Extra duw in de rug voor stikstofherstel in onze topnatuur
We investeren in 2026 via de oproep Projectsubsidies Natuur (PSN) 3,5 miljoen euro in natuurherstel die de impact van stikstof op onze natuur mildert.
In 2026 mikken we met deze oproep voor PSN expliciet op projecten die habitats herstellen of uitbreiden en die bijdragen aan stikstofsanering in één van de 221 deelzones die vastgelegd zijn in de Programmatorische Aanpak Stikstof (PAS). Het gaat hier ook steeds over projecten in een zogenaamde Speciale Beschermingszone (SBZ-H).
Projecten die passen binnen een goedgekeurd natuurbeheerplan krijgen voorrang en het is belangrijk dat het project ook aantoont dat het binnen de 3 jaar volledig afgerond kan worden.
Dien uw basisidee in voor 15 maart 2026. Uw definitieve projectvoorstel verwachten we voor 30 april 2026.
Wat?
Eénmalige, concrete inrichtingsmaatregelen op het terrein die bijdragen aan:
Realisatie van Europese natuurdoelen, binnen volgende selectie:
- de natuurdoelen (doelen voor habitats en soorten) opgenomen in een besluit voor de Specifieke Instandhoudingsdoelstellingen (S-IHD) voor de betrokken speciale beschermingszone (SBZ) (zie Natura 2000gebieden).
Uitvoering van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS):
- PAS-maatregelen uit de algemene herstelstrategie stikstofsanering (INBO) en PAS-gebiedsanalyses, binnen de PAS-deelzones in SBZ-H.
Als het project niet rechtstreeks bijdraagt aan de uitvoering van de PAS, focust het project steeds op realisatie van Europese natuurdoelen (zie hoger):
- binnen SBZ-H én PAS-deelzone
- of direct aansluitend op SBZ-H en PAS-deelzone, waarbij de maatregelen Stikstofsaneringsmaatregelen zijn die rechtstreeks bijdragen aan habitatherstel binnen SBZ-H (bijvoorbeeld hydrologisch herstel om de gewenste waterpeilen voor habitats in SBZ-H te bereiken).
Voor wie?
De projectsubsidieaanvraag wordt ingediend door een natuurlijk persoon, een privaatrechtelijk persoon of een lokaal bestuur, als beheerder of namens de beheerder (gevolmachtigde bij een gezamenlijk natuurbeheerplan).
(!) De aanvrager is ook de begunstigde. Op diens naam wordt de subsidie toegekend en moeten de facturen geadresseerd zijn. Let er bij uw online aanvraag goed op dat u met het juiste profiel inlogt. Indien u namens een begunstigde indient, kijkt u na of u via uw inlogprofiel daarvoor gemandateerd bent. In het geval dit niet zo is, contacteert u de begunstigde. Meer info over mandaatbeheer >
Als de aanvrager niet de beheerder noch de eigenaar is, voeg dan ook een volmacht toe met het schriftelijk akkoord (format beschikbaar als download). Een schriftelijke beheerovereenkomst die dezelfde akkoorden reeds afdekt, voldoet in dat geval ook.
Inrichtingen op gronden van Vlaamse of federale overheden en instellingen komen slechts in aanmerking bij betekening van een overdrachtsakte of duurzame overeenkomst waarbij het volledige beheer en het gebruik overgedragen werd.
Bedrag
De projectsubsidie wordt berekend op basis van de goedgekeurde en gerapporteerde kosten van de projectmaatregelen. Eventuele inkomsten van de uitvoering van het gesubsidieerde werk worden hiervan afgetrokken, met uitzondering van de inkomsten van de verkoop van gekapt hout.
Maximaal 10% van die kosten kan worden ingezet als overhead (indirecte kosten) voor de voorbereiding en begeleiding van de werken, met een maximumbedrag van 35.000 euro inclusief BTW.
Het totale bedrag dat voor subsidiëring wordt ingediend bedraagt ten minste 3.000 euro inclusief BTW.
