier binnen de 90 dagen na het aflopen van de indienperiode.
  • De aanvraag van de onderhoudssubsidie en inkomenscompensatie verloopt eveneens via aanvraagformulier voor de aanplantsubsidie. LET OP: de uitbetaling ervan moet u aanvragen via de verzamelaanvraag.
     

Beoordeling

In tegenstelling tot de vroegere subsidieregeling wordt niet elke subsidieaanvraag die ontvankelijk is ook automatisch goedgekeurd. Alle ontvankelijke subsidieaanvragen worden beoordeeld en gequoteerd. Ze moeten ook een minimumscore halen van 10 op 20 op basis van onderstaande scoringstabel. Projecten die bijdragen tot de instandhoudingsdoelen krijgen steeds voorrang op de andere projecten. Indien er te weinig middelen ter beschikking zijn zullen enkel de hoogst gequoteerde dossiers goedgekeurd worden. Bij gelijke score krijgt het project met de grootste oppervlakte voorrang.

Check op de website van Natura 2000 of  uw bebossing kan bijdragen aan de realisatie van de Europese natuurdoelen. Klik op uw gebied, en daarna op 'doelen' of 'prioritaire inspanningen'. U kunt voor deze inschatting ook contact opnemen met de bij het gebied vermelde contactpersoon.
 

Uitbetaling

De uitbetaling van de subsidies zal in 2 schijven verlopen. Een eerste schijf van 75% van het toegekende bedrag kan aangevraagd worden na uitvoering van de aanplant en binnen een termijn van 3 jaar na goedkeuring van de subsidie. De tweede schijf van 25% kan ten vroegste 3 jaar en uiterlijk 4 jaar na de aanvraag tot uitbetaling van de eerste schijf, aangevraagd worden. U ontvangt het formulier voor uitbetaling samen met de melding van goedkeuring. Voor een duplicaat kunt u mailen naar subsidies.anb@vlaanderen.be

De uitbetaling van de inkomenscompensatie en onderhoudssubsidie gebeurt door het Departement Landbouw en Visserij (DLV). U moet na de uitvoering van de aanplanting de uitbetaling van deze subsidie bij de eerstvolgende verzamelaanvraag indienen. Dien de verzamelaanvraag jaarlijks zeker tijdig in, anders wordt uw subsidiebedrag verlaagd wegens laattijdige aangifte. Ook de daaropvolgende 11 jaren moet u dit aanvragen via de verzamelaanvraag en eventuele oppervlaktewijzigingen doorgeven. U kunt geen vrijstelling van aangifteplicht meer krijgen.
 

Controle

Naast de administratieve controles voert Natuur en Bos jaarlijks op basis van een steekproef terreincontroles uit op de uitbetalingsaanvragen van de aanplantingssubsidie. Het Departement Landbouw en Visserij voert soortgelijke controles uit voor de inkomenscompensatie en onderhoudssubsidie.

Wanneer op basis van de controles blijkt dat de subsidievoorwaarden niet nageleefd worden of indien u in uw betalingsaanvraag voor een grotere oppervlakte subsidie aanvraagt dan dat vastgesteld wordt zal de subsidie geheel of gedeeltelijk ingehouden of teruggevorderd worden. In geval van niet-naleving van de instapvoorwaarden wordt steeds het volledige bedrag ingehouden of teruggevorderd.
 
logo Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling
logo's herbebossing.jpg