Projectoproep Natuur

Afbeelding
Icoon Subsidies
Via Projectsubsidies Natuur geeft het Agentschap voor Natuur en Bos een financieel duwtje in de rug om mee de Europese natuurdoelen te realiseren (habitats en soorten) én een hogere natuurkwaliteit te ontwikkelen.

Binnen de projectoproep zijn we op zoek naar projecten die mee de prioritaire inspanningen en acties rond de Europese natuurdoelen realiseren en projecten die inspelen op het ontwikkelen van een hogere natuurkwaliteit. We schenken daarbij opnieuw bijzondere aandacht aan projecten die natte natuur realiseren in het kader van het Vlaams Klimaatadaptatieplan. Bij deze projecten kan dit jaar extra gewicht toegekend worden aan projecten die in gebieden met wateroverlast of droogteproblemen bijdragen aan het voorkomen van wateroverlast of droogte.

Projectaanvragen die al vertrekken vanuit een goedgekeurd natuurbeheerplan of goedgekeurde verkenningsnota hebben een streepje voor.

Wat?

Concrete inrichtingsmaatregelen op het terrein die bijdragen aan:


Europese natuurdoelen 

Deze maatregelen zijn gekoppeld aan:

Ontwikkelen hogere natuurkwaliteit 

Als het project mikt op een hogere natuurkwaliteit, maar niet rechtstreeks bijdraagt aan de realisatie van de Europese natuurdoelen dan zijn de maatregelen:
  • gevat door een natuurbeheerplan of een goedgekeurde verkenningsnota
  • geen beletsel voor de realisatie van lokaal gestelde oppervlakte- en kwaliteitsdoelen voor de habitat(s) binnen een SBZ
  • in functie van een habitattypische soort of een Vlaamse prioritaire soort (bijlage 8 Vlaams Natura 2000-programma) als de maatregel expliciet als soortgericht wordt voorgesteld, of een regionaal belangrijk biotoop of vegetatie van regionaal belang, of een mozaïeklandschap of onbeheerde climaxvegetatie
     

Natte natuur

Projecten die natte natuur realiseren of herstellen, kunnen zowel binnen de Europese natuurdoelen als de hogere natuurkwaliteit ingediend worden. Ze beantwoorden daardoor ook aan die respectievelijke voorwaarden. We onderscheiden deze maatregelen:
  • herstel van de oorspronkelijke/natuurlijke kenmerken van wetlands (moerassen, broekbossen, natte graslanden, slikken en schorren en veengebieden)
  • herstel van het hydrologisch functioneren van wetland
  • aanleg van nieuwe wetlands waarbij waterconservering en natuurontwikkeling gecombineerd worden
     
De natuurstreefbeelden voor natte natuur zijn aangeduid in de lijst met natuurstreefbeelden die binnen de projectoproep gebruikt worden. 

Natuurstreefbeelden van weidevogels, porseleinhoen, roerdomp, kwartelkoning en otter komen in aanmerking als de inrichting volledig past binnen de goedgekeurde soortenbeschermingsprogramma’s.

Projecten zoals hermeanderingen, verondiepen van waterlopen, verwijderen van oeverwallen, ruimte geven aan zomer- en winterbed, … worden slechts gesubsidieerd als dit leidt tot zowel vernatting als extra oppervlakte/herstel natuurstreefbeelden natte natuur.
 

Voor wie?

De projectsubsidieaanvraag wordt ingediend door een natuurlijk persoon, een privaatrechtelijk persoon of een lokaal bestuur, als beheerder of namens de beheerder (gevolmachtigde bij een gezamenlijk natuurbeheerplan). 
Let er bij uw online aanvraag goed op dat u met het juiste profiel inlogt.

Als de aanvrager niet de eigenaar is, voeg dan het schriftelijke akkoord toe van de eigenaar(s) met de projectsubsidieaanvraag (volmacht) of een schriftelijke beheerovereenkomst die de nodige akkoorden afdekt. Inrichtingen op gronden van Vlaamse of federale overheden en instellingen komen slechts in aanmerking als er sprake is van een overdrachtsakte of duurzame overeenkomst waarbij het beheer en het gebruik overgedragen werd.

