Actieve monitoring of surveillance (bewaking)

Afbeelding
Icoon webpagina's ziekten bij dieren in het wild
Natuur en Bos monitort verschillende ziekten die voorkomen bij in het wild levende dieren, zoals everzwijnen, vossen en amfibieën. Het doel: ziekten in wildpopulaties vroegtijdig opsporen en de evolutie in verspreiding en prevalentie opvolgen.

Actieve monitoring Trichinella spiralis bij everzwijnen

De screening van everzwijnenvlees op Trichinella spiralis kadert in de voedselveiligheid en is dus een federale bevoegdheid. Natuur en Bos steunt de screening en kon de aanwezigheid van de parasiet al aantonen bij de Vlaamse vossenpopulatie in een samenwerking met het Instituut voor Tropische Geneeskunde en Dierengezondheidszorg Vlaanderen. Het feit dat de rondworm aanwezig is in het Vlaamse wildbestand, betekent dat er een reëel gezondheidsrisico is bij consumptie van vlees. Wie besmet varkensvlees, paardenvlees of everzwijnenvlees eet, kan trichinellose oplopen. De screening van everzwijnenvlees is daarom belangrijk en moet conform de federale wetgeving gebeuren. Wilt u toch varkens-, paarden- of everzwijnenvlees eten, let er dan op dat het altijd goed doorbakken is.

Staalname en analyse 
Hebt u een everzwijn geschoten en wilt u het laten screenen op Trichinella? De jager kan een spierstaal zélf (of via zijn wildbeheereenheid) overmaken aan een erkend laboratorium. Het spierstaal mag tijdelijk ingevroren worden. De kosten van de analyse zijn voor de jager. 

Volgens het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) zijn de volgende laboratoria erkend voor de analyse van Trichinella
  • Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) in Antwerpen
  • Food Control in Wetteren
     
Geschoten everzwijn consumeren
Is het geschoten everzwijn goedgekeurd en wilt u het vlees consumeren? Op de website van het FAVV vindt u een lijst met erkende inrichtingen die dierlijke producten verwerken. De afkorting ‘GHE’ verwijst naar wildverwerkingsinrichtingen waar geschoten wild gekeurd wordt. De code ‘GHE’ staat ook nog bij andere operatoren, maar dat zijn dan bv. slachthuizen, die gekweekt wild slachten, of uitsnijderijen die gekeurd vlees van wild verder verwerken. Let wel op: een erkende inrichting is niet verplicht om uw everzwijn aan te nemen. Sommige bedrijven specialiseren zich in bepaalde wildsoorten, werken met vaste jagers of verwerken alleen wild dat in het buitenland werd geschoten. 

Een telefonische bevraging door Natuur en Bos in juni 2017 bij de door FAVV opgelijste ‘GHE’ leverde volgende lijst op van inrichtingen die een geschoten everzwijn aannemen in het jachtseizoen:
  • Comptoirs Albert in Sint-Lievens-Houtem
  • Buyl-Van Den Broeck in Liedekerke
  • Pieters in Opwijk nr 83 (geen info)
  • La Boucherie in Anderlecht
  • D'Hauwe in Gent
  • Van Doorsselaere in Waasmunster
  • G&H in Mol (geen info)
  • Pieters in Opwijk (niet op heden, maar misschien wel vanaf 2019)
  • FAISAN GRIS SPRL Vert Chemin(D) 11 in Moeskroen
     

Actieve monitoring varkenspest, brucellose, tuberculose, tekenencephalitis en ziekte van Aujeszky bij everzwijnen

Om na te gaan of en in welke mate wilde everzwijnen in Vlaanderen besmet zijn (geweest) met Afrikaanse varkenspest, klassieke varkenspest, brucellose, tuberculose, tick borne encephalitis (tekenencefalitis) en de ziekte van Aujeszky werden bij geschoten wilde everzwijnen stalen genomen voor epidemiologische analyse. De staalname gebeurde van 2010 tot maart 2021. Deze ziektebewaking gebeurde in goede samenwerking met jagers, dierenartsen, Diergezondheidszorg Vlaanderen en Sciensano.

Natuur en Bos heeft daardoor een goed beeld gekregen van het voorkomen van de betreffende ziekteverwekkers bij in het wild levende everzwijnen in Vlaanderen. Binnenkort vindt u hier de resultaten van deze ziektebewaking terug.

Deze ziektebewaking werd in maart 2021 gepauzeerd en zal binnen enkele jaren opnieuw worden uitgevoerd om de evolutie van de ziekteverwekkers na te gaan.

Tick-borne encephalitis virus (TBEV)
Tick-borne encephalitis virus (TBEV) is een zoönotisch virus dat voorkomt in vele landen in Azië en Europa. 

Het virus wordt overgedragen door teken (meestal van het geslacht Ixodes) van dier op dier en ook van dier op mens. TBEV is een Flavivirus (zoals het gelekoortsvirus, denguevirus).

Het virus kan bij de mens tekenencefalitis veroorzaken. Dat is een virale vorm van encefalitis, overgedragen via een beet van een besmette teek. Ongeveer twee derde van de infecties bij de mens zijn asymptomatisch. Wanneer de ziekte zich toch ontwikkelt, gebeurt dat in twee fasen: een eerste fase met een griepaal syndroom en een tweede fase gekarakteriseerd door de aantasting van het centraal zenuwstelsel (meningitis, encefalitis, meningo-encefalitis, verlammingen). 

Wat weten we in Vlaanderen over het voorkomen van TBEV?
In 2013 werd het TBE-virus in België voor de eerste keer aangetroffen bij wilde everzwijnen in Vlaanderen in een ziektebewaking van Natuur en Bos. In dat onderzoek werden antilichamen tegen TBEV aangetroffen in 10 van de 238 onderzochte bloedstalen van everzwijnen (4,2 %). 

Vervolgens werden door Sciensano in 2017 circa 1599 teken vanuit alle provincies in België gescreend op onder meer het TBEV. Het virus werd echter niet aangetroffen bij die onderzochte teken. 

In 2018 werden vervolgens in Vlaanderen de eerste menselijke gevallen van teken-encefalitis vastgesteld, die naar alle waarschijnlijkheid veroorzaakt zijn door een tekenbeet opgelopen in België (zogenaamde autochtone besmettingen). De identificatie van deze eerste gevallen in België was niet onverwacht aangezien de belangrijkste vector van TBEV (teek Ixodes ricinus) overal in het land aanwezig is, en gezien het virus al minstens sinds 2013 bij de wilde fauna circuleert. 

Om de evolutie na te gaan van het voorkomen van het virus bij de wilde fauna vervolgde Natuur en Bos de screening van 2013 in 2020 met een nieuwe screening van 843 wilde everzwijnen uit Vlaanderen. Daarvan waren 81 dieren positief voor TBEV (9,61%). De resultaten van dit onderzoek suggereren een toename van de TBEV-prevalentie in het afgelopen decennium en wijzen verder op de noodzaak van een OneHealth-surveillance in België.
 

Actieve monitoring Echinococcus multilocularis bij de vos

De vossenlintworm of Echinococcus multilocularis is een lintworm die kan voorkomen bij dieren in het wild, zoals de vos. Ook de mens kan besmet worden door opname van de eitjes. Natuur en Bos voert periodiek een actieve monitoring van de vossenlintworm uit. Zo willen we de evolutie van deze parasiet in Vlaanderen opvolgen. De monitoringacties gebeuren meestal in de winter en verlopen in samenwerking met erkende wildbeheereenheden, Diergezondheidszorg Vlaanderen vzw (DGV) en het Nationaal Referentielaboratorium voor parasieten van het Instituut voor Tropische Geneeskunde (NRL-ITG).

Vossenkadavers veilig inzamelen
Het inzamelen van vossenkadavers moet altijd volgens een veiligheidsprotocol gebeuren om besmetting met ziekteverwekkende organismen (zoals de vossenlintworm) te voorkomen. De belangrijkste aandachtspunten voor jagers die kadavers inzamelen zijn:
  • Verpak de kadavers op het terrein in de aangeleverde dubbele plastic kadaverzakken
  • Vul het kadaverzak-etiket volledig in, met onuitwisbare inkt, en kleef het op de binnenste zak
  • Meld de kadavers voor ophaling aan bij DGZ. De melding dient te gebeuren door de WBE-contactpersoon die aan Natuur en Bos werd doorgegeven
  • DGZ komt de kadavers ophalen op de afgesproken WBE-stockageplaats voor onderzoek op Echinococcus multilocularis
     
Natuur en Bos bezorgt de deelnemende WBE’s tijdig het nodige materiaal om vossenkadavers correct te manipuleren en te verpakken. Aan elke deelnemende WBE worden meerdere materiaalsets geleverd. Elke materiaalset bestaat uit twee wegwerphandschoenen die tot over de pols reiken, een mondmasker, twee plastic kadaverzakken, twee sluitstrips, een biohazard-etiket, een kadaverzak-etiket en een beschrijving van het plan van aanpak en het veiligheidsprotocol. Extra materiaalsets kunnen bekomen worden bij de provinciale contactpersonen van Natuur en Bos. Natuur en Bos wil alle deelnemende WBE’s van harte bedanken voor hun medewerking!
  • Bekijk de resultaten van de monitoring van het winterseizoen van 2012, 2013 en 2014.
     

Actieve monitoring Trichinella spiralis bij vossen

De rondworm Trichinella spiralis is een parasiet die wordt overgedragen door het eten van rauw (of onvoldoende verhit) vlees. De meeste dieren in Vlaanderen kunnen Trichinella oplopen en ook de mens kan ermee besmet raken. Zo’n besmetting kan leiden tot trichinellose.

Monitoring
Natuur en Bos voerde in de winterseizoenen van 2011 en 2012 een monitoringsactie uit naar Trichinella spiralis bij vossen. De acties gebeurden in samenwerking met erkende wildbeheereenheden, Diergezondheidszorg Vlaanderen vzw (DGV), het Nationaal Referentielaboratorium voor parasieten van het Instituut voor Tropische Geneeskunde (NRL-ITG) en het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV). Bij de surveillance werden 614 vossenstalen geanalyseerd. Slecht één staal testte positief. 
  • Bekijk de resultaten van de monitoring van 2011 en 2012.
     

Actieve monitoring vogelgriep bij in het wild levende vogels

Vogelgriep of aviaire influenza is een virusziekte die alle soorten vogels kan besmetten. Sommige AI-virussen worden ook overgedragen op zoogdieren en mensen. Met een actieve monitoring van vogelgriep wil Natuur en Bos een beeld krijgen van de griepvirussen die bij wilde vogels circuleren.

Monitoring
De actieve bewaking van vogelgriep gebeurt door stalen te nemen van in het wild levende vogels en die stalen te screenen op aviaire influenza. De monitoring gebeurt in België in samenwerking met: 
  • Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (staalnamen tijdens het ringen van vogels) 
  • Réseau de Surveillance Sanitaire van de Universiteit van Luik (staalnamen tijdens jachtactiviteiten) 
  • Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) 
  • Afdeling Diergezondheid van Sciensano
     
Alle genomen stalen gaan naar Sciensano voor een analyse. De analyses gebeuren verspreid over het jaar, al naargelang de capaciteit van het betrokken laboratorium.
 

Actieve en passieve monitoring chytridiomycose en ranavirose bij amfibieën

NIEUWS
De schimmelhuidziekte chytridiomycose is een belangrijke oorzaak van de wereldwijde achteruitgang van amfibie-en. De veroorzakende ziekteverwekker is Batrachochytrium dendrobatidis (Bd), een chytrideschimmel. Binnen Bd wordt één hypervirulente lijn (Bd GPL) geassocieerd met de meeste door chytridiomycose veroorzaakte populatie-dalingen in Australië, Amerika en Europa. Deze Bd GPL is echter even wijdverspreid in regio's zonder duidelijke ziekte. Onderzoek door de Wildlife Health Group van de Universiteit Antwerpen heeft, in samenwerking met Natuur en Bos, nu ontdekt dat Bd GPL duidelijke verschillen in virulentie vertoont. In feite is er in West-Europa een verscheidenheid aan laag-virulente isolaten van Bd GPL endemisch waar de schimmel naast de lokale amfibiegemeen-schappen bestaat zonder grote sterfte te veroorzaken. Het onderzoek heeft nu aangetoond dat zo’n coëxistentie nuttig kan zijn omdat het beschermt tegen een virulent isolaat van Bd GPL dat wél betrokken is bij de achteruitgang van amfibieën. Het zou zelfs beschermen tegen Batrachochytrium salamandrivorans (Bsal). Deze bevindingen werden in oktober 2020 gepubliceerd in Nature Communications.

Amfibieënpopulaties kennen wereldwijd een dramatische terugval. De infectieziekten chytridiomycose en ranavirose spelen daarin een sleutelrol.
  • De schimmelziekte chytridiomycose heeft een reputatie opgebouwd als gevreesde amfibieëndoder. Ze wordt veroorzaakt door de schimmels Batrachochytrium dendrobatis en Batrachochytrium salamandrivorans. De B. dendrobatis kent verschillende stammen en komt veel voor in onze contreien, zowel bij kikkers en padden als bij salamanders en wormsalamanders. Een infectie leidt zelden tot ziekte. Die werd tot nu enkel vastgesteld bij pas gemetamorfoseerde vroedmeesterpadden Alytes obstetricans, zonder echter merkbare schade aan te richten op het niveau van de populatie. Momenteel lijkt het er dan ook op dat B. dendrobatidis en amfibieën met elkaar in evenwicht kunnen leven in Noordwest-Europa. De B. salamandrivorans werd nog niet zo lang geleden in Europa binnengebracht, mogelijk via besmette Aziatische salamanders. In tegenstelling tot de B. dendrobatis veroorzaakt de B. salamandrivorans massale sterfte bij salamanders in het zuiden van België, sinds de introductie van deze schimmel in 2013. Kikkers en padden lijken gelukkig ongevoelig te zijn voor een B. salamandrivorans-infectie.
  • Naast schimmels kunnen ook ranavirussen onze inheemse amfibieën infecteren en – in bepaalde omstan-digheden – een grote sterfte veroorzaken. Dat gebeurt momenteel al in Nederland. In België zijn nog geen ranavirussen opgemerkt bij wilde amfibieën, maar wel bij amfibieën in gevangenschap. Het ranavirus is ook aanwezig in de Belgische populatie stierkikkers. Ranavirussen vormen dus een reële bedreiging voor amfibieën in Vlaanderen.
     
OPROEP: meld kadavers van salamanders
Wie verdachte overlijdens van salamanders (dus géén aangereden amfibieën, kadavers die zijn aangepikt door dieren en géén verdronken amfibieën) ziet, gelieve die zo snel mogelijk te melden via: meldpuntziekeamfibieen@ugent.be. Voeg een foto van de salamander bij en vermeld plaats en tijdstip. Zo zijn we een uitbraak snel op het spoor en kunnen we eventueel maatregelen nemen.

Om de kadavers te analyseren is het aangewezen dat u het salamanderkadaver (als het nog relatief vers en intact is) ook brengt naar een opvangcentrum voor wilde dieren (VOC) in de buurt.

Veiligheidsprotocol 
Hoe B. salamandrivorans zich tussen locaties kan verspreiden, is nog niet helemaal duidelijk. Vermoedelijk reist de schimmel mee met besmette amfibieën die naar een andere plaats gebracht worden, of met materialen (fuik, schepnet, laarzen…) die op meerdere plaatsen gebruikt worden. Ook besmet water kan de ziektekiemen verder verspreiden. Om verspreiding door menselijke activiteiten tegen te gaan werd een veiligheidsprotocol met bioveiligheidsmaatregelen (pdf - 255 kB) opgesteld voor veldwerkzaamheden in en rond bosgebieden en poelen. De belangrijkste aandachtspunten zijn:
  • Hanteer amfibieën alleen als het echt nodig is
  • Laat amfibieën altijd weer los op de locatie waar ze gevangen werden
  • Draag wegwerphandschoenen en ontsmet alle gebruikte materialen
     
Deze bioveiligheidsmaatregelen moeten genomen worden bij alle veldwerkzaamheden in verschillende amfibieënhabitats in en rond bosgebieden en poelen, ongeacht of zij gericht zijn op activiteiten met betrekking tot fauna en flora of niet. Het opvolgen van eenvoudige desinfectiemaatregelen voor kleding en veldmaterialen is immers zeer effectief in het verlagen van het verspreidingsrisico van de schimmel.

Voorkomen in Vlaanderen van B. salamandrivorans
Batrachochytrium salamandrivorans werd in België ontdekt bij vuursalamanders in Eupen in december 2013, vervolgens in april 2014 bij vuursalamanders in Robertville en in april 2015 bij vuursalamanders in Luik. De infectie veroorzaakt er massale sterfte van vuursalamanders. In mei 2015 werd de schimmel Bs voor de eerste maal in Vlaanderen aangetroffen bij twee alpenwatersalamanders in Duffel. Bijkomend onderzoek ter plaatse vond geen verdere besmetting of sporen van Bs bij andere salamanders en toonde geen gerelateerde sterfte aan. Er dient opgemerkt te worden dat het aantreffen van Bsal in Duffel toch twijfelachtig is omdat er geen bevestiging werd gevonden van aanwezigheid van de schimmel ondanks veel swabben en omdat er eveneens geen bijkomende sterfte werd aangetroffen. Zodoende blijft het mogelijk dat het een vals positief-analyseresultaat was. In Duffel komen geen vuursalamanders voor. Het voorkomen van deze schimmel in België is zorgwekkend gezien de potentiële negatieve impact op de Belgische vuursalamanderpopulaties. 

Dierenartsen kunnen meer informatie terugvinden over het herkennen en behandelen van een infectie met Batrachochytrium salamandrivorans bij amfibieën (pdf - 1.35 MB). Wie geïnteresseerd is in het houden van amfibiëen of reptielen als huisdier, vindt meer informatie terug over enkele belangrijke pathogenen die een risico kunnen vormen voor spillover naar natuurlijke wildpopulaties (pdf - 1.33 MB).

Onderzoeksproject UGent
Natuur en Bos startte in februari 2015 een onderzoeksproject op aan de Universiteit Gent voor een actieve bewaking en een risicoanalyse van chytridiomycose in Vlaanderen om meer inzicht te leveren in de impact van chytridiomycose op de biodiversiteit van inheemse amfibieën en om, indien nodig, gepaste maatregelen uit te werken.

Dit project wordt uitgevoerd door het team van An Martel en Frank Pasmans en omvat volgende onderzoeksonderdelen:
  1. Wat is de prevalentie in Vlaanderen:
    • van B. dendrobatidis infecties en ziekte bij gevoelige amfibieën
    • van B. salamandrivorans infecties en ziekte bij gevoelige amfibieën
  2. Wat is de populatiedynamiek van amfibieën die als zeer gevoelig voor infectie met een van beide schimmels worden beschouwd
  3. Wat is de virulentie van de in de Vlaanderen voorkomende B. dendrobatidis en B. salamandrivorans stammen? Dit zal toelaten om in te schatten wat het risico is van de aanwezigheid van een bepaalde stam in een amfibieënpopulatie.
  4. Literatuuroverzicht: voorkomen wereldwijd, plan van aanpak preventie- en controlebeheer (kosten/baten) voor B. dendrobatidis, B. salamandrivorans en van ranavirus infecties
  5. Op basis van de verzamelde gegevens een advies formuleren omtrent gepaste preventie- en controlemaatregelen voor chytridiomycose en ranavirose in Vlaanderen
     
Nationaal actieplan Salamanders
Openbare raadpleging
Van 16 januari 2017 tot 16 februari 2017 organiseerde de federale en gewestelijke administraties die bevoegd zijn voor natuurbescherming een openbare raadpleging over het ontwerp van nationaal actieplan ‘Salamanders’ ter bestrijding van de ziektekiem Batrachochytrium salamandrivorans of Bsal. Het betreft een nationaal plan ter bestrijding van een nieuwe ziektekiem van Aziatische oorsprong die salamanders dodelijk treft.

Het heeft tot doel om voor een periode van 5 jaar de volgende maatregelen in te voeren:
  • Maatregelen voor passieve en actieve bewaking om de aanwezigheid van de ziektekiem op het Belgische grondgebied te diagnosticeren (in het wild en in gevangenschap levende populatie)
  • Maatregelen voor de monitoring van de in het wild levende populaties vuursalamanders en kamsalamanders teneinde een eventuele verdachte achteruitgang die door Bsal veroorzaakt zou kunnen zijn, te kunnen opsporen
  • Maatregelen voor de beheersing van de ziekte wanneer Bsal vastgesteld is
  • Maatregelen inzake het verbod op de invoer van Aziatische salamanders die bekend staan als de haard van de ziekte
Resultaten van de openbare raadpleging
Vijf personen hebben deelgenomen (3 burgers, 1 vertegenwoordiger van een beroepsvereniging van dierenartsen en 1 universiteitsonderzoeker). Alle interventies waren het plan genegen en hadden in het bijzonder betrekking op de volgende punten:
  • Maatregelen nemen ter omkadering van bosbouw- en vrijetijdsactiviteiten in de gebieden die getroffen zijn door Bsal
  • Het deel betreffende de ‘commerciële beperkingen’ versterken door de bij handelaars en kwekers verhandelde soorten te screenen die mogelijke vectoren zijn van Bsal
  • De passieve en actieve bewaking verstandig uitvoeren, d.w.z. ervoor zorgen dat de ziektekiem niet wordt verspreid indien een enkele groep met de volledige monitoring is belast. In dat verband wordt voorgesteld dat –zoveel mogelijk - lokale mensen de monitoring doen met verschillend materiaal
  • Voorstel om de geïdentificeerde salamander- en watersalamanderpopulatie in een bepaald gebied te testen (Tihange)
  • De informatieverspreiding over de verspreiding van de ziektekiem in het natuurlijk milieu uitbreiden naar de dierenartsen (de informatie niet beperken tot de in gevangenschap levende populatie) en voorstel om daarvoor de professionele structuren te gebruiken
  • Gebruik van natriumhypochloriet (bleekwater): “Hoewel we de terughoudendheid voor het product begrijpen, moet het niet onmiddellijk geweerd worden. Er moet wel gepreciseerd worden onder welke omstandigheden het geïnactiveerd is teneinde het biotoop niet te verstoren (of de zuiveringsstations te ontregelen). Er moet op worden gewezen dat het niet werkzaam is bij materiaal dat sterk vervuild is door organisch materiaal”
  • Aangezien de campagnes voor de bescherming van amfibieën op de weg binnenkort weer van start gaan (veel dierenartsen zijn hierbij actief betrokken) is het wenselijk om enkele epidemiologische basisbegrippen nog eens in herinnering te brengen van de vrijwilligers die de populaties bij de volgende migraties zullen overzetten (oneigenlijke verplaatsingen naar verre biotopen vermijden, het materiaal en de laarzen na elk gebruik reinigen en desinfecteren…)
  • De Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit van Luik uitnodigen om partner te zijn van het actieplan
  • Voorstel voor een doctoraatsproject over het opsporen van Batrachochytrium salamandrivorans / Batrachochytrium dendrobatis via eDNA en bekijken hoe de universiteit zich eventueel bij het actieplan kan aansluiten.
Goedkeuring van het actieplan
Het ontwerp van actieplan, zoals het na de publieke raadpleging werd verbeterd, werd ter goedkeuring voorgelegd aan de Interministeriële Conferentie Leefmilieu uitgebreid met Landbouw en goedgekeurd op 21 maart 2017.
 

Actieve monitoring van door teken overdraagbare ziekten 

Teken leven overal: in de tuin, in het bos, in de duinen… Ze kunnen zich vastbijten op je huid en zo kunnen ze verschillende ziekten overdragen op mensen en dieren, zoals de ziekte van Lyme en tekenencefalitis (tickborne encephalitis of TBE). Het is daarom belangrijk dat iedereen die in de natuur komt, zich bewust is van het risico van een tekenbeet. Controleer uw lichaam op teken na elke wandeling of buitenactiviteit. Vindt u een teek, verwijder ze dan op de correcte manier en bezoek indien nodig een arts.

Monitoring
De Borrelia-bacterie, die de ziekte van Lyme veroorzaakt, komt jammer genoeg al in heel Vlaanderen voor. Natuur en Bos medefinanciert onderzoek door de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Gent naar deze bacterie in de wilde fauna. Binnenkort vindt u hier meer informatie over dat onderzoek. 

De evolutie van TBE in Vlaanderen wordt opgevolgd via de periodieke actieve ziektemonitoring bij everzwijnen, in samenwerking met jagers en dierenartsen. Ook daarover vindt u hier binnenkort meer informatie.