Afhankelijk van het type natuurbeheerplan (type 2, 3 of 4), bedraagt de projectsubsidie 50%, 80% of 90%. De subsidie wordt per inrichtingsmaatregel verhoogd tot respectievelijk 75%, 90% of 95% als het terrein en de maatregel PAS-relevant zijn.
Voorwaarden
Natuurbeheerplan
De aanvrager beschikt op het ogenblik van de aanvraag van de projectsubsidie over een natuurbeheerplan van type 2, 3 of 4 (waarbij het project bijdraagt aan het realiseren van minstens één natuurstreefbeeld). Indien dit nog niet het geval is, wordt dit bij de aanvraag (basisidee en projectvoorstel) verduidelijkt.
Welke kosten komen in aanmerking
De subsidies worden gebruikt voor concrete realisaties op het terrein: éénmalige inrichtingswerken, natuurontwikkelingswerken, achterstallig beheer als noodzakelijk onderdeel van de inrichting, …
Kunnen ook als projectkost ingebracht worden:
- archeologisch vooronderzoek en opmaak van een technisch verslag door een bodemsaneringsdeskundige (grondverzetsregeling), in de online aanvraag aan te duiden in de keuzelijst van activiteiten als ‘studie en onderzoek’ - hiervoor moet de factuur van deze kosten dateren van na het indienen van het basisidee.
- specifieke infrastructuur die onmisbaar is voor een duurzame realisatie van de inrichting (bijvoorbeeld tijdelijke werfwegen en rijplaten, een stuw, een beheerbrug als er geen andere toegang is, ...),
- de eventuele huur van materieel (gereedschappen en machines)
De projectmaatregelen worden niet door de begunstigde zelf uitgevoerd. De wetgeving overheidsopdrachten wordt gevolgd waar van toepassing. Waar niet van toepassing, worden minstens drie offertes opgevraagd.
Projectkosten komen alleen in aanmerking als er geen andere, specifiek daarvoor bestemde subsidiemogelijkheden zijn binnen het BVR van 14 juli 2017 en/of binnen Natuur en bos.
Deze subsidie kan worden samengevoegd met subsidies die vermeld worden in een andere wet of reglement tenzij die andere wet of reglement dit verbiedt en voor zover dit overeenstemt met de Codex Vlaamse Overheidsfinanciën. Gezamenlijke subsidies kunnen niet hoger liggen dan de totale kostprijs van de projectmaatregelen. In de subsidieaanvraag en rapportering na de uitvoering, vermeldt de aanvrager uitdrukkelijk of er beroep werd/zal worden gedaan op andere subsidies en om welk bedrag het gaat. Als hieruit blijkt dat de gezamenlijke subsidies hoger liggen dan 100% van de totale kostprijs van de projectmaatregelen, wordt de projectsubsidie natuur pro rata bijgesteld.
Deze subsidie kan niet samengevoegd worden met subsidies binnen het LIFE- of Interreg-programma waarvoor restfinanciering bestaat.
Projecten met als doel een gunstige staat van instandhouding bereiken of behouden van Natura 2000-habitats en -soorten in de Natura 2000gebieden en gebieden met een hoge natuurwaarde maken kans op cofinanciering vanuit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB).
Randvoorwaarden voor specifieke projectmaatregelen
- Exotenbestrijding kan enkel als onderdeel van een ruimer inrichtingsproject. Er wordt gekozen voor de meest effectieve aanpak, met een permanente oplossing voor het projectgebied. De nabehandeling/nazorg van een eerder uitgevoerd PSN project komt hierbij niet in aanmerking en wordt beschouwd als (onderhouds)beheer in kader van het natuurbeheerplan.
- Kosten voor achterstallig beheer als onderdeel van de terreininrichting, zijn enkel ontvankelijk voor zover er voor de percelen geen subsidies werden verleend in het verleden voor dezelfde beheerdoelen binnen de uitvoering van een beheerplan.
- Natuurverbindings- en ontsnipperingsmaatregelen moeten concreet vermeld zijn in het G-IHD of S-IHD-besluit of in een soortenbeschermingsprogramma (SBP).
- Voor projecten met afgravingen wordt in de aanvraag aangetoond dat de procedure grondverzet gevolgd wordt. Indien van toepassing, moet tegen 15 juni minstens de resultaten uit een verkennend bodemonderzoek, technisch verslag grondverzet, oriënterend of beschrijvend bodemonderzoek gekend zijn om de haalbaarheid en de projectkosten te kunnen beoordelen. Voor gekende risico’s (bijvoorbeeld vermelding in een aankoopakte, zichtbare ophogingen of afval) geldt dit in het bijzonder. Er mag geen saneringsplicht gelden op basis van een vastgestelde ernstige bodemverontreiniging met risico voor mens of milieu. In dit geval geldt het principe dat de vervuiler betaalt. Indien er sprake is van een historische bodemverontreiniging, toetst de aanvrager eerst de mogelijkheden voor cofinanciering af bij OVAM
- Op gronden met een vonnis voor een milieu- of stedenbouwkundige overtreding waarvoor een herstel of verdere inrichting mee opgenomen is in de subsidieaanvraag, komt de aanvraag enkel in aanmerking indien de aanvrager/begunstigde de overtreding niet zelf beging. In de aanvraag wordt bij de projectmaatregel de nodige info bezorgd om de aard van het vonnis, handhavingsmaatregel of overtreding en de aansprakelijkheid te verduidelijken.
Uitgesloten maatregelen of kosten
In de regel komen geen andere kosten in aanmerking die niet rechtstreeks verband houden met de concrete (natuur)inrichting op terrein.
Enkele voorbeelden:
- aankoop van materieel (gereedschappen of machines)
- communicatiekosten
- voorzieningen voor toegankelijkheid en onthaal (slagbomen, klaphekjes, sassen, paden, infoborden, onthaalpoorten, ...)
- het project of de projectmaatregel kan niet bestaan uit het uitvoeren van wettelijke verplichtingen (inclusief verplichtende voorwaarden en maatregelen in het kader van een omgevingsvergunning) en mag niet in strijd zijn met bestaande wetgeving
Procedure
Timing projectoproep
De aanvraag voor een projectsubsidie natuur verloopt via het online platform in twee fases.
De eerste fase is het indienen van een basisidee. Dit kan vanaf de projectoproep tot en met 15 maart 2026.
Uw basisidee is ontvankelijk indien het minimaal volgende info bevat (neem daarbij de kopjes over om info te groeperen):
- Waar: een zo concreet mogelijke aanduiding van het projectgebied, met de effectieve percelen waarop gewerkt zal worden en in welke mate dit ook past in een bredere gebiedsgerichte of systemische aanpak (robuustheid).
- Wat: een beknopte opsomming van de beoogde projectdoelen (habitattypes/natuurstreefbeelden, soorten, stikstofsaneringsopgave) en de link van de maatregelen met: S-IHD, soortenbeschermingsprogramma, natuurbeheerplan, programmatische aanpak stikstof, PAS-gebiedsanalyses INBO,…
- Wanneer: een voldoende concrete timing van de projectfases die de haalbaarheid van de uitvoering binnen de drie jaar verduidelijkt: zijn vergunningen reeds afgedekt, is het eventueel noodzakelijk onderzoek (bodemonderzoek, ecohydrologisch onderzoek) al uitgevoerd, …
- Risico’s: vermeld gekende aanwezige milieudrukken, verontreinigingen, … die de uitvoering of realisatie van de projectdoelen kunnen belemmeren?
(!) Het is zeer belangrijk dat u de informatie voor elk van deze vragen kernachtig, duidelijk en gestructureerd aanbiedt bij uw aanvraag, om een beoordeling van uw projectidee mogelijk te maken.
Ontving u een gunstig advies voor uw projectidee? Dan kan u daarna uw definitieve projectvoorstel volledig, kwaliteitsvol en onderbouwd indienen.
Dit definitieve projectvoorstel moet u uiterlijk op 30 april 2026 indienen bij Natuur en Bos.
Natuur en Bos kan ontbrekende elementen uit de ingediende projectsubsidieaanvraag opvragen, deze levert u aan binnen de 30 dagen en uiterlijk op 15 juni 2026.
Selectie en beoordeling
De ontvankelijke projectsubsidieaanvragen worden beoordeeld volgens onderstaande criteria:
Bijdrage van het werk of de werken aan de natuurdoelen: 35% van de punten en minimaal de helft van de punten om geselecteerd te worden.
Er wordt in het bijzonder gelet op:- de mate van overeenstemming van de projectdoelen en de ligging met de natuurdoelen (S-IHD en SBZ-H)
- de mate waarin de ligging en de S-IHD maatregelen ook PAS-relevant zijn (koppeling PAS-herstelstrategie en -gebiedsanalyses, ontwikkeld door INBO)
Aspecten die hierbij tot een hogere score leiden:
- prioritaire en stikstofgevoelige habitats (zie downloads)
- van de inrichting profiteren ook Europees te beschermen soorten
- ligging binnen één van de 193 PAS deelzones (waar ecohydrologisch herstel op landschapsschaal aan de orde is); ligging binnen PAS maatwerkgebied
- het project situeert zich in SBZ-H met lopende relevante gebiedsprocessen, waarmee het compatibel is (bijvoorbeeld Natuurinrichting, Landinrichting, Ruilverkaveling, prioritair gebied peilbeheer, Nationaal park)
- Doelmatigheid van het werk of de werken (algemene aanpak en permanent karakter van de oplossing): 35% van de punten en minimaal de helft van de punten om geselecteerd te worden.
Er wordt in het bijzonder gelet op effectiviteit en haalbaarheid van de maatregelen.
Aspecten die hierbij belangrijk zijn:- zijn de maatregelen passend voor de beoogde projectdoelen (S-IHD en PAS)
- wordt er een meetbaar resultaat vooropgesteld;
- haalbaarheid: is het project uitvoerbaar binnen de 3 jaar (o.a. akkoorden met partners, noodzakelijk bodemonderzoek of (eco)hydrologische studie, het beschikken over nodige vergunningen.
- Kosteneffectiviteit: 20% van de punten.
Aspecten die hierbij belangrijk zijn:- voldoende transparantie m.b.t kostprijsvermelding (afleidbare eenheidsprijs, volumes en oppervlaktes)
- acceptabele verhouding van de kosten tot het type maatregel en de terreinomstandigheden.
- De wijze van communicatie (verplichte minimale communicatie, en bijkomende communicatie initiatieven): 10% van de punten.
- er is minimaal communicatie van de resultaten met omwonenden en/of sectorcollega’s en er wordt een terreinbezoek georganiseerd tijdens of na uitvoering en voorafgaand aan de eindrapportering
- bijkomende communicatie-acties kunnen, afhankelijk van het project, relevant en waardevol zijn en in dat geval een hogere score opleveren (voorbeelden: publicatie via eigen of nieuwe communicatiemiddelen, infopaneel, verbreding van de doelgroep, infomoment, inpassen van het project in een bestaande actie, …)
De projecten worden gequoteerd en moeten minimaal 60% halen om geselecteerd te worden.
Projecten worden eerst gerangschikt op volledig goedgekeurd natuurbeheerplan en daarbinnen volgens hoogste totale score. Bij gelijke stand worden de projecten die hoogst scoren op PAS-relevantie binnen het criterium ‘Bijdrage van het werk of de werken aan de natuurdoelen’ hoogst gerangschikt. Bij verdere gelijke stand worden de projecten die hoogst scoren op relevantie voor natuurdoelen binnen het criterium ‘Bijdrage van het werk of de werken aan de natuurdoelen’ hoogst gerangschikt. Bij verdere gelijke stand worden de project die hoogst scoren op criterium ‘doelmatigheid’ hoogst gerangschikt. En dit binnen de limiet van het beschikbare budget.
Verplichtingen na toekenning
De uitvoering van het project start ten vroegste na de officiële goedkeuring van het project en uiterlijk in 2027. De start van de werken wordt gemeld door een mail te sturen naar projectsubsidie-natuur@vlaanderen.be.
Het project moet volledig uitgevoerd zijn binnen de 3 jaar na de toekenning van de subsidie. In geval van overmacht of onvoorziene omstandigheden, wordt het Agentschap voor Natuur en Bos, team Natuurfinanciering van AVES meteen gecontacteerd.
Ten laatste zes maanden na afloop van het project wordt de laatste betalingsaanvraag ingediend, samen met het inhoudelijke eindverslag en het financiële eindrapport.
1. Communicatie
Bij elke communicatie en op elk communicatiemiddel wordt aandacht besteed aan het juiste gebruik van logo’s en een verwijzing naar de overheid die de subsidies betaalt.
- Voor de projecten binnen deze oproep die volledig gefinancierd worden door Natuur en Bos kan u de correcte logo’s terugvinden op www.natuurenbos.be/over-ons/logos.
- Voor de projecten binnen deze oproep die voor de toegekende subsidie deels gefinancierd worden via het Europese landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) binnen het GLB (Gemeenschappelijk landbouwbeleid) gelden specifieke communicatieverplichtingen. Deze verplichtingen kan u nalezen op https://lv.vlaanderen.be/landbouwbeleid/plattelandsontwikkeling/communicatieverplichtingen-begunstigden.
Natuur en Bos neemt ook eigen initiatieven rond de communicatie over deze projecten.
2. Bekendmaking betalingsgegevens
Van de projecten binnen deze oproep die voor 43% van de toegekende subsidie gefinancierd worden via het Europese landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) binnen het GLB, worden volgende betalingsgegevens verzameld om bekendgemaakt te worden op www.belpa.be: naam, gemeente en postcode, omvang van de betaling, het type en de omschrijving van de gefinancierde maatregelen.
3. Natuurbeheerplan
De inrichting gebeurt op deelnemende percelen van een goedgekeurd natuurbeheerplan. Voor zover dit relevant is, zorgt de aanvrager binnen de drie jaar na toekenning, dat de natuurstreefbeelden daarin overeenkomen met de projectdoelen van de PSN.
Aanvragers die een toekenning ontvingen voor een project waarvoor het natuurbeheerplan type 2, 3 of 4 nog in opmaak is, dienen het definitieve ontwerpbeheerplan in bij Natuur en Bos binnen de drie jaar na goedkeuring van de projectsubsidie.
4. Uitbetaling van de subsidie
Om de uitbetaling (totaalbedrag in maximaal drie schijven) aan te vragen, maakt u gebruik van het digitale platform via de tabs voor rapportering en aanvraag van de uitbetaling. Welke bewijsstukken u bij de online rapportering moet toevoegen, vindt u in deze lijst. Hou deze bewijsstukken goed bij in de loop van de realisatie van uw project. Vergeet niet om dit uiterlijk zes maanden na afloop van het project volledig af te ronden.
Natuur en Bos voert op basis van het inhoudelijke eindverslag een terreincontrole uit.
Terugvordering van subsidies
De gemachtigde personeelsleden van Natuur en Bos en de Vlaamse overheid, en de door hen aangestelde personen kunnen ter plaatse een controle uitvoeren.
In bepaalde gevallen kan de subsidie teruggevorderd worden. Meer info vindt u in het artikel 13 van de Wet van 16 mei 2003, en artikel 9 van het besluit van 14 juli 2017. De subsidie wordt ook teruggevorderd als niet of onvoldoende werd voldaan aan de GLB-voorwaarden voor de programmaperiode 2023-2027.
Contact
Algemene administratie en screening basisideeën
- Yves Coppens
- Nele Hardies
Mail ons op projectsubsidie-natuur@vlaanderen.be
Downloads
- Draaiboek aanvraag en rapportering (pdf - 1.22 MB)
- Lijst natuurstreefbeelden (xls - 28 kB)
- Prioritaire acties (xls - 79 kB)
- Rapportering lijst verantwoordingsstukken (doc - 27 kB)
- Volmachtformulier (doc - 99 kB)
- Handboek voor beheerders – habitats
- Handboek voor beheerder – soorten
- Programmatische Aanpak Stikstof: