Welk dier richtte schade aan?

Afbeelding
Icoon Schade
Werd er schade aangericht en hebt u een vermoeden welk dier de oorzaak was? Hieronder vindt u een alfabetische lijst met dieren die schade kunnen berokkenen. Per soort geven we meer informatie over de eet- en leefgewoonten en lijsten we preventieve maatregelen op die schade in de toekomst kunnen vermijden.

Aalscholver en blauwe reiger

Aalscholvers en blauwe reigers worden vaak gespot langs de waterkant. Logisch, want ze zijn dol op vis. Meestal jagen ze in rivieren, meren en kanalen, maar ook kweek-, vis- en siervijvers laten ze niet links liggen. Met hun hongerige snavels kunnen ze heel wat schade aanrichten. Gelukkig bestaan er manieren om aalscholvers en blauwe reigers bij uw vijver weg te houden. Hieronder vindt u een overzicht van preventieve basismaatregelen.

Schade voorkomen
Om aalscholvers en blauwe reigers op een afstand te houden kunt u:
  • Een van de eerste twee basismaatregelen toepassen (type omheining)
  • Minstens drie van de vier laatste basismaatregelen afwisselend toepassen (type verjaging)
     
De extra maatregelen kunnen het effect van uw inspanningen versterken.

Schadevergoeding
Hebt u toch schade geleden? Dan kunt u in aanmerking komen voor een vergoeding. Die vraagt u aan via het e-loket. Om aanspraak te maken op een schadevergoeding moet u uw schade kunnen aantonen en minstens één van de verplichte basismaatregelen genomen hebben. Omdat het moeilijk is om schade door viseters onomstotelijk te bewijzen, wordt hier eerder zelden een vergoeding voor toegekend.
Basismaatregelen Extra maatregelen

 

Bever

De bever, het grootste knaagdier van Europa, maakte rond de eeuwwisseling een opmerkelijke terugkeer in Vlaanderen. Hij voelt zich vooral in zijn sas langs de Maas en de Dijle, maar is ook neergestreken op andere plaatsen in Limburg, Vlaams-Brabant, Antwerpen en Oost-Vlaanderen. Bevers leven in de buurt van water en zijn dol op (loof)bomen, granen, maïs en bieten

Schade voorkomen
Bevers wagen zich niet ver op het land, dus alles wat verder dan 20 meter van de oever staat, blijft doorgaans buiten schot. Is er toch sprake van overlast, dan bestaan er gelukkig heel wat maatregelen die het samenleven met bevers aangenamer maken.
  • Bomen en landbouwgewassen die dicht bij de oever staan, worden door bevers als mogelijke voedselbronnen gezien, met de typische knaagschade als gevolg. Hieronder vindt u een overzicht van geschikte preventieve basismaatregelen om schade aan bossen of gewassen te voorkomen. De extra maatregelen kunnen het effect van uw inspanningen versterken.
  • Bevers bouwen ook dammen in waterlopen, wat kan resulteren in opgestuwd water en wateroverlast. Als beverdammen voor hinder zorgen of als u waterschade ondervindt, neemt u contact op met de betrokken waterloopbeheerder.
     
Schadevergoeding
Hebt u toch schade geleden? Dan kunt u in aanmerking komen voor een vergoeding. Die vraagt u aan via het e-loket. Om aanspraak te maken op een schadevergoeding moet u uw schade kunnen aantonen en minstens één van de verplichte basismaatregelen genomen hebben. Alleen schade aan professionele gewassen, waters en bossen komt in aanmerking voor een vergoeding.
Basismaatregelen Extra maatregelen

 

Das

De das is vlot te herkennen aan zijn karakteristieke spitse dassenkop met witte en zwarte strepen. Hij leeft in een burcht, die hij zelf uitgraaft met zijn sterke klauwen. Rond 1900 had de das behoorlijk te lijden onder hondsdolheid en een sterke bestrijding. Inmiddels duikt hij weer her en der op in de Limburgse bosranden. Dassen gaan vooral ’s nachts op pad en eten alles wat hun scherpe tanden kunnen malen: noten, vruchten, insecten, wormen, vogels en zelfs kleine zoogdieren. 

Schade voorkomen
Als dassen honger hebben, durven ze de bosrand te verlaten om in akkers of graslanden naar voedsel te graven. Zo kunnen ze vraatschade veroorzaken aan gewassen. Dassenpijpen kunnen ook gevaarlijk zijn voor vee: als runderen in zo’n pijp trappen, kunnen ze hun poten breken. Hieronder vindt u een overzicht van geschikte preventieve maatregelen om graafgrage dassenklauwen uit de buurt te houden. 

Schadevergoeding
Hebt u toch schade geleden? Dan kunt u in aanmerking komen voor een schadevergoeding. Die vraagt u aan via het e-loket. Om aanspraak te maken op een vergoeding voor schade door dassen hoeft u geen verplichte preventieve maatregelen te nemen. De vergoeding geldt alleen voor schade aan professionele gewassen en vee
Preventieve maatregelen

 

Duif

In de stad of in het groen, duiven duiken overal op. Dat hoeft niet te verwonderen: duiven worden al eeuwenlang gehouden door de mens. Door hun fenomenale oriëntatievermogen werden ze lange tijd als postduiven ingezet. In Vlaanderen leven vooral houtduiven, stadsduiven, holenduiven en Turkse tortels

Schade voorkomen
Duiven zoeken de hele dag naar eten en pikken overal een graantje mee. Eén duif veroorzaakt weinig hinder, maar als een hele groep op dezelfde plaats neerstrijkt, kan de schade snel oplopen.
  • In de stad zorgen verwilderde duiven vaak voor overlast. Een koppel stadsduiven kan tot 16 jongen per jaar voortbrengen, de populatie groeit dus heel snel. Hun uitwerpselen beschadigen en ontsieren gebouwen, straten, pleinen en standbeelden. Bovendien zijn de duiven vaak heel opdringerig.
  • Ook in landbouwgebieden kunnen duiven voor problemen zorgen. Ze zijn immers dol op zaaizaden, kiemplanten en granen.
     
Hieronder vindt u een overzicht van preventieve basismaatregelen die u kunt nemen om schade aan gewassen, teelten en gebouwen te voorkomen. De extra ingrepen kunnen het effect van de basismaatregelen versterken. Specifiek voor de houtduif kunt u ook overgaan tot bestrijding of bijzondere jacht. Beide zijn echter pas toegelaten als de preventieve maatregelen onvoldoende bescherming bieden.

Schadevergoeding
Voor schade door gedomesticeerde duiven en schade aan gebouwen kunt u geen vergoeding krijgen. Dat kan wel bij schade door houtduiven, op voorwaarde dat:
  • De dieren afkomstig zijn uit een natuurgebied
  • Het betrokken natuurgebied in beheer is bij de Vlaamse overheid of een erkende terreinbeherende vereniging
  • De soort in het natuurgebied niet bejaagbaar is en ook niet bestreden mag worden
     
Bovendien moet u uw schade kunnen aantonen en minstens één van de verplichte basismaatregelen genomen hebben. Indien toegelaten, moet u bestrijding of bijzondere jacht hebben toegepast. Een schadevergoeding aanvragen doet u via het e-loket.
Basismaatregelen Extra maatregelen

 

Edelhert en damhert

Herten komen in heel Europa voor, maar door hun schuwe aard laten ze zich niet vaak opmerken. Bij het minste onraad rennen ze diep het bos in. Ze leven bij voorkeur in roedels en vullen hun dagen met voedsel zoeken, kauwen en herkauwen. In Vlaanderen leven vooral edelherten, met een roodbruine vacht en een imposant gewei, en witgevlekte damherten. Die laatste komen hier niet van nature voor: het zijn vaak ontsnapte of verwilderde dieren.

Schade voorkomen 
In de herfst en de winter kunnen hongerige herten het bos verlaten, op zoek naar eten. Dat kan tot verschillende soorten schade leiden.
  • Vraatschade: de dieren knabbelen aan planten
  • Schilschade: de herten trekken de schors van bomen
  • Veegschade: herten schuren met hun gewei tegen bomen
     
Hieronder vindt u een overzicht van preventieve basismaatregelen die u kunt nemen om schade aan bossen en gewassen te voorkomen. De extra ingrepen kunnen het effect van de basismaatregelen versterken. Om nieuwe of bijkomende schade te voorkomen kunt u ook overgaan tot bestrijding of bijzondere jacht. U hoeft daarvoor niet eerst preventieve maatregelen te nemen.

Schadevergoeding
Hebt u schade geleden door dam- of edelherten? Dan kunt u in aanmerking komen voor een vergoeding. Die vraagt u aan via het e-loket. Om aanspraak te maken op een schadevergoeding moet u kunnen aantonen dat:
  • De dieren afkomstig zijn uit een natuurgebied
  • Het betrokken natuurgebied in beheer is bij de Vlaamse overheid of een erkende terreinbeherende vereniging
  • De soort in het natuurgebied niet bejaagbaar is en ook niet bestreden mag worden
     
Bovendien moet u uw schade kunnen aantonen en minstens één van de verplichte basismaatregelen genomen hebben. Indien toegelaten, moet u bestrijding of bijzondere jacht hebben toegepast. 
Basismaatregelen Extra maatregelen

 

Eend

Eenden bestaan in alle soorten en maten. Ze zoeken hun voedsel meestal in, onder of vlak bij het water. Sommige eenden duiken visjes en wormen op, andere leven van water- en oeverplanten. Nu en dan durven ze uitwijken naar graslanden of graanakkers om hun buikje rond te eten. Tot die lastige klanten behoren vooral wilde eenden – de bekendste eendensoort, die in heel Vlaanderen opduikt – en smienten

Schade voorkomen 
Eenden horen bij het water, maar voor een lekker hapje slaan ze graag hun vleugels uit. Eén eend veroorzaakt weinig hinder, maar een zwerm eenden kan heel wat schade toebrengen aan graslanden of gewassen. 
  • Hieronder vindt u een overzicht van preventieve basismaatregelen die u kunt nemen om schade aan gewassen en teelten te voorkomen. De extra ingrepen kunnen het effect van de basismaatregelen versterken.
  • Omheiningen beschermen alleen tegen eenden met niet-vliegende jongen.
  • Bieden de genomen maatregelen onvoldoende bescherming, dan kunt u overgaan tot bestrijding of bijzondere jacht. De bijzondere jacht op smienten is alleen toegelaten als de dieren eerder al via de ‘standaard’ jacht bejaagd werden én als de jachtrechthouder kan aantonen dat de smienten schade hebben toegebracht aan andere landbouwteelten dan permanent grasland.
     
Schadevergoeding
Hebt u toch schade geleden door wilde eenden of smienten? Dan kunt u in aanmerking komen voor een vergoeding. Daarvoor moet u uw schade kunnen aantonen en minstens één van de verplichte basismaatregelen genomen hebben. Indien toegelaten, moet u bestrijding of bijzondere jacht hebben toegepast. Bovendien moeten de dieren afkomstig zijn uit een natuurgebied waar ze niet bejaagbaar zijn en niet bestreden mogen worden. Een schadevergoeding aanvragen doet u via het e-loket.
Basismaatregelen Extra maatregelen

 

Everzwijn

Everzwijnen roepen spontaan een beeld van de Ardennen op, maar ook in Vlaanderen nemen hun aantallen sterk toe. Dat is goed nieuws voor de natuur: het bewijst dat onze bossen en de omliggende gebieden gezond zijn. Wie everzwijnen als buren krijgt, is daar soms minder blij mee, want de dieren hebben een enorme appetijt. Ze zijn geen kieskeurige eters, maar verorberen alles wat hun pad kruist en energiewaarde bezit.

Schade voorkomen
Everzwijnen zijn nagenoeg voortdurend op zoek naar lekkere hapjes. Die vinden ze ook in akkers en tuinen. Ze woelen graslanden om, plunderen maïs- en graanvelden en laten hun eetplek zelden netjes achter. Om schade te voorkomen is het raadzaam om snel en doeltreffend in te grijpen.
  • Hieronder vindt u een overzicht van preventieve basismaatregelen die u kunt nemen om schade aan gronden, gewassen en eigendommen te voorkomen. De extra ingrepen kunnen het effect van de basismaatregelen versterken.
  • Om nieuwe of bijkomende schade te voorkomen kunt u overgaan tot bestrijding of bijzondere jacht.
  • De overheid en terreinbeheerders werken nauw samen met jagers om het aantal everzwijnen in toom te houden. Zo bouwen we samen aan een groene leefomgeving, met de natuur als goede buur.
     
Schadevergoeding
Hebt u schade geleden door everzwijnen? Dan kunt u in aanmerking komen voor een vergoeding. Die vraagt u aan via het e-loket. Om aanspraak te maken op een schadevergoeding moet u kunnen aantonen dat:
  • De dieren afkomstig zijn uit een natuurgebied
  • Het betrokken natuurgebied in beheer is bij de Vlaamse overheid of een erkende terreinbeherende vereniging
  • De soort in het natuurgebied niet bejaagbaar is en ook niet bestreden mag worden
     
Bovendien moet u uw schade kunnen aantonen en minstens één van de verplichte basismaatregelen genomen hebben. Indien toegelaten, moet u bestrijding of bijzondere jacht hebben toegepast. 
Basismaatregelen Extra maatregelen

 

Gans

In de herfst arriveren ganzen in V-formatie uit het Hoge Noorden om bij ons de winter door te brengen. Onder meer de kleine rietgans, de kolgans, de brandgans en de grauwe gans duiken dan in Vlaanderen op. De bekendste is echter de Canadese gans: die ontsnapte ooit uit gevangenschap en is sindsdien een vertrouwd gezicht in onze contreien. In tegenstelling tot de kolgans en de kleine rietgans is de Canadese gans het hele jaar door in Vlaanderen aanwezig. Ook de brandgans en de grauwe gans kennen de jongste decennia een groeiende zomerpopulatie, wellicht omdat sommige dieren zich bij Canadese ganzen aansluiten.

Schade voorkomen 
Ganzen kunnen graslanden en akkerbouwgewassen flink belagen. Met enkele goed gekozen maatregelen kunt u het samenleven een stuk makkelijker maken. 
  • Hieronder vindt u een overzicht van preventieve basismaatregelen die u kunt nemen om schade door ganzen te voorkomen. De extra ingrepen kunnen het effect van de basismaatregelen versterken.
  • Bieden de basismaatregelen onvoldoende bescherming tegen schade door de grauwe gans of de Canadese gans, dan kunt u overgaan tot bestrijding of bijzondere jacht. Ook de brandgans mag u bestrijden als ze tussen 1 mei en 30 september schade veroorzaakt aan professioneel geteelde gewassen of aan wilde fauna en flora. U moet dit wel melden.
  • Omheiningen bieden enkel bescherming tegen vogels met niet-vliegende jongen.
     
Schadevergoeding
Hebt u schade geleden door ganzen? Dan kunt u een schadedossier indienen via het e-loket. Om aanspraak te maken op een schadevergoeding moet u uw schade kunnen aantonen en minstens één van de verplichte basismaatregelen genomen hebben.
Indien toegelaten, moet u bestrijding of bijzondere jacht hebben toegepast.

In sommige gevallen kan schade door de kolgans, de rietgans, de kleine rietgans en de grauwe gans ook vergoed worden zonder dat u preventieve maatregelen neemt. Het gaat om schade die optreedt tussen 1 november en 15 maart in de volgende speciale beschermingszones:
  • Het krekengebied
  • De Durme en de middenloop van de Schelde
  • De schorren en polders van de Beneden-Schelde
  • De IJzervallei
  • Het Poldercomplex
  • Het Zwin
  • De polders
  • De Maatjes, Wuustwezelheide en Groot Schietveld
  • Arendonk, Merksplas, Oud-Turnhout, Ravels en Turnhout
     
Bij schade door de grauwe gans of de Canadese gans kunt u alleen een vergoeding krijgen als:
  • De dieren afkomstig zijn uit een natuurgebied
  • Het betrokken natuurgebied in beheer is bij de Vlaamse overheid of een erkende terreinbeherende vereniging
  • De soort in het natuurgebied niet bejaagbaar is en ook niet bestreden mag worden
     
Bij schade door uitheemse soorten die niet tot het jachtwild behoren, zoals de nijlgans, de Indische gans of de Magelhaengans, komt u niet in aanmerking voor een schadevergoeding. Hetzelfde geldt bij schade door verwilderde of verbasterde ganzen. Ook schade door brandganzen tussen 1 mei en 30 september komt niet in aanmerking voor een schadevergoeding. 
Basismaatregelen Extra maatregelen

 

Haas of konijn

Hazen en konijnen komen in vrijwel heel Vlaanderen voor. Hoewel ze sterk op elkaar lijken, zijn er toch duidelijke verschillen. Konijnen hebben vrij korte oren en leven meestal in groepen. Ze huppelen rustig rond, graven holen met diepe gangen en wonen aan de bosrand. Hazen hebben langere oren en gaan meestal alleen op pad. Ze houden meer van rennen dan van springen, graven ondiepe kuilen en leven vooral in een open landschap. 

Schade voorkomen 
Zowel hazen als konijnen glippen soms binnen in akkers of tuinen. Daar doen ze zich tegoed aan landbouwgewassen of knagen ze aan de bast van jonge boompjes. In lange, droge periodes gaan ze op zoek naar voedsel dat veel water bevat, zoals bieten. 
  • Hieronder vindt u een overzicht van preventieve basismaatregelen die u kunt nemen om schade door hazen of konijnen te voorkomen. De extra ingrepen kunnen het effect van de basismaatregelen versterken. 
  • Bieden de basismaatregelen onvoldoende bescherming tegen schade, dan kunt u overgaan tot bestrijding of bijzondere jacht
     
Schadevergoeding
Hebt u schade geleden door hazen of konijnen? Dan kunt u in aanmerking komen voor een vergoeding. Die vraagt u aan via het e-loket. Om aanspraak te maken op een schadevergoeding moet u kunnen aantonen dat:
  • De dieren afkomstig zijn uit een natuurgebied
  • Het betrokken natuurgebied in beheer is bij de Vlaamse overheid of een erkende terreinbeherende vereniging
  • De soort in het natuurgebied niet bejaagbaar is en ook niet bestreden mag worden
     
Bovendien moet u uw schade kunnen aantonen en minstens één van de verplichte basismaatregelen genomen hebben. Indien toegelaten, moet u bestrijding of bijzondere jacht hebben toegepast. 
Basismaatregelen Extra maatregelen

 

Kraaiachtigen

Kraaien, roeken, kauwen, gaaien en eksters behoren allemaal tot dezelfde familie: de kraaiachtigen. Stuk voor stuk zijn het taaie dieren die in barre omstandigheden kunnen overleven. Kraaiachtigen zijn echte alleseters: ze helpen het insectenbestand in toom te houden, maar slokken ook eieren, slakken en zelfs jonge vogels en zoogdieren op. Zelfs maïs en vruchten staan op het menu.

Schade voorkomen
Voor kraaiachtigen zijn rijpe maïskolven, boomgaarden vol rijp fruit en pas bezaaide akkers niets minder dan een feestmaal. Met enkele goed gekozen maatregelen kunt u ze bij uw oogst vandaan houden. Hieronder vindt u een overzicht van preventieve basismaatregelen die u kunt nemen om schade door kraaiachtigen te voorkomen. De extra ingrepen kunnen het effect van de basismaatregelen versterken.

Bestrijding
Bieden de basismaatregelen onvoldoende bescherming tegen schade door kraaiachtigen, dan kunt u in bepaalde gevallen overgaan tot bestrijding. 
  • Zwarte kraaien en eksters mogen bestreden worden om belangrijke schade aan professioneel geteelde gewassen te voorkomen, om wilde fauna en flora te beschermen en/of om natuurlijke habitats in stand te houden. Hun bestrijding is het hele jaar toegelaten.
  • Kauwen mogen alleen bestreden worden om belangrijke schade aan professioneel geteelde gewassen te voorkomen. Hun bestrijding is het hele jaar toegelaten.
  • Gaaien mogen alleen bestreden worden om belangrijke schade aan professionele fruitteelt te voorkomen. De bestrijding is toegelaten van 1 juli tot en met 31 oktober, binnen een perimeter van maximaal 150 meter rond het te beschermen perceel.
     
De bestrijding van kraaiachtigen heeft alleen betrekking op volgroeide vogels en mag worden uitgevoerd door de eigenaar, huurder, exploitant, grondgebruiker of bijzondere veldwachter van het bewuste terrein. Al deze personen mogen ook hun schriftelijke toestemming geven aan een derde partij om de bestrijding uit te voeren. De bestrijding moet veilig gebeuren en moet verenigbaar zijn met de activiteiten van andere gebruikers van het buitengebied.

De bestrijding van kraaiachtigen mag gebeuren met:
  • Vuurwapens, door personen die in het bezit zijn van een geldig jachtverlof
  • Roofvogels die op legitieme wijze worden gehouden
  • Akoestische hulpmiddelen die gericht zijn op de te bestrijden soort
  • Dode lokdieren van de te bestrijden soort
  • Kunstmatige lokdieren
  • Trechtervallen en Larsen-kooien in de periode van 16 februari tot en met 15 oktober. De vallen/kooien worden dagelijks gecontroleerd en alle dieren die niet tot de beoogde soort behoren worden meteen vrijgelaten. Voor elke val/kooi mag de aanvrager maximaal twee levende lokdieren gebruiken. De lokdieren moeten tot de te bestrijden soort behoren en ze moeten voedsel, water en beschutting hebben. Vlees of slachtafval is niet toegelaten als lokaas. Elke val/kooi wordt geïdentificeerd met een leesbaar, weersbestendig plaatje met daarop:
    • De naam van de te bestrijden soort 
    • Het telefoonnummer van Natuur en Bos 
    • Het jachtverlofnummer van de plaatser van de val of het referentienummer van de verleende afwijking
    • De vermelding “Deze val is geplaatst conform de uitvoeringsmodaliteiten van het Soortenbesluit van 15 mei 2009, bijlage 3.”
       
Om kraaiachtigen te mogen bestrijden hebt u de toelating van Natuur en Bos nodig. U kunt het aanvraagformulier (doc - 782 kB) via e-mail of per aangetekende brief aan Natuur en Bos bezorgen. Krijgt u toelating, dan mag u de betrokken soort maximaal tot het einde van het kalenderjaar bestrijden. De bestrijder moet op elk moment een kopie van de toestemming kunnen voorleggen. 

Na de bestrijding moet het aantal dode dieren worden gerapporteerd aan Natuur en Bos. U stuurt het rapportageformulier (doc - 760 kB) naar de provinciale dienst van de provincie waarin het grootste deel van het betrokken terrein (of het WBE-werkingsgebied) gelegen is. Erkende wildbeheereenheden en onafhankelijke jachtrechthouders mogen gewoon via hun jaarlijkse wildrapport rapporteren.

Dieren die het voorwerp zijn van bestrijding worden op een diervriendelijke manier gedood. Dode dieren die niet voor consumptie bestemd zijn, moeten op een milieuhygiënisch verantwoorde manier verwerkt worden. U kunt alle wettelijke bepalingen in detail nalezen in het Soortenbesluit van 15 mei 2009.

Schadevergoeding
Schade door roeken aan teelten en gewassen komt in aanmerking voor een schadevergoeding. Die kunt u aanvragen via het e-loket. Schade door kraaien, eksters en kauwen aan landbouwgewassen wordt niet vergoed, net als schade door gaaien aan professionele fruitteelt. Ook schade door kraaiachtigen aan persoonlijke of professionele bezittingen komt niet in aanmerking voor een vergoeding.  Een kauw in uw schouw?
Kauwen bouwen hun nesten in schoorstenen, wat heel gevaarlijk kan zijn. Om dat te beletten dekt u best alle openingen af met een stevig metalen rooster (bij voorkeur inox). De maaswijdte van het rooster mag maximaal 3 centimeter zijn, anders wringen de vogels zich erdoorheen. Kies een stevig rooster (gaasdraad is niet sterk genoeg) en maak het stevig vast. 
Basismaatregelen Extra maatregelen

 

Marterachtigen

De meest voorkomende marterachtigen zijn steenmarter, bunzing, wezel en hermelijn. Het zijn slimme roofdieren die graag dicht bij mensen wonen. Met hun opstaande oortjes en dikke vacht zien ze er heel aaibaar uit. Marterachtigen zijn bovendien nuttige diertjes: ze helpen muizen- en rattenplagen te voorkomen.   

Schade voorkomen 
Vooral steenmarters maken het soms nogal bont. Dan zorgen ze voor geluidsoverlast of beschadigen ze daken, isolatie of auto-onderdelen. Soms belagen ze zelfs kleine huisdieren, zoals cavia’s en konijnen. Hieronder vindt u een overzicht van preventieve basismaatregelen die u kunt nemen om schade door marterachtigen te voorkomen. De extra ingrepen kunnen het effect van de basismaatregelen versterken. 

Schadevergoeding
Hebt u toch schade geleden door een steenmarter, bunzing, wezel of hermelijn? Dan kunt u in aanmerking komen voor een vergoeding. Die vraagt u aan via het e-loket. Om aanspraak te maken op een schadevergoeding moet u uw schade kunnen aantonen en minstens één van de verplichte basismaatregelen genomen hebben. 
Basismaatregelen Extra maatregelen


 

Meerkoet en waterhoen

Meerkoeten hebben zwarte veren, een witte bek en een wit voorhoofdschild. Ze bouwen hun nest op drijvende plantenresten of zelfs ronddobberend afval. Ze vliegen zelden en rennen liever klapwiekend over het water. Waterhoentjes hebben zwarte veren, een rode bek met een gele punt en een rood voorhoofdschild. Beide soorten horen thuis op en rond het water. Ze broeden in het riet of tussen struiken en bomen.

Schade voorkomen 
Meerkoeten en waterhoenen vullen hun dag met duiken en voedsel zoeken. Ze zijn dol op waterplanten en insecten. In de wintermaanden doet de honger deze schuwe vogels weleens uitwijken naar graslanden of akkers, met vraatschade als gevolg. Gelukkig bestaan er heel wat maatregelen om meerkoeten en waterhoenen uit de buurt van landbouwpercelen te houden.

Hieronder vindt u een overzicht van preventieve basismaatregelen die u kunt nemen om schade aan gewassen en teelten te voorkomen. De extra ingrepen kunnen het effect van de basismaatregelen versterken.

Schadevergoeding
Hebt u toch schade geleden door meerkoeten of waterhoenen? Dan kunt u in aanmerking komen voor een vergoeding. Daarvoor moet u uw schade kunnen aantonen en minstens één van de verplichte basismaatregelen genomen hebben. Een schadevergoeding aanvragen doet u via het e-loket.
Basismaatregelen Extra maatregelen

 

Meeuw (groot)

Meeuwen horen bij de kust zoals golfbrekers bij het strand. Ze zweven achter visserssloepen aan, smullen van achtergelaten etensresten en verkennen de hele binnenstad. In Vlaanderen komen heel wat meeuwensoorten voor. De bekendste zijn de grote zilvermeeuw, met zilvergrijze veren en een witte kop, en de kleine mantelmeeuw

Schade voorkomen 
De appetijt en nieuwsgierigheid van meeuwen veroorzaken weleens overlast. Doordat ze zo dicht bij mensen leven, komen er heel wat klachten over opengepikte vuilniszakken, lawaaihinder en storende uitwerpselen. Rondslingerende etensresten vormen een gedekte tafel voor meeuwen. Ook landbouwers lijden onder de eetlust van meeuwen. 

Hieronder vindt u een overzicht van preventieve basismaatregelen die u kunt nemen om schade aan gewassen, oogstproducten en gebouwen te voorkomen en om overlast te vermijden. De extra ingrepen kunnen het effect van de basismaatregelen versterken. 

Schadevergoeding
Hebt u toch schade geleden door meeuwen? Dan kunt u in aanmerking komen voor een vergoeding. Daarvoor moet u uw schade kunnen aantonen en minstens één van de verplichte basismaatregelen genomen hebben. Een schadevergoeding aanvragen doet u via het e-loket.
Basismaatregelen Extra maatregelen

 

Ree

Reeën komen in heel Europa voor. Ze zijn makkelijk te herkennen aan hun roodbruine vacht, hun kleine gewei en de typische witte vlek op hun achterste. Reeën zijn heel schuw en duiken bij het minste gevaar tussen de bomen. Alleen als het schemert, durven ze hun snuit weleens buiten het bos te steken. Het grootste deel van de dag brengen reeën door met eten zoeken. Daarbij smullen ze van alles wat groen is.  

Schade voorkomen 
In de herfst en de winter kunnen hongerige reeën het bos verlaten, op zoek naar eten. Dat kan tot verschillende soorten schade leiden. 
  • Vraatschade: de dieren knabbelen aan planten en knoppen
  • Veegschade: ze schuren met hun gewei tegen bomen
     
Hieronder vindt u een overzicht van preventieve basismaatregelen die u kunt nemen om schade aan bossen en gewassen te voorkomen. De extra ingrepen kunnen het effect van de basismaatregelen versterken. Om nieuwe of bijkomende schade te voorkomen kunt u ook overgaan tot bestrijding. Dat mag pas nadat u minstens één preventieve maatregel hebt genomen. 

Schadevergoeding
Hebt u schade geleden door reeën? Dan kunt u in aanmerking komen voor een vergoeding. Die vraagt u aan via het e-loket. Om aanspraak te maken op een schadevergoeding moet u kunnen aantonen dat:
  • De dieren afkomstig zijn uit een natuurgebied
  • Het betrokken natuurgebied in beheer is bij de Vlaamse overheid of een erkende terreinbeherende vereniging
  • De soort in het natuurgebied niet bejaagbaar is en ook niet bestreden mag worden
     
Bovendien moet u uw schade kunnen aantonen en minstens één van de verplichte basismaatregelen genomen hebben. Indien toegelaten, moet u bestrijding hebben toegepast. 
Basismaatregelen Extra maatregelen

 

Vleermuis

Vleermuizen zijn beschermde dieren. U mag ze dus niet vangen of doden. Daar is ook geen reden toe, want hoewel vleermuizen er wat eng uitzien, zijn het nuttige diertjes. Zo vangen ze tot duizend muggen per nacht. Is een vleermuis uw huis binnengevlogen, zet dan gewoon een raam open en laat het diertje even met rust. Het zal vanzelf wegvliegen. Als u een dode of verzwakte vleermuis vindt, gebruik dan handschoenen en een doek om het kadaver op te ruimen. Vleermuizen kunnen immers besmet zijn met rabiës (hondsdolheid).  

Geen schade
Vleermuizen verschuilen zich graag in kleine holtes. Zo kunnen ze terechtkomen in spouwmuren of in spleten tussen dakpannen. In de meeste gevallen richt een vleermuiskolonie in een spouwmuur of dakholte geen schade aan. Vleermuizen brengen geen nestmateriaal binnen en ze knagen ook niet aan isolatiemateriaal of hout. Ze maken enkel gebruik van de holte die er is. 

Op plaatsen waar de temperatuur sterk kan schommelen, zoals onder een dak, verdwijnen vleermuiskolonies vaak als het weer verandert. Begin augustus, na het kolonieseizoen, valt de groep uit elkaar en zal mogelijke overlast automatisch verdwijnen

Meer informatie over vleermuizen vindt u op: Hebt u toch nog vragen over vleermuizen? Bel dan de Vlaamse infolijn op het nummer 1700.

 

Vos

Vossen zijn prachtige roofdieren. Ze zijn dol op muizen en ratten en helpen zo knaagdierplagen te voorkomen. Ook zwakkere of zieke wilde dieren ruimen ze uit de weg, waardoor ze populaties gezond houden. Nu vossen weer meer voorkomen in Vlaanderen, moeten we opnieuw wennen aan hun aanwezigheid. 

Schade voorkomen 
Vossen eten heel gevarieerd. Ze jagen op vogels en kleine zoogdieren, maar verorberen ook vruchten, bessen en insecten. Op zoek naar iets lekkers kunnen ze ongewild domeinen binnendringen waar ze schade kunnen veroorzaken. Een vos kiest doorgaans de gemakkelijkste weg naar een prooi. Als hij in een kippenhok binnenraakt, doodt hij vaak alle aanwezige dieren. Na een smakelijke maaltijd laat hij het gros onaangeroerd achter. Ook in pasgeboren biggen en lammetjes durft hij zijn tanden te zetten. 
  • Hieronder vindt u een overzicht van preventieve basismaatregelen om vossen de toegang tot uw eigendom te beletten. De extra ingrepen kunnen het effect van de basismaatregelen versterken.
  • Bieden de basismaatregelen onvoldoende bescherming tegen schade, dan kunt u overgaan tot bestrijding of bijzondere jacht.
     
Schadevergoeding
Hebt u schade geleden door een vos? Dan kunt u in aanmerking komen voor een vergoeding. Die vraagt u aan via het e-loket. Om aanspraak te maken op een schadevergoeding moet u kunnen aantonen dat:
  • De vos afkomstig is uit een natuurgebied
  • Het betrokken natuurgebied in beheer is bij de Vlaamse overheid of een erkende terreinbeherende vereniging
  • De soort in het natuurgebied niet bejaagbaar is en ook niet bestreden mag worden
     
Bovendien moet u uw schade kunnen aantonen en minstens één van de verplichte basismaatregelen genomen hebben. Indien toegelaten, moet u bijzondere jacht of bestrijding hebben toegepast. 
Basismaatregelen Extra maatregelen

 

Wolf

In het begin van de 19de eeuw verdween de wolf uit onze contreien, samen met heel wat andere planten- en diersoorten. De wolf heeft een beschermd statuut. Door de verbeterde bescherming van de soort en van natuurgebieden neemt de Europese wolvenpopulatie opnieuw in aantal toe. De dieren leggen daarbij grote afstanden af. Sinds 2018 wordt de wolf ook weer in Vlaanderen gespot. 

Zangvogels

Meer dan de helft van alle vogelsoorten in Vlaanderen zijn zangvogels. Zowel in de stad als in het groen happen ze heel wat insecten uit de lucht. In de nazomer lusten ze ook graag een stukje rijpend fruit. Vooral pimpelmezen, koolmezen, merels en spreeuwen zoeken weleens boomgaarden op.      

Schade voorkomen
Eén spreeuw of koolmees pikt hooguit enkele kersen weg, maar grote groepen zangvogels kunnen in boomgaarden veel schade aanrichten. Hieronder vindt u een overzicht van preventieve basismaatregelen die u kunt nemen om pikschade door zangvogels te voorkomen. De extra ingrepen kunnen het effect van de basismaatregelen versterken. 

Bestrijding
Richten spreeuwen nog altijd veel schade aan in uw boomgaard, ook nadat u minstens één preventieve basismaatregel hebt genomen? Dan kunt u in bepaalde gevallen bestrijding overwegen. Bestrijding is alleen toegelaten:
  • Om belangrijke schade aan professionele fruitteelt te voorkomen
  • Als de preventieve basismaatregelen niet of onvoldoende helpen
  • Van 1 mei tot 31 oktober, tussen de officiële uren van zonsopgang en zonsondergang
     
De bestrijding van spreeuwen mag worden uitgevoerd door de eigenaar, huurder, exploitant, grondgebruiker of bijzondere veldwachter van het bewuste terrein. Al deze personen mogen ook hun schriftelijke toestemming geven aan een derde partij om de bestrijding uit te voeren. De bestrijding moet veilig gebeuren en moet verenigbaar zijn met de activiteiten van andere gebruikers van het buitengebied.

De bestrijding van kraaiachtigen mag gebeuren met:
  • Vuurwapens, door personen die in het bezit zijn van een geldig jachtverlof
  • Roofvogels die op legitieme wijze worden gehouden
     
Om spreeuwen te bestrijden hebt u de toelating van Natuur en Bos nodig. U kunt het aanvraagformulier (doc -782 kB) via e-mail of per aangetekende brief aan Natuur en Bos bezorgen. Krijgt u toelating, dan mag u de betrokken soort maximaal tot het einde van het kalenderjaar bestrijden. De bestrijder moet op elk moment een kopie van de toestemming kunnen voorleggen. 

Na de bestrijding moet het aantal dode dieren worden gerapporteerd aan Natuur en Bos. U stuurt het rapportageformulier (doc - 760 kB) naar de provinciale dienst van de provincie waarin het grootste deel van het betrokken terrein (of het WBE-werkingsgebied) gelegen is. Erkende wildbeheereenheden (WBE’s) en onafhankelijke jachtrechthouders mogen via hun jaarlijkse wildrapport rapporteren. 

Dieren die het voorwerp zijn van bestrijding worden op een diervriendelijke manier gedood. Dode dieren die niet voor consumptie bestemd zijn, moeten op een milieuhygiënisch verantwoorde manier verwerkt worden. 

U kunt alle wettelijke bepalingen nalezen in het Soortenbesluit van 15 mei 2009.

Schadevergoeding
  • Schade door spreeuwen aan professionele fruitteelt komt niet in aanmerking voor een schadevergoeding.
  • Om een vergoeding te krijgen voor andere schade door zangvogels, moet u uw schade kunnen aantonen en minstens één preventieve basismaatregel genomen hebben. Indien toegelaten, moet u ook bestrijding hebben uitgevoerd. Een schadevergoeding kunt u aanvragen via het e-loket
  • Meer info? Download de folder over zangvogels (pdf - 765 kB)
     
Basismaatregelen Extra maatregelen

 

Zwaan

De zwaan is een toonbeeld van kracht en elegantie. Met zijn witte veren en lange hals glijdt hij statig door het water. In Vlaanderen komen vooral knobbelzwanen en in mindere mate ook kleine zwanen voor. Ze laten zich meestal spotten in de winter: zodra de vrieskou voorbij is, trekken de dieren terug naar het noorden van Europa. 

Schade voorkomen
Zwanen eten bij voorkeur waterplanten in ondiep water. In de winter kan voedsel echter schaars zijn of verstopt zitten onder het ijs. Dan zoeken de zwanen hun lunch in akkers en graslanden. Gelukkig bestaan er diervriendelijke manieren om ze uit de buurt te houden. 
  • Hieronder vindt u een overzicht van preventieve basismaatregelen die u kunt nemen om schade aan graslanden en gewassen te voorkomen. De extra ingrepen kunnen het effect van de basismaatregelen versterken.
  • Zwanen zien er lieflijk uit, maar zullen hun nest en jongen fel verdedigen. Voorzichtigheid is dus geboden.
  • Omheiningen beschermen alleen tegen zwanen met niet-vliegende jongen.
     
Schadevergoeding
Hebt u toch schade geleden door zwanen? Dan kunt u in aanmerking komen voor een vergoeding. Daarvoor moet u uw schade kunnen aantonen en minstens één van de verplichte basismaatregelen genomen hebben. Een schadevergoeding aanvragen doet u via het e-loket.
Basismaatregelen Extra maatregelingen