De aanvrager is ook de begunstigde. Als de aanvraag ingediend wordt door een gevolmachtigde is deze bijgevolg de begunstigde.
 

Bedrag

De projectsubsidie wordt berekend op basis van de totale en aangetoonde kosten van de projectmaatregelen. Eventuele inkomsten van de uitvoering van het gesubsidieerde werk worden hiervan afgetrokken, met uitzondering van de inkomsten van de verkoop van gekapt hout.

Maximaal 10% van die kosten kan worden ingezet als overhead (indirecte kosten) voor de voorbereiding en begeleiding van de werken, inclusief studies die niet wettelijk verplicht zijn, met een maximumbedrag van 35.000 euro inclusief BTW.

Het totale bedrag dat voor subsidiëring wordt ingediend bedraagt ten minste 3.000 euro inclusief BTW.
Afhankelijk van het type natuurbeheerplan (type 2, 3 of 4) waarvoor men kiest, bedraagt de projectsubsidie 50%, 80% of 90% van bovenstaande berekeningsbasis. Binnen speciale beschermingszones (SBZ) wordt de subsidie verhoogd tot respectievelijk 75%, 90% of 95% als het terrein en de inrichtingsmaatregelen PAS-relevant zijn. Indien PAS-relevant wordt de verhoogde subsidie slechts eenmalig in een beheerplanperiode (24 jaar) toegekend.
 

Voorwaarden

Natuurbeheerplan

De aanvrager beschikt op het ogenblik van de aanvraag van de projectsubsidie ten minste over een goedgekeurde verkenningsnota voor een natuurbeheerplan van type 2, 3 of 4; OF de aanvrager verbindt er zich toe om uiterlijk binnen 3 jaar na de toekenning van de projectsubsidie een aanvraag tot goedkeuring van een natuurbeheerplan type 2, 3 of 4 in te dienen bij Natuur en Bos. Voor projecten die mikken op een hogere natuurkwaliteit, moeten de projectmaatregelen zoals hierboven vermeld al vervat zijn in een natuurbeheerplan of een goedgekeurde verkenningsnota.

Als de aanvrager op het ogenblik van de aanvraag van de projectsubsidie beschikt over een goedgekeurd natuurbeheerplan van type 2, 3 of 4, moet het project bijdragen aan het realiseren van minstens één natuurstreefbeeld.


Welke kosten komen in aanmerking

De subsidies worden gebruikt voor concrete realisaties op het terrein: eenmalige inrichtingswerken, natuurontwikkelingswerken, achterstallig beheer als noodzakelijk onderdeel voor verdere inrichting, … Kunnen ook als projectkost ingebracht worden:
  • administratieve of andere stappen die nodig zijn bij de uitvoering van de werken omwille van bestaande regelgeving (archeologisch vooronderzoek, opmaak van een technisch verslag door een bodemsaneringsdeskundige binnen de grondverzetsregeling), als projectkost ‘studie en onderzoek’ - hiervoor moet de factuur van deze kosten dateren van na het indienen van het basisidee
  • specifieke infrastructuur die onmisbaar is voor een duurzame realisatie van de inrichting (bijvoorbeeld tijdelijke werfwegen en rijplaten, een permanente pomp in zilte graslanden, een stuw, een beheerbrug als er geen andere toegang is, ...)
  • de eventuele huur van materieel (gereedschappen of machines) voor het uitvoeren van het project
     
De projectmaatregelen worden niet door de aanvrager zelf uitgevoerd. De wetgeving overheidsopdrachten wordt gevolgd waar van toepassing. Waar niet van toepassing, worden minstens drie offertes opgevraagd.

Projectkosten komen alleen in aanmerking als er geen andere, specifiek daarvoor bestemde subsidiemogelijkheden zijn binnen het BVR van 14 juli 2017 en binnen andere subsidies van Natuur en Bos.

Deze subsidie kan samengevoegd worden met subsidies die vermeld worden in een andere wet of reglement tenzij die andere wet of reglement dit verbiedt en voor zover dit overeenstemt met de Codex Vlaamse Overheidsfinanciën. Gezamenlijke subsidies kunnen niet hoger liggen dan de totale kostprijs van de projectmaatregelen. In de subsidieaanvraag vermeldt de aanvrager uitdrukkelijk of er beroep werd/zal worden gedaan op andere subsidies en om welk bedrag het gaat. Als hieruit blijkt dat de gezamenlijke subsidies hoger liggen dan 100% van de totale kostprijs van de projectmaatregelen, wordt de projectsubsidie natuur pro rata bijgesteld.

Deze subsidie kan niet samengevoegd worden met subsidies binnen het LIFE- of Interreg-programma waarvoor restfinanciering bestaat.

Worden subsidies samengevoegd, dan zorgt de aanvrager dat de gegevens transparant en volledig zijn in de aanvraag en later ook bij de rapportering.

Projecten met als doel een gunstige staat van instandhouding bereiken of behouden van Natura 2000-habitats en -soorten in de Natura 2000-gebieden en gebieden met een hoge natuurwaarde maken kans op cofinanciering vanuit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB).


Bijzondere voorwaarden

Voor deze maatregelen en kosten gelden randvoorwaarden:
  • Exotenbestrijding kan enkel als onderdeel van een ruimer inrichtingsproject. Er wordt gekozen voor de meest effectieve aanpak om de habitat in een lokaal goede staat van instandhouding te brengen, met een permanente oplossing voor het projectgebied. 
  • Kosten voor achterstallig beheer kunnen ingebracht worden als noodzakelijke stap voor de geplande inrichting van het terrein, voor zover er voor de percelen geen subsidies werden verleend in het verleden voor dezelfde beheerdoelen binnen de uitvoering van een beheerplan.
  • Natuurverbindings- en ontsnipperingsmaatregelen moeten concreet vermeld zijn in het G-IHD of S-IHD-besluit of in een soortenbeschermingsprogramma (SBP).
  • Afgraven en afvoeren van verontreinigde grond als onderdeel van een inrichtingsproject kan, als:
    • de procedure grondverzet gevolgd wordt en minstens de resultaten uit een verkennend bodemonderzoek, technisch verslag grondverzet, oriënterend of beschrijvend bodemonderzoek gekend zijn tegen 15 juni. Voor gekende risico’s (bijvoorbeeld vermelding in een aankoopakte, zichtbare ophogingen of afval) geldt dit in het bijzonder.  
    • er géén saneringsplicht geldt op basis van een vastgestelde ernstige bodemverontreiniging met risico voor mens of milieu. In dit geval geldt het principe dat de vervuiler betaalt. 
    • het duidelijk is dat er geen cofinanciering kan worden verkregen bij OVAM voor de sanering van historische verontreiniging.
  • Op gronden met een vonnis voor een milieu- of stedenbouwkundige overtreding waarvoor een herstel of verdere inrichting mee opgenomen is in de subsidieaanvraag, komt de aanvraag enkel in aanmerking indien de aanvrager/begunstigde de overtreding niet zelf beging.
    • De aanvrager bezorgt de nodige info in de aanvraag om de aard van het vonnis of de handhavingsmaatregel en de aansprakelijkheid te verduidelijken:
      • In geval van een vonnis: het afschrift, of minstens de beschrijving van het vonnis, en vermelding van de corresponderende maatregelen in de subsidieaanvraag
      • In geval van een handhavingsmaatregel: het bewijs van de vaststelling en maatregel, of minstens de beschrijving ervan in relatie tot het project en de projectonderdelen
         

Uitgesloten maatregelen of kosten

  • aankoop van materieel (gereedschappen of machines) bij de uitvoering van het project
  • communicatiekosten
  • voorzieningen voor toegankelijkheid en onthaal (slagbomen, klaphekjes, sassen, paden, infoborden, onthaalpoorten, ...)
  • alle andere werken en kosten die geen deel uitmaken van de concrete terreinrealisatie
  • het project of de projectmaatregel kan niet bestaan uit het uitvoeren van wettelijke verplichtingen (inclusief verplichtende voorwaarden en maatregelen die de negatieve effecten van een project voorkomen of verminderen in het kader van een omgevingsvergunning) en mag niet in strijd zijn met bestaande wetgeving
     

Procedure

Timing projectoproep

De aanvraag voor een projectsubsidie natuur verloopt via het online platform in twee fases

De eerste fase is het indienen van een basisidee. Dit kan vanaf de projectoproep tot en met 31 maart 2024.

Het aanspreekpunt van uw regio begeleidt u bij de procedure en bespreekt op basis van de aangeleverde informatie welke elementen eventueel bijgestuurd moeten worden vooraleer u een definitieve subsidieaanvraag indient.

Ontving u een gunstig preadvies voor uw projectidee? Dan kan u daarna uw definitieve projectvoorstel volledig, kwaliteitsvol en onderbouwd indienen. Hou hierbij zeker rekening met de eventuele bij te sturen elementen uit het preadvies. 

Dit definitieve projectvoorstel moet u uiterlijk op 30 april 2024 indienen bij Natuur en Bos. 

Natuur en Bos kan ontbrekende elementen uit de ingediende projectsubsidieaanvraag opvragen, deze levert u aan binnen de 30 dagen en uiterlijk op 15 juni 2024.

Voor projecten met omvangrijke grondwerken (vanaf 250 m³) gaat u na of er een technisch verslag moet worden opgemaakt volgens de grondverzetsregeling, en geeft u dit aan bij de aanvraag. Zo ja, moet tegen 15 juni door een erkend bodemsaneringsdeskundige minstens een verkennend bodemonderzoek als voorbereiding op het technische verslag uitgevoerd worden. De resultaten van deze bemonstering als basis voor het technisch verslag moeten beschikbaar zijn om het project en de projectkosten te kunnen beoordelen.
 
Afbeelding
Schema tijdlijn
 

Selectie en beoordeling

De projectsubsidieaanvragen die in aanmerking komen, worden beoordeeld volgens onderstaande criteria:

1. Projecten die Europese natuurdoelen realiseren
Bijdrage van het werk of de werken aan de instandhoudingsdoelstellingen: 28% van de punten.

In volgorde van quotering:
  •     Prioritair habitat of prioritaire acties
  •     Prioritaire inspanning
  •     Habitatdoelen of maatregelen SBP
  •     Leefgebied Europees te beschermen soort, buiten SBP
  •     Bestaand boshabitat buiten SBZ
     
Daarnaast wordt het project gewogen op belangrijkheid voor het SBZ (S-IHD) en voor de doelstellingen op Vlaams niveau (G-IHD).


2. Projecten die een hogere natuurkwaliteit realiseren

Bijdrage van het werk of de werken aan het verhogen van de natuurkwaliteit: 28% van de punten.

In volgorde van quotering:
  • Behoud of herstel van een natuurstreefbeeld voor een regionaal belangrijke biotoop of vegetatie van regionaal belang
  • Behoud of herstel van een natuurstreefbeeld leefgebied voor een habitattypische soort
  • Behoud of herstel van een natuurstreefbeeld leefgebied voor een Vlaamse prioritaire soort
  • Behoud of herstel van natuurstreefbeeld mozaïeklandschap of onbeheerde climaxvegetatie
     
Conformiteit van het project en de afzonderlijke projectmaatregelen met maatregelen die opgenomen zijn in een natuurbeheerplan of bestaand beheerplan waarvan de omvorming naar een natuurbeheerplan lopend of gepland is.


3. Projecten die natte natuur realiseren

Projecten die natte natuur herstellen of realiseren binnen het Vlaams Klimaatadaptatieplan (VAP), doorlopen dezelfde procedure, maar worden afzonderlijk gerangschikt. Deze projecten worden integraal met VAP-budget ondersteund. 


4. Voor alle projecten

Doelmatigheid van het werk of de werken: 32% van de punten en minimaal de helft van de punten om geselecteerd te worden.
  • algemene aanpak: de maatregelen zijn geschikt om de gestelde doelen voor habitats en/of soorten te bereiken
  • de aanpak van het project leidt tot een permanente oplossing
  • habitat/leefgebied/maatregelen SBP: de geplande nazorg en beheer (zoals vermeld in het (geplande) beheerplan) zullen leiden tot een goede staat van instandhouding van het habitat of soort volgens de lokale staat van instandhouding (LSVI)-criteria
  • de mate waarin het project bijdraagt tot de vermindering van de gevolgen op normale landbouwuitbating
     
Kosteneffectiviteit: 20% van de punten en minimaal de helft van de punten om geselecteerd te worden.
  • de kosten liggen binnen de gehanteerde normen (basis: kostenstudie)
     
De wijze van communicatie: 20% van de punten.
  • er is minimaal communicatie van de resultaten met omwonenden en/of sectorcollega’s en een terreinbezoek
  • bijkomende, specifieke en meer uitgebreide communicatieacties kunnen, afhankelijk van het project, relevant en waardevol zijn, en in dat geval een hogere eindscore opleveren (bijvoorbeeld infomomenten, publicaties, infopanelen, eigen of nieuwe communicatiekanalen, verbreding van de doelgroep, inpassen van het project in een bestaande actie, …)
     
De projecten worden gequoteerd en moeten minimaal 70% of 14/20 halen om geselecteerd te worden.

Bij beperkingen in budget worden de laagst gerangschikte projecten met de laagste puntenscore niet weerhouden. Bij een gelijke stand van de laagst gerangschikte projecten worden eerst de projecten die het laagst scoren op het criterium ‘Bijdrage van het werk of de werken aan de instandhoudingsdoelstellingen’ niet weerhouden, bij verdere gelijke stand op de selectiecriteria ‘Doelmatigheid van het werk of de werken’ en daarna ‘Kosteneffectiviteit’.


Verplichtingen na toekenning

De uitvoering van het project start ten vroegste na de officiële goedkeuring van het project en uiterlijk in 2025. De start van de werken wordt gemeld door een mail te sturen naar projectsubsidie-natuur@vlaanderen.be.

Het project moet volledig uitgevoerd zijn binnen de 3 jaar na de toekenning van de subsidie.

Ten laatste zes maanden na afloop van het project wordt de laatste betalingsaanvraag ingediend, samen met het inhoudelijke eindverslag en het financiële eindrapport.


1. Communicatie

Over de resultaten van het project wordt gecommuniceerd met minstens de omwonenden en/of sectorcollega’s door het organiseren van minimaal één terreinbezoek. De contactpersoon van Natuur en Bos wordt daarbij uitgenodigd.
Bij elke communicatie en op elk communicatiemiddel wordt aandacht besteed aan het juiste gebruik van logo’s en een verwijzing naar de overheid die de subsidies betaalt. Natuur en Bos neemt ook eigen initiatieven rond de communicatie over deze projecten.


2. Bekendmaking betalingsgegevens

Van de projecten binnen deze oproep die voor 43% van de toegekende subsidie gefinancierd worden via het Europese landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) binnen het GLB, worden volgende betalingsgegevens verzameld om bekendgemaakt te worden op www.belpa.be: naam, gemeente en postcode, omvang van de betaling, het type en de omschrijving van de gefinancierde maatregelen.


3. Natuurbeheerplan

Aanvragers die nog niet beschikken over een goedgekeurd natuurbeheerplan type 2, 3 of 4 voor het betrokken terrein, dienen hiervoor een aanvraag in bij Natuur en Bos binnen de drie jaar na goedkeuring van de projectsubsidie.


4. Uitbetaling van de subsidie

Om de uitbetaling (totaalbedrag in maximaal drie schijven) aan te vragen, maakt u gebruik van het digitale platform via de tabs voor rapportering en aanvraag van de uitbetaling. Welke bewijsstukken u bij de online rapportering moet toevoegen, vindt u in deze lijst. Hou deze bewijsstukken goed bij in de loop van de realisatie van uw project. Vergeet niet om dit uiterlijk zes maanden na afloop van het project volledig af te ronden.

Natuur en Bos voert op basis van het inhoudelijke eindverslag een terreincontrole uit. 


Terugvordering van subsidies

De gemachtigde personeelsleden van Natuur en Bos en de Vlaamse overheid, en de door hen aangestelde personen kunnen ter plaatse een controle uitvoeren.

In bepaalde gevallen kan de subsidie teruggevorderd worden. Meer info vindt u in het artikel 13 van de Wet van 16 mei 2003, en artikel 9 van het besluit van 14 juli 2017. De subsidie wordt ook teruggevorderd als niet of onvoldoende werd voldaan aan de GLB-voorwaarden voor de programmaperiode 2023-2027.
 

Contact

Aanspreekpunten per regio Algemene administratie
Toon op de webpagina enkel de aangeklikte paragraaf
0
Verberg introductie